Archive for March, 2013

Het teken: had ik moeten blijven?

Amsterdam – Ik zit op een barkruk in een bar op Schiphol met mijn familie en drie vriendinnen naast me. Ik wil hun verhalen horen. Met uitpuilende ogen en opgetrokken wenkbrauwen kijk ik ze zeer nieuwsgierig aan. Nieuws horen, dat wil ik. Schouders worden opgetild, de mondhoeken keren naar beneden en het antwoord dat ik krijg is “Er is helemaal niets veranderd.” De hele groep werpt nu een blik op mij. “Jij hebt meer te vertellen dan wij.”, wordt er gezegd. Dat klopt denk ik dan, ondertussen me afvragend waarom ik hier in godsnaam ben.

Ondanks dat ik mijn familie en vriendinnen als vanouds om me heen heb, voelt het raar. Ik heb rondgetrokken door Zuid-Amerika en Antarctica. Helemaal alleen. Vier maanden is het plan geweest. Slechts vier. Rond kerst heb ik de kriebels gekregen omdat het einde van mijn trip dichterbij is gekomen. “Ik wil nog niet weg”, zeg ik droevig tegen mezelf. Keer op keer herhalend. Ik ben gaan uitrekenen hoeveel langer ik nog zou kunnen blijven. Twee maanden langer is de uitslag!

Vlak voor kerst ren ik van blijdschap naar een telefooncel om Delta te bellen. De nieuwe terugvluchtdatum is 14 maart 2013. Die twee maanden erbij, hoort bij mijn reis. Dat ik ad-hoc naar Antarctica ben gegaan, is een verrassing geweest voor jou, maar ook voor mij. Het spaargeld dat ik voor mijn terugkomst zou bewaren, heb ik aan de tour naar Antarctica uitgegeven. En ik heb zo geen spijt. Dat er op de dag van mijn terugvlucht een flink protest in Buenos Aires aan de gang is en ik hierdoor mijn vliegtuig heb gemist, is zwaar bij me gevallen. Is dit een teken? Het teken dat ik moet blijven? Ik heb het genegeerd. Voortaan mag ik me afvragen wat ik in Nederland doe.

Doris FurcicLifestyle, Travel17 March 20130 comments2
Read More

Vliegtuig gemist

Buenos Aires – Stressen om het missen van een vliegtuig of een bus, daar heb ik altijd last van. Mijn bloed gaat er sneller van stromen en mijn billen zijn dan een gespannen eenheid. Ik vertrek altijd vele uren van te voren. En dan nog vrees ik of ik het überhaupt ga halen. Ik wens dat ik nu ook weer naar mijn intuïtie heb geluisterd. Maar dat heb ik niet gedaan. Verdriet, frustratie en teleurstelling vormen de tranen die mijn ogen wateren en zo rollen de menselijke druppels over mijn wangen. Ik ben boos. Op anderen en op mezelf. Stomme grote protest dat in Buenos Aires het hele verkeer heeft platgelegd. ‘Tierra Leon’, de busorganisatie die me naar de luchthaven heeft gebracht, moet toch weten dat er de volgende dag een groot protest komt? Naar mijn gevoel hebben ze me ook krap ingepland. Maar de mensen van mijn hostel en van de busorganisatie hebben gezegd dat ik het ga halen. Don’t worry gewoon. Maar kijk nu. Vliegtuig gemist.

Ik vertrek om 15.15 uur met de bus en ik kom om 19.50 uur op de luchthaven aan. Mijn vlucht vertrekt om 20.20 uur. De in-check balie is al voor mij gesloten. Ook andere reizigers komen te laat. Slechts vijf passagiers van m’n vlucht – waaronder ik – hebben het niet gehaald. Een te weinig aantal om het vliegtuig te vertragen. Maar ‘Aerolíneas Argentinas’ heeft wel gewacht. Netjes. ‘Delta’ – mijn vliegtuigmaatschappij – ho maar. Dan nog een arrogante Argentijnse Delta-tut die precies de juiste woorden gebruikt om een passagier, die net zijn vlucht heeft gemist, op te fokken. Haar Koninklijke gastvriendelijke en servicegerichte houding zegt: Boodschap 1: had je maar eerder moeten vertrekken; dat het verkeer plat heeft gelegen boeit me niet. Boodschap 2: natuurlijk moet je betalen voor de belasting, dombo. Maar hoeveel precies? Zeg ik lekker niet. Boodschap 3: ik geef je verder geen info; stik erin. Boodschap 4: betalen en opdonderen met je backpack. Men zou niet raar moeten opkijken als ze door een raam wordt gesmeten. Dat ben ik niet van plan, maar mijn creatieve geest ziet het wel voor zich. Nu weer. In slowmotion. Mooie shot.

Geef me de Argentijnse ‘Malbec’ wijn a.u.b. want ik mag 24 uur wachten op de volgende vlucht. No vino para mi, maar wel ‘MacDonalds’, mijn plek voor de komende nacht, ochtend en middag. Ik nestel me in de lekkere leren bruine bank naast de ‘McCafé’, een onderdeel van ‘MacDonalds’ met hele goede bakkies, media lunas en muffins. Moeten ze ook in Nederland opstarten, vind ik. Deze ‘Mac’-dames zien er trouwens ook keuriger uit door hun getailleerde, nette, donkerbruine blouses. In de nacht val ik onrustig in slaap terwijl de ‘Mac’ 24 uur draait. Ik bekijk de Argentijnen en toeristen, zij kijken naar mij als ik wegdommel. Voor een paar uur zijn mijn ogen gesloten, totdat iemand mijn schouders aantikt. Een lange snorremans in zijn beveiligingskostuum kijkt me aan en zegt op serieuze toon “Je mag hier niet slapen”. “Wat is zijn probleem?”, vraag ik me af. Ik observeer hem en hij pretendeert alsof hij de manager van de ‘Mac’ is. Enfin. Ho, de tijd nadert om mijn nieuwe ticket op te halen en $250 neer te leggen. $250,- armer, zo in één zwiep met mijn bankpas! Een welcome home party organiseren? Fiësta om m’n 26ste verjaardag te vieren? Dat worden dan feestjes met kraanwater als hippe drank. Ik mag direct beginnen met werken!

Ik heb mijn nieuwe ticket en ik ben ruim op tijd bij de gate. Daar zie ik de blonde vrouw met dochter die ik eerder in het kantoor van Delta had gezien. Dezelfde vlucht als ik, dezelfde drama. Met een wit wijntje loopt ze me tegemoet en we hebben het over wat er is gebeurd. Ik vertel haar dat ik al sinds dat voorval een enorme zin in wijn heb. Ze kijkt me met haar grijze/groene ogen aan, pakt mijn hand vast en neemt me mee naar de eerst volgende bar. “Je hebt het nodig”, zegt ze en ze bestelt een klein flesje rode wijn voor me. Met koeienogen kijk ik haar verbaasd aan. Ik stribbel tegen, maar het heeft geen zin. Ze doet de fles open en we verdelen de wijn tussen ons drieën, pal voor de gate van ons vliegtuig. Door de alcohol wordt mijn ziel ontspannen in het nog verstijfde lichaam. We kijken naar de steeds kleiner wordende rij die voor de gate staat. De laatste druppel rode wijn wordt in mijn glas gezonken, ik drink het op en we staan op om in de rij te gaan staan. Op weg naar mijn eindbestemming: Amsterdam. Na lang wachten, veel vlieguren en drie vliegtuigen later kom ik aan op Schiphol. Een grote heliumballon met de tekst “Welcome home” wordt vastgehouden door mijn moeder, mijn vader en broer staan ernaast. Heel blij en opgelucht, zijn ze. Het plotseling verschijnend verwelkomingscomité van drie vriendinnen doet me schrikken. En daar komt het besef: ik ben weer thuis.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika17 March 20130 comments0
Read More

Eindhalte Buenos Aires #2

Buenos Aires – Marine en ik worden herenigd. Nadat we samen de trekking naar ‘Torres del Paine’ hebben gedaan, ontmoeten we elkaar weer in Buenos Aires. Waar ze stage bij het Argentijnse Gerechtshof loopt en een knusse kamer in het midden van het centrum heeft. Hierna wil ze door Zuid-Amerika reizen. Por qué no? We chillen in haar kamertje van drie bij vier. Het appartement deelt ze met vijftien andere mensen die voor een bepaalde periode in Buenos Aires wonen. Ik denk terug aan mijn tijd die ik in Buenos Aires heb gespendeerd. Ik heb een heerlijke tijd gehad en nu ik weer terug ben, heb ik het gevoel dat ik weer ‘thuis’ ben. Ondanks de berovingen die op elk hoekje plaatsvinden, de zwervers die in de avond op lugubere plaatsen tot leven komen en een tangoleraar die zijn ‘prooien’ scoort door ze tijdens de privé tangolessen te zoenen. Deze stad heeft door zijn charme iets bij me losgemaakt. Is het de tango? Het heel laat eten en stappen? De warme mensen? De relaxte latino sfeer? Oh, eigenlijk ben ik verliefd op héél Argentinië.

Later in de avond heb ik een date met David, Jessica en Kristen bij ‘La Catedral’. Marine en ik verlaten haar appartement om de bus naar ‘La Catedral’ te pakken. We zitten in de bus, maar ik word een beetje zenuwachtig. Komen we überhaupt wel op tijd? 15 Minuten later is ook op tijd. Na enkele minuten rijden merken we dat de bus een hele andere wijk in gaat. Mijn hartslag pompt sneller. Bij de eerst volgende halte stappen we direct uit. Gelukkig heeft Marine het boekje – met erin hoe alle bussen rijden – bij zich, anders zijn we helemaal verloren. Dit boekje is heilig, net als de Bijbel. We struinen verder en aangezien ik altijd verdwaal door de rare busroutes, pakken we de metro. De minuten verstrijken en een uur later komen we aan bij de ingang van ‘La Catedral’. Porteños zien we, maar niet mijn vrienden. Weer een date van ons die vlekkeloos verloopt. Een lichtpuntje: ‘La Catedral’ is op loopafstand van mijn Spaanse school èn de plek waar de lekkerste empanadas van Buenos Aires worden gemaakt. Het water loopt uit mijn mond als ik er al aan denk. We lopen naar mijn Spaanse school en we vinden het empanadas eetwinkeltje. Ik bestel er twee met kip en roquefort (kaassoort) en bij de eerste hap stoppen mijn hersenen met werken. Ik eet door en mijn hongerige ogen willen meer. Ik neem er nog één. Ik kan mijn geluk niet op.

13 maart 2013. Ik voel me treurig als ik me realiseer dat vandaag de laatste dag en avond is die ik in Buenos Aires spendeer. Gelukkig heb ik vanaf dag één dat ik in de hoofdstad ben aangekomen, mezelf voorgenomen te genieten en stil te staan bij ieder mooi moment dat ik beleef. Als ik terugdenk aan de laatste dagen die ik met David, Jessica en Kristen heb gedeeld, dan kijk ik er met een grote grijns naar terug. Je hoort me ook lachen. Ook al hebben we meerdere keren uren op elkaar gewacht en zijn we elkaar twee keer misgelopen, alsnog heb ik alles gedaan dat ik nog hebben willen doen. Mijn gevoel zegt dat vandaag, mijn laatste dag in Buenos Aires, netjes zonder lange wachttijd gaat verlopen. De laatste dag moet wel vlekkeloos verlopen, toch?

Mijn allerlaatste wens is om een heel goed stuk gegrilde steak van 400 gram bij één van de beste Argentijnse parillas te eten: ‘La Cabrera’. Zo’n overheerlijke steak die mijn mond kan snoeren door de volle smaak die over mijn tong heen glijdt. Dat is mijn wens. We spreken met zijn allen af bij het appartement van Jessica en David. Ik ben – gelukkig – op tijd en ik loop al in hun straat als een paar onaantrekkelijke Argentijnse mannen bij hun motoren staan, me aankijken, naar me fluiten en Spaanse woorden mompelen. Een rilling gaat over mijn rug heen. Ik wil zo snel mogelijk het appartement vinden. Ik kijk en zoek naar het nummerbordje 1300. Twintig minuten lang. En twintig minuten te laat. Waar is 1300!? Twee oudere mannen op straat kijken naar me en ze merken dat ik iets niet kan vinden. Gelukkig zijn deze mannen wel normaal. Ze willen me helpen en zeggen vervolgens datgene dat ik al heb gedacht: 1300 bestaat niet. Ik voel me gefrustreerd en verloren want dit is al de vierde keer dat onze date misgaat.

Één van de twee mannen loopt met me mee naar een hotel die in dezelfde straat staat. Ik bel aan en ik leg mijn verhaal in het Spaans uit en of ik – alsjeblieft? – even van zijn internet mag gebruikmaken. De man waarmee ik heb gesproken, doet de deur open en nodigt me uit om naar binnen te gaan. Ik laat een bericht op Facebook achter en gelukkig reageert Jessica snel door te zeggen dat het nummer 1327 (!) is. “Oeps.”, zegt ze dan. Opgefokt ben ik. Maar tegelijkertijd ook opgelucht. Ik bedank de man en ook mijn twee engeltjes op straat. Davids en Jessica’s appartement staat letterlijk tegenover het hotel. Jessica staat op het balkon, ze zwaait naar me en kijkt me aan met een ‘het spijt me’ in haar blik verscholen. Ik blijf buiten staan want Kristen zal ook op zoek gaan naar nummer 1300. Een half uur later is ze vijftien meter van mij vandaan. Ze loopt samen met een vriendin van haar, glimlachend kijkt ze me aan, terwijl er twee diepe rimpels tussen mijn wenkbrauwen zijn gekerfd en mijn lippen een rechte lijn vormen door de boosheid.

Ik ben al wat meer bedaard nadat ik Kristen op straat heb gevonden. De groep is weer compleet, yes. We pakken de metro om naar ‘La Cabrera’ te gaan. Na een rit van 40 minuten zie ik eindelijk de naam van de parilla staan. Eindelijk zijn we er! We nemen plaats bij een tafel dichtbij de hoofdingang. Observerend neem ik het restaurant op me. Het is chique met een romantisch tintje eraan. Wij genieten van het rode wijntje en brood met allerlei smeersels en kleine stukjes vlees. Jammie. Het hoofdgerecht komt binnen en ik begin te kwijlen als ik het grote stuk vlees voor me op tafel zie. We delen de grote steak van 400 gram met zijn drieën en David heeft zijn eigen T-bone steak. De tafel valt volledig stil als we de eerste happen nemen. Smik-smak, wat een genot! Het vlees is dik, groot, zeer mals en om je vingers bij af te likken! Ik heb lang op dit goddelijke vlees gewacht. Hoe kan deze avond nog beter worden? Door op je laatste avond helemaal uit je dak te gaan in een discotheek in de wijk San Telmo. Voor Kristen en ik is de entree gratis, voor nop krijgen we rode wijn en we laten ons lekker op de housemuziek gaan als ineens een dame naar me toeloopt om XTC aan me te verkopen. Ik lach naar haar, ik zeg dat ik dat niet nodig heb en ik dans weer lekker verder.

14 maart 2013, de dag om afscheid van Buenos Aires, Argentinië en heel Zuid-Amerika te nemen. Waren plaatsen maar iets tasbaars, dan kon ik ze knuffelen en zeggen dat ik binnenkort weer terug kom. Maar nu zit ik in een café met een cappuccino in mijn handen en David tegenover me. Lunchtijd. Ik doe de deur van mijn huilende hart een beetje voor hem open en hij snapt hoe ik me voel. Hoe ik het moeilijk heb. Dat ik al dag moet zeggen tegen Zuid-Amerika, terwijl ik hier nog langer wil blijven. Hij snapt het helemaal. Hij heeft dit gevoel ook eerder gehad. Maar dan met Australië. Na een reis van een jaar is hij na terugkomst depressief geraakt, omdat het hem zo hard heeft geraakt. De optimistische ik hoopt dat dit niet bij mij gebeurt. Ik geloof ook niet dat dit me zal overkomen. Maar droevig word ik wel. Ik vraag aan David hoe laat het is. Het is tijd. Ik moet gaan, terug naar mijn hostel, afscheid nemen van David, mijn spullen pakken en met de man meegaan die me ophaalt. Op het allerlaatste minuut staat Jessica in mijn hostel, blij dat ik nog niet weg ben. Ik geef haar een dikke knuffel en ik adviseer haar om volop te genieten van haar reis. Van elke dag er alles uithalen. Van Kristen neem ik afscheid via ‘Facebook’. Eigenlijk heb ik de vorige avond al afscheid van haar genomen. Tientallen afscheidskusjes van haar zo op mijn gezicht. Èn een dikke, warme knuffel van mij toen ze weer als een klein meisje zo lief naar me ging glimlachen.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika12 March 20130 comments0
Read More

Eindhalte Buenos Aires #1

Buenos Aires – De afgelopen maanden heb ik in tientallen bussen gezeten. Non-stop op weg naar bestemmingen die ik met eigen ogen heb willen verkennen. Maar nu, zit ik in de allerlaatste bus van mijn reis. Van Bariloche naar Buenos Aires. Bariloche heeft koude en sterke windvlagen die door mijn haren wapperen. Kleine regendruppels vallen naar beneden. De bus verlaat de donkere wolken en rijdt naar zonnige Buenos Aires. Dè eerste Zuid-Amerikaanse stad waar ik zes maanden geleden de eerste paar dagen ietwat angstig rond heb gelopen. Mijn alertheid staat weer op scherp als ik 24 uur later op Retiro, het busstation van Buenos Aires, aankom. Ik twijfel of ik met de taxi of met de metro zal gaan. De taxichauffeur zal al het geld uit mijn portemonnee willen hebben, maar in de metro wacht waarschijnlijk een bende om me met mosterd te besmeuren om me zo af te leiden en van al mijn spullen te beroven. De enige andere toerist die in dezelfde bus als ik heeft gezeten, kijkt me langdurig aan. Misschien wil hij wel met me mee?

Metro A en C leiden naar het door mij geboekte hostel: ‘Rock Hostel KM0’. Die ene toerist heet Andre uit Canada en hij gaat met me mee, want hij heeft geen flauw benul welke kant hij op wil gaan. De angst verdwijnt als we zonder mosterdsmurrie op onze kleding de metro’s overleven. Na een paar meter lopen, staan we voor de grote deur van het hostel. De deur gaat voor ons open, nadat ik heb aangebeld. We lopen de trap op en worden verwelkomd door de hostel crew èn Kristen. De Amerikaanse yoga- en salsalerares die als een klein meisje zó lief lacht dat ik de neiging krijg om haar als een teddybeer te knuffelen. Ik ken haar van eerder. In het hostel ‘Casa Margouya’ heb ik haar op mijn laatste avond in Puerto Varas voor het eerst ontmoet, direct meegesleurd naar ‘El Barista’ en de avond wordt een reeks van gezelligheid, rode wijn en een dik stuk brownie. Paar maanden later maak ik mijn eten in de keuken van het hostel in Bariloche, terwijl er al een paar mensen zitten te eten. Iemand van die eters kijkt me nieuwsgierig aan en zegt “Ik ken jou ergens van”. Ik kijk terug naar haar, maar er rinkelt geen belletje. Totdat ze Puerto Varas, ‘Casa Margouya’ en ‘El Barista’ opsomt. Het lichtje brandt en we kijken elkaar met een glimlachje aan.

Terug naar Buenos Aires. Nadat ik een bed in de slaapzaal van ‘Rock Hostel KM0’ heb geclaimd, tutten Kristen en ik diezelfde avond ons op voor een tangoles in ‘La Catedral’. Optutten als in: korte broek en simpel topje aan, make-uploos en op slippertjes het nachtleven ingaan. ‘La Catedral’ ziet er oud, duister en mysterieus uit, dit vangen mijn ogen op als we bij de kassier stilstaan om een kaartje te kopen. We rekenen af voor een beginnersles tango. We wachten totdat de les begint. Ondertussen wordt de Argentijnse tent ietwat drukker met toeristen zoals wij. We leren David (Engeland) en Jessica (VS) kennen die net zijn begonnen met hun reis en in Buenos Aires Spaans leren. En nu ook tango dus. Net als ik toen. Met een tekort aan mannelijke dansers, dans ik af en toe met Kristen of Jessica. Maar wie is dan de man? We proberen de rollen af te wisselen, maar ik word giechelig als ik de mannenrol uitvoer. De Argentijnse dames die deze les ook volgen, hebben hun mooie jurkjes aan. En torenhoge pumps voor the finishing touch. Zo dansen de mujeres in hun pumps, terwijl de backpacker, ik dus, de slippers in een hoek van de zaal gooit en de danspasjes op haar blote voeten uitvoert. Heerlijk! Na het uurtje tangoles, maken we ruimte voor de tango gevorderden. Daarna begint de milonga, de gelegenheid om je tangostappen aan het publiek te laten zien. Zoals wij: David, Jessica, Kristen en ik nippend van onze lekkere droge witte wijn. We genieten!

Om 11 uur kom ik aan op het ‘Plaza de Mayo’ plein. Ik loop naar het grote witte standbeeld met de onafhankelijkheidsdatum van Argentinië erop. Algauw zie ik David en Jessica op me af struinen. Kristen is er nog niet. Ik ga in de zon op een bankje zitten en ik zit gebakken. Die twee dwarrelen om me heen rond, terwijl ik rustig afwacht. Één uur later en Kristen is er nog steeds niet. Waar is ze? 11 Uur hebben we toch gezegd? Met slechts één persoon van de vier personen die een telefoon heeft, kunnen we haar niet direct benaderen. Volgens haar hostel is ze al om half 11 weggegaan. We wachten nog maar een uur. Twee uur later vertrekken we maar met zijn drietjes en een half uur later struinen we door de bekendste gekleurde straten van de wijk ‘La Boca’, ‘Caminito’. Met hetzelfde riedeltje van tangodansende Argentijnen, restaurants waar toeristen de zaak vullen en bejaarde Argentijnen die met hun mooie tangostem de gasten entertainen. Ik loop weer rond in ‘La Boca’, zes maanden later. Wat heb ik dit toch gemist.

Elke maandag is er ‘La Bomba de Tiempo’! Vijftien man die op het podium van ‘Konex’ het relaxte, swingende en blowende publiek entertaint. Deze ritmische maandag is voor mij niet onbekend. Integendeel. In oktober heb ik deze avond eerder meegemaakt. Zwetend liet ik mijn losse danspasjes zien en ik was één met de muziek. Ik heb toen gezegd dat ik deze avond nog een keer wil meemaken, voordat ik de vliegtuig naar Nederland pak. En ik ben nog op tijd. Bij de bar bestel ik een Fernet Cola, de Argentijnse specialiteit qua drank. De barman doet zijn dingetje: hij pakt een grote plastic beker en giet er fernet en cola erin. Ik loop de rest van de avond met een halve liter beker in mijn handen.

Naarmate de avond vordert, hoe meer ik ontblote mannelijke bezwete borsten zie. Mijn slierten hoofdharen beginnen in mijn gezicht te plakken. Zo ook bij de anderen. Ik dans ietwat timide door de Fernet Cola in mijn hand, maar ik dans alsof dit mijn laatste avond is. Zodra de percussie op het podium is afgelopen, staat een spelende brassband al buiten op ons te wachten. Een deel van het publiek begint te wiebelen met hun heupen, terwijl de brassband naar de locatie van de afterparty loopt. Wij doen mee. De groep wordt groter, ondertussen voel ik de gehele ritme in mijn lijf stromen. Ik dans op straat, uitbundig met een gigantische grijns op mijn gezicht. Ik voel me zo vrij als een vogel. Ik ben zo blij en trots op mezelf. Zo trots dat ik deze reis heb gedaan. Alleen. We blokkeren de wegen voor de taxi-chauffeurs. De één toetert op de beat mee, de ander omdat hij de dansende mensen voor zijn auto weg wil hebben. De politie blokkeert een paar rijstroken, zodat wij veilig bij de afterparty aankomen. Het feest gaat gewoon door tot diep in de nacht.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika08 March 20130 comments0
Read More