Archive for January, 2013

Chileense en Argentijnse Patagonië in één

Patagonië – Vele verhalen heb ik over ‘Perito Moreno’ in El Calafate (Argentinië) gehoord. De gletsjer is enorm, mooi blauw en het is spectaculair als je een brok gletsjer in het water ziet vallen. Nu wil ik het met mijn eigen ogen zien. Met een reguliere bus worden Sandra, Marine, een Belgische meid die we in de bus van El Chaltén hebben leren kennen, en ik voor de ijsmassa gedropt. Met aan alle kanten loopbruggen kun je een grote zijde van de massa van links naar rechts bekijken. Vier uur lang blijven we daar en de eerdere verhalenvertellers over ‘Perito Moreno’ hebben gelijk. Fors als het is en het ene deel is blauwer dan de ander. Maar hetgeen dat uitspringt is de eerste knal. Alsof een harde schot in de lucht wordt geschoten, schrik ik op en ik zie rechts van mij maar een minuscuul stukje van de gletsjer naar beneden vallen. Even later hoor ik de tweede knal en ik krijg het gevoel dat er een oorlog is begonnen. Adembenemender is als een groot stuk naar beneden stort. En dat is twee keer gebeurd. Met aangapende toeristen als resultaat.

Met de vijfdaagse ‘W-trekking’ van ‘Torres del Paine’ in mijn hoofd, ga ik naar Puerto Natales (Chili). Dit plan wijzig ik al heel gauw als ik met Sandra en Marine en met in totaal mijn 25 kilo zware spullen rondloop, op zoek naar een hostel. De kloppende spier in mijn achterste komt weer tot leven. Dit houd ik niet vijf dagen vol èn ik moet ook nog alle kampeergerei huren wat ook nog een hoop gaat kosten. Ik wijzig mijn idee en we doen samen een eendaagse excursie waarbij we de hoogtepunten als ‘Cueva del Milodon’, gletsjers en de ‘Torres del Paine’-berg langsgaan. Super. De volgende dag pakken we de reguliere bus om de trekking te doen om de bekende berg van dichterbij te bekijken. Met twee ‘Road Runners’ bij me trotseer ik de wind in mijn eentje. Ik ben slechts tien minuten lopend van hèt uitzichtpunt van ‘Torres del Paine’ vandaan, totdat ik opgeef en niet meer de berg kan oplopen. Ik zie een groot stuk van de berg voor me, maar ik ben niet enthousiast na de ‘Fitz Roy’ en ‘Cerro Torre’ te hebben gezien.

Punta Arenas, de Chileense stad waar veel Kroaten blijken te zijn, restaurant ‘Club Croata’ aanwezig is en waar je een baan kan vinden op een schip naar Antarctica. Mijn ervaring: geen één Kroaat ontmoet, geen Antarctica baan kunnen vinden, maar wel het Kroatische restaurant. Sandra en ik pakken de boot naar Porvenir. Daar zijn koning pinguïns te vinden. Het is een drama om naar de pinguïns te komen zonder bus en auto. Met moeite vinden we Ivan en Jose die ons daar naartoe willen brengen in ruil voor geld. Wat blijkt? Jose is van oorsprong Kroaat, spreekt de taal en zijn familie komt uit een klein dorpje vandaan waar mijn oma is opgegroeid. Met Ivan en twee toeristen uit Santiago die we op het laatste moment hebben ontmoet, rijden we twee uur lang naar de pinguïns. We komen daar aan en tachtig pinguïns van ongeveer één meter lang dwarrelen er rond met een zwart hoofd en hun kin en hals versiert met gele en oranje kleuren. We hebben eindelijk ons bestemming bereikt. Ivan brengt ons naar de grens en ineens hebben we weer geluk. Een bus naar Ushuaia komt net aan. Op naar het einde van de wereld!

Doris FurcicArgentinië, Chili, Travel, Zuid-Amerika26 January 20130 comments0
Read More

Aan de wandel naar Cerro Torre en Fitz Roy

El Chaltén – Vanwege verveling blijf ik in Los Antiguos maar voor één nacht. De volgende ochtend pak ik de bus naar El Chaltén. Met een ietwat dure overnachting in een chique cabaña in het kleine en ‘oh-zo-boring’ Los Antiguos schrik ik ook nog is van de dure prijzen. Ik was mijn vieze kleding die binnen drie uur al gedroogd zijn. Hittegolf, bedankt hiervoor. Verder schrijf ik mijn blog in de schaduw met oordoppen in mijn oren. Rihanna zingt haar swingende liedjes als ‘What’s my name?’ en ‘Man down’. Naast mij zit Sandra uit Zwitserland, tikkend op haar computer. Later raken we aan de praat en toevallig neemt ze morgen dezelfde bus als ik. We hebben het gezellig, in de avond gaan we samen wat eten. We nemen plaats voor een ijswinkel en bestellen het goedkoopste: een tosti en sandwich. Genietend van de warmte buiten voor de tent, worden we plotseling gestoord door een oudere vrouw die vraagt of ze bij ons mag komen zitten. Na een “Ja, natuurlijk!” van ons, pakt ze een stoel en neemt tegenover ons plaats.

Helga uit Oostenrijk en ouder dan zestig jaar reist net als Sandra en ik alleen door Zuid-Amerika. Met de looks van een oma maar een jeugdige mentaliteit met droge humor staat zij op mijn nummer één als leukste backpacker die ik in Zuid-Amerika heb ontmoet. Diezelfde avond leren we ons buschauffeur kennen. De door anderen gecreërde angst dat we in El Chaltén in de avond geen slaapplek zullen vinden, regelt de aardige chauffeur een duur hostel voor ons. Maar in de busrit van twaalf uur verandert de aardige buschauffeur in een irritante man die met zijn duistere blik constant naar Sandra blijft staren. Ik zit naast haar en zelfs ik voel me akelig. We besluiten om dat gereserveerde hostel als ‘plan B’ te gebruiken, mochten we geen goedkoper slaapplek vinden. En we vinden het goedkoopste hostel, maar wel waarbij hygiëne en gastvrijheid ver te zoeken is. Één nacht hier is ok, maar niet langer. In de donkere avond vinden we een veel beter hostel ‘Glaciar Marconi’ waar we de nachten erna verblijven.

El Chaltén, een stad wat naar mijn mening gemaakt is voor toeristen en duur is om uit eten te gaan, heeft toch wat moois te bieden. Meerdere trekkingsroutes zijn er te vinden, die eindigen op originele en mooie beelden van ‘Cerro Torre’ en ‘Fitz Roy’. Na onze eerste nacht in El Chaltén, vertrekken we in de ochtend naar ‘Cerro Torre’. De zon schijnt pittig en voordat we beginnen smeer ik mijn gezicht en oren met zonnebrandcrème in. Met een driftige stap loop ik voorop, Sandra achter mij, terwijl de omgeving keer op keer verandert in steeds iets mooiers. De mooie babyblauwe rivier naast ons en het groene bos met gevallen bomen om ons heen. Ondertussen word ik af en toe aangevallen door die grote zwarte muggen. Ja, ik draag weer donkere kleding. Na drie uur komen we bij een meer uit met daarachter ‘Cerro Torre’ zeer groot zichtbaar. De perfecte plek om te lunchen en voor me uit te staren, genietend van het moois voor me alsof de tijd niet bestaat.

Door de kou worden we gedwongen om weer verder te lopen, terug naar ons hostel. Lopend volgen we dezelfde route terug, langzamer dan voorheen want de spier in mijn rechterbil krijgt kramp. Met geduld en normale stappen komen we thuis en eten simpele pasta met tomatensaus wat heerlijk is na zeven uur lopen. We vallen later als een blok in slaap en mijn lichaam bereidt zich voor op morgen. Dan wacht ‘Fitz Roy’ op ons. Met een verkrampte achterste sta ik op, maar mijn sterke wil is nog steeds aanwezig. Sandra maakt zich een beetje zorgen, maar we gaan ervoor. Het eerste stuk van de trekking is lastig voor mij. Met een rechterbil wat klopt als mijn hart, beweegt het krachtig bij iedere stap als we de berg oplopen. Ik loop langzamer maar ik geef niet op. De trekking maakt mijn spieren goed wakker, wat lekker is.

We lopen verder waarbij het laatste stuk het pittigst is. Tegen Sandra zeg ik dat ze alvast voor me kan lopen en dat ik haar wel bovenop de berg zie. Ik kijk om me heen en naar beneden waar vele wandelaars op me hielen zitten. Het is tijd voor wat muziek. De één uur lange dj-set van het festival ‘Latin Village’ weerklinkt in mijn oren en ik krijg volop energie. Ik bereik de top en Sandra lacht naar me en zegt “Hé, je hebt het gered!” en trots plof ik op de grote steen naast haar. Wat kunnen sandwiches met salami verrukkelijk smaken, na zo’n work-out. Ook door het uitzicht van ‘Fitz Roy’ geniet ik op en top. Hierna, alsof ik rode peper in mijn achterste heb, volg ik rennend en huppelend de weg terug. Terugkerend in ons hostel genieten Sandra en ik weer van onze pasta met tomatensaus, totdat onze bedden ons roepen.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika18 January 20130 comments0
Read More

Het groenachtige en stille Carretera Austral

Carretera Austral – Nu ik in Futaleufú ben, wil ik Carretera Austral ontdekken. Oftewel het noorden van Patagonië wat betekent: alpaca handschoenen aan en dikke sjaal om me nek want het gaat koud worden. Maar nee, een hittegolf bestormt het gehele gebied waardoor ik in mijn slippers, korte broek en een topje met gaten erin de Patagonische straten bewandel. Vele straathonden bewandelen de straten, zoals je dat overal in Zuid-Amerika ziet, maar verder is het rustig. Zeer kalm zelfs aangezien vele toeristen deze plaats overslaan door de boot of bus van Puerto Montt naar Punta Arenas te pakken. Waarschijnlijk zou Carretera Austral door sommigen als een lege hol benoemd worden, anderen zouden zeggen het is een en al een mooie groene omgeving, perfect om te kamperen, trekkings te doen en ongevaarlijk te liften.

Van Chaitén naar Futaleufú, van Futaleufú naar Villa Santa Luisa, van Villa Santa Luisa naar La Junta en daar komt het: drie geweldige Chileense mannen ontmoet ik daar. Samen met de hitchhiker Hernan uit Santiago badderen we in het meer dichtbij ons hospedaje en we raken in gesprek met de drie mannen die aan het zonnen zijn. In de avond zitten we bij Armin, de tandarts van La Junta, thuis, samen met zijn twee vrienden Manuel en José Thomas uit Pucón en Temuco die nu op vakantie zijn. Gezamenlijk smullend van een heerlijke pasta met het Chileense traditionele drankje Piscola als dessert, wat eindigt op een gezellig feestje tot diep in de nacht. Ik blijf een dag langer. De hitchhiker vertrekt de volgende dag, terwijl de mannen en ik op het strand liggen, genietend van de warmte en in de avond een perfect 250 gram lapje steak eten.

De volgende dag haalt de bus me op om 07:00 uur. Tenminste dat is de planning. Door getoeter word ik om 05.30 uur wakker gemaakt en ik hoor een bus voor de deur wachten. Ineens gaat de gedachte door mijn hoofd of ik mij in de tijd heb vergist. Ik slaap ietsje verder en ik wacht rond 7 uur buiten, één uur lang, maar geen één bus komt me ophalen. Er zijn wat honden die me vergezellen, maar daar blijft het dan ook bij. Ik blijf nog één nacht, genoodzaakt en gedwongen, in La Junta, want er is maar één bus die die dag naar het zuiden rijdt. Een nadeel van Carretera Austral. Ook de zondagen zijn hier bij mij niet geliefd, want ik verveel me heel erg want alle barren en supermarkten zijn dicht. Gelukkig kan ik bij de bakker nog net aan brood komen.

Ik contact mijn Chileense maten en we gaan naar een privéstrand waar we op onze handdoeken liggen, terwijl een horde bruine-witte koeien ons van een paar meter afstand nieuwsgierig aankijken. Wellicht is het meer boosheid dan nieuwsgierigheid, want we hebben ze zonet van hun plek bij de rivier weggejaagd. Deze dag eindigt in het eten van zelfgemaakte hotdogs completos, de Chileense specialiteit met veel advocado, mayonaise, mosterd, ketchup en zuurkool erop, in huize El Dentista. Die avond neem ik – weer – afscheid van ze. Om 05:00 uur de volgende dag sta ik al op de bus naar Puyuhuapi te wachten. Van Puyuhuapi naar Coihaique, Coihaique naar Chile Chico en van daaruit de grens over naar Argentinië. Ik ben dan weer terug in het land waar mijn Zuid-Amerika reis is begonnen.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika15 January 20130 comments0
Read More

Rafting op de beste plek van de hele wereld: Rio Futaleufú

Futaleufú – Gehuld in een wetsuit inclusief schoenen die een maat te klein zijn, een reddingsvest en een helm die mijn hoofd beschermt, zit ik met een peddel in mijn handen op de opblaasbare boot. Met gespitste oren probeer ik aandachtig naar de instructies van mijn Peruvaanse rafting tour guide te luisteren, maar iets leidt me af. Mijn zwarte wetsuit trekt de aandacht van de gigantische, zwarte muggen, die mijn trekking eerder in Valdivia hebben verpest. Mijn aller-aller-allerbeste vrienden zijn weer terug. Hopelijk laten ze mij en de rest van het team met rust tijdens de rafting op de beste plek van de hele wereld: Rio Futaleufú.

200 Meter voordat het rustige, witte water in een brute kracht verandert, oefenen we de signalen, zodat we allemaal de raftingtocht van niveau 4 en 5 (!) overleven. Met de peddels in de lucht, kletterend tegen elkaar en wilde kreten als “Vamos!” zie ik het water voor me woest worden. Onze tour begeleider commandeert ons dat we snel moeten peddelen en we vliegen met de boot over de flinke golven. De neus van onze boot gaat de lucht in, als een stijgend paard en belandt weer ruw in het water.

Als de peddelaar op de tweede rij van de boot, ga ik de strijd aan tegen het brute water. Bij elke heftige golf die ik een paar meter voor me zie, krijg ik een grote grijs op mijn gezicht en een ik-daag-je-uit-blik in mijn ogen, terwijl ik met alle kracht peddel. Constant probeer ik een goede slag met mijn peddel te slaan, maar meestal raakt mijn peddel alleen de lucht aan. Door even te wachten en tegelijkertijd mijn peddel met de rest van het rafting team in het water te knallen, zijn we weer met de rivier in gevecht. Een avontuur om nooit meer te vergeten.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika13 January 20130 comments0
Read More

Ladies nights bij de Brintrup sisters

Puerto Varas – “Zou je bij ons een paar dagen willen blijven slapen?”, wordt er aan me gevraagd terwijl de drie Chileense zussen Carolina (26, studente Biochemie), Alejandra (23, pilote voor het Chileense leger) en Paula (18, upcoming studente) met gespitste oren en grote ogen me aankijken. Op mijn gezicht tover ik een glimlach, waardoor mijn ogen wat kleiner worden, en enthousiast knik ik met mijn hoofd. Ik ga met de Brintrup zussen naar hun huis/boerderij in the middle of nowhere, 38 kilometer van Puerto Varas vandaan.

Voordat ik de bus pak, doe ik eerst een trekking met Thomas en Kiki en mijn oude vrienden Pepe en Christo, die tijdens Oud en Nieuw de trekking in Villarica hebben overleefd. Zodra we uit de auto stappen, ben ik al omsingeld door acht of meer irritante zwarte muggen, zo groot als de de top van mijn pink, zoekend naar een mooie plek op mijn lichaam om mij te steken. Ze houden van donkere kleuren en laat ik nu net degene zijn die een zwarte broek en een donkerblauwe top aanheeft. De pret is algauw gedaan en ik ben blij als ik met de Brintrup meiden in de bus zit.

We worden van het busstation in Puerto Varas door de moeder van de zussen opgehaald. Cruisend alsof we in een Formule 1 wagen zitten, zijn we al na twintig minuten bij hen thuis. Ze hebben een boerderij, waarbij ze koeien, kippen, en diverse fruitplanten als frambozen en kersen hebben. Een voorraad honden en katten staan voor de deur te wachten, opgetogen dat hun bazen weer terug zijn van vakantie. Ik krijg een lik van – ik noem hem – puppy Fluffy, maar zijn echte naam is: Tobias Fernando Felipe, met dank aan de creativiteit van Alejandra.

Wat doe ik daar? De hoogtepunten: samen met Carolina frambozen plukken om küchen te maken, een tour krijgen hoe de koeien worden gemelkt, gezamenlijk met de familie aan de slag met bezems om een horde witte kippen een bepaalde kant op te leiden wat geen succes is, siëstas ervaren en het spannende Engelse boek ‘A Crime In The Neighborhood’ lezen. Maar ook een uitdagende trekking door het weiland met de meiden uitvoeren en de film ‘Magic Mike’ aan ‘n vriend van Alejandra, Felipe, introduceren die zelf stripper is geweest. Detail: ‘n strak G-stringetje heeft hij nog. Dit zijn topdagen die mijn trip een extra dimensie geven. Ik zal het koesteren. Gracias chicas!

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika07 January 20130 comments0
Read More

Actieve vulkaan Villarica beklimmen

Pucón – Gebrekkig neuriënd en zachtjes la-la-la zingend loop ik naar het strand, terwijl mijn oordoppen de salsa beat van Gloria Estefans nummers door mijn oren laten weerklinken. Ergens vind ik op het strand een vrij plekje tussen alle Chileense families in. De hete zon brandt op mijn lichaam en door het gat in de ozonlaag moet ik extra voorzichtig zijn. Een dikke, witte prut factor 50 smeer ik over mijn armen, buik, benen, hals en gezicht. Ik val achterover en ik lig op mijn rug, mijn boek lezend en de Salsa-queen horend die zachtjes op de achtergrond haar Spaanse liedjes zingt. 2013, het begint al goed.

De volgende dag staan een Nederlands koppel, een Israeliër, twee tour guides en ik voor ons uit te kijken; vulkaan Villarica is met een zeer grote pak sneeuw bedekt, nog beter dan vulkaan ‘Calbuco’ in Puerto Varas. Ik kijk naar beneden, naar mijn speciale winterschoenen, die Alejandro, de man van Gloria, strak heeft gestrikt. In mijn rechterhand heb ik de metalen stok, waarmee ik mijn leven kan redden als ik van de vulkaan naar beneden donder. Na een korte instructie lopen we achter elkaar aan met de tour begeleiders Carlos voor en Victor achter ons. Recht voor me uit kijkend, zie ik al de andere groepen voor ons gaan. Ik draai mijn hoofd om en ik zie nog meer mensen die ons volgen, alsof we een mierenkolonie vormen op weg naar een picknickmand met lekkernijen.

Auw! Een scherpe steek in mijn lies verrast me. Het lijkt alsof uit het niets een wesp me daar heeft gestoken. Maar bij iedere stap, komt de kramp op dezelfde plek terug. En we hebben nog niet eens onze eerste pauze gehad. Het wordt erger; ik en de tour guide Victor beginnen algauw van ons team af te splitsen. De uren naderen, we worden ingehaald door vele mensen, terwijl de sneeuw de felle zonnestralen reflecteert. Ondertussen probeer ik wat meer te hangen op de metalen stok, zodat mijn lies minder pijn doet. Zig-zaggend lopen we door de sneeuw, mijn tourguide loopt makkelijk door terwijl ik als een oma haar wandelende stok stevig vasthoud en ondanks dat af en toe val.

Nog 1,5 uur te gaan en mijn tourguide vraagt of ik nog naar de top wil of al met de slee naar beneden wil. Geshokkeerd kijk ik hem aan en ik zeg met de gedachten “Ben je nou helemaal?” bijna boos “Ik wil naar de top, vamos!”. Twee uur later bereiken we de top, verbluft kijk ik om me heen en ik loop naar het grote gat, waarbij het gas dat eruit komt mij laat stikken. Vlug deins ik achteruit en wandel ik met Victor verder door naar de plek waar een horde vulkanen op me wachten. Hierna sleeën wij naar beneden totdat het sneeuw onder ons is verdwenen. De warme wolk die ons een klap in onze gezichten geeft, leidt tot uitkleden. Ik zie de bus met de rest van het team. Godzijdank. Na anderhalf uur is de groep weer herenigd.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika02 January 20130 comments0
Read More

Glitterhoedjes en duivelshoorntjes in Pucón

Pucón – Er verschijnen rode blosjes op mijn wangen als ik aan Puerto Varas denk. Mijn hart slaat één hartklopping over als ik dagdroom over het verrukelijke verlate ontbijt met een echt goed bakkie, genietend van het uitzicht van de vulkanen ‘Osorno’ en ‘Calbuco’ door – heel simpel – uit het raam van café ‘El Barista’ te kijken. Ik ben hier al zeven dagen en ik wil naar Pucón om daar de actieve vulkaan ‘Villarica’ te beklimmen. Ondanks dat ik een uitnodiging heb gekregen om met een paar Chilenen Oud en Nieuw in Cochambo te vieren. Ik vertrek en arriveer. Bienvenidos en Pucón! Ik stap uit de bus en wandelend ga ik naar mijn bestemming toe: ‘Nature Hostel’.

Mede-eigenaresse Gina, de 42-jarige leuk-gekke Chileense vrouw van een niet al te grote lengte, doet de deur open en vraagt of ik Doris ben, terwijl haar twee lange, zwarte vlechten in de zon glanzen. Ze mist alleen nog een Boliviaanse hoed en ik zou zeggen dat ik de bus naar Bolivia heb gepakt. Vanaf hier begint al de dolle pret. Gloria, de andere eigenaresse, kan er ook wat van qua humor en algauw begeleidt Gina mij naar mijn slaapzaal. Zij opent de deur en daar zijn twee blonde mannen die me aankijken: Joe (of Pepe/VS) en Christoph (of Christo/Zwisterland). Relaxte heren die al een goede band met Gina hebben opgebouwd, waarbij Christo haar grootste lieverdje is. Deze heren gaan Oud en Nieuw vieren in de bush bush van het nationale park ‘Villarica’. Succes.

Tot op het laatste moment heb ik geen plannen voor Oud en Nieuw. Alleen naar het strand gaan om vuurwerk te bekijken is één ding. Uiteindelijk blijf ik in mijn hostel, diner ik mee met de gehele familie van Gloria met Gina erbij, waarbij ik grote vrienden word met Lolo, de 80-jarige ‘Don Juan’ en vader van Gloria die graag mijn 1,5 liter fles rode wijn ‘Exportatión’ wilt ‘uitproberen’. Om tien voor twaalf ren ik naar het strand met de grote fles wijn in mijn linkerhand. Het strand is bomvol met glitterhoedjes, rode, groene en blauwe duivelsoortjes die de duisternis op het strand enigszins verlichten. Zonder telefoon en horloge heb ik geen flauw idee hoe laat het is, dus ik wacht op het tellen van tien naar nul in het Spaans.

Uit het niets wordt het strand verlicht door het vuurwerk. Oh, het is twaalf uur! Ik neem een grote slok van mijn wijn en ik begin direct het lichtspektakel te filmen. Vijftien minuten lang is de lucht versierd met allerlei kleuren en uitspattingen van hartjes, explosies en rondjes. Hierna gaat de massa direct weg om naar het centrum of een dure besloten feest te gaan. Ik ga terug naar mijn hostel waar nog meer familie van Gloria zijn gearriveerd. Het feest gaat door in het hostel en met – zoals ze zichzelf noemt – ‘la brucha‘ Gina lig ik in een scheur als we aan elkaar vragen: “Donde es Pepe?”. Wij praten verder over de mannen in de rimboe van ‘Villarica’, ondertussen kijkt Lolo me lieflijk aan als hij de laatste druppel van mijn wijn opdrinkt.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika01 January 20130 comments0
Read More