Doris Furcic posts by author

Foto van Doris Furcic op Little Corn Island

Little Corn Island: het paradepaardje van Nicaragua

Je wordt nat, je wordt ziek, je stinkt, je bent moe en je slaapt in een bordeel om dan de volgende ochtend de enige boot in de week richting van de parel van de Caribische kust te pakken. En wat zie/hoor je dan? Stranden vol palmen, rijk gevuld met kokosnoten, een zee met warm & helder & azuurblauw water en een immens rijke onderwaterwereld, sappige mango’s & stervruchten, wiegend aan de bomen, dancehall-& reggae-muziek, zachtjes op de achtergrond, beperkte wifi en de locals, glimlachend & stressloos. Ik heb het hier over het autovrije paradepaardje van Nicaragua én de laatste bestemming van mijn soloreis: Little Corn Island.

Verder lezen?

Foto: Inge van den Broek van pixaboo.nl

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel05 October 20170 comments0
Read More
Foto van de lokale bevolking in San Juan del Sur te Nicaragua

San Juan del Sur in Nicaragua

Vlak over de grens van Costa Rica, in het uiterste zuiden van Nicaragua en aan de Stille Oceaan, daar ligt het oud-vissersdorpje San Juan del Sur. Kleurrijk én pittoresk. En populair, dat ook, vanwege de Sunday Funday pool parties, de prima surfspots, de knusse koffietentjes en een torenhoog beeld van Jezus dat hoog op een heuvel staat, over alles uitkijkend. De ontspannen sfeer inhalerend, besluit ik hier een week te blijven. Dagelijks dobber ik in zee, terwijl hitsige Nicaraguaanse pubers aan catcalling doen. En verder geniet ik, ook dagelijks, van een machtige zonsondergang én ben ik getuige van Sunday Funday.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel02 September 20170 comments0
Read More
Foto van een hagedissoort in Corcovado NP te Costa Rica

Corcovado National Park in Costa Rica

Naast luiaards hangen er brul-, eekhoorn-, spin- en kapucijnapen in de bomen. De Amerikaanse krokodil rust stilletjes in het water. Ook ongrijpbare katachtigen, zoals de jaguars, poema’s, ocelotten en zwarte leguanen, zijn hier thuis, net als tientallen giftige slangen, coati’s, tapirs, miereneters en leguanen. Door de lucht vliegen geelvleugelara’s, tijgerreigers, zwarte gieren en nog véel meer. Want dit is Nationaal Park Corcovado, gelegen in het uiterste zuidwesten van Costa Rica, op het schiereiland Osa. Volgens National Geographic is dit de ‘the most biologically intense place on Earth’.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel01 September 20170 comments0
Read More
Foto van een surfer in Pavones te Costa Rica

Pavones, Costa Rica’s legendarische surfspot

Morpho’s vlinders fladderen rond, Tico’s (locals van Costa Rica) en toeristen wandelen door het stadje met een surfplank onder hun arm. De zon straalt vanuit de hemel. Palmen wuiven met de wind mee. Eekhoornapen koekeloeren met hun zwarte kraaloogjes naar de stretchende yogi’s. Surf House Pavones transformeert in een Baywatch set. Fotografen met serieuze zoomlenzen schieten de beste kliekjes, terwijl surfers ’s werelds twee-na-langste left-hand surf break berijden. Dit is Pavones, de legendarische surfspot, tegelijkertijd het vergeten hoekje en ‘the end of the road’ van Costa Rica.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel25 July 20170 comments0
Read More
Foto van Doris Furcic, duikend bij Isla de Coiba te Panama.

Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Ontsnap Panama-Stad voor een dagje of meer en kom naar het eiland Taboga. Het ‘Eiland van de bloemen’, een autovrij land in zee van eeuwige bloesems, rondvliegende pelikanen, bescheiden en hartverwarmende mensen op een kleine, bijzondere paradijs. Pak hierna de veerboot en 2 bussen richting Santa Catalina, ongeveer 7 uur van Panama-Stad vandaan. Een vissersdorpje, perfect om volop te chillen, te surfen en te snorkelen of te duiken bij het adembenemende en UNESCO Werelderfgoed: Isla de Coiba.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel02 July 20170 comments0
Read More
Foto van de wolkenkrabbers in Panama-Stad

Panama-Stad: koffie, Casco Viejo en Panamakanaal

Vanuit het taxiraampje staar ik naar buiten. In de avond kleurt de lucht donkergrijs, enkele sterren sieren de hemel, waarbij tientallen lichtgevende wolkenkrabbers alle aandacht opeisen, zodra de taxichauffeur en ik de Panama-Stad naderen. Eenmaal in het centrum aangekomen, verblijf ik in het zeer charmante, eerder prijswinnende hostel en hotel in één: Magnolia Inn. Gelegen in het historische centrum en UNESCO werelderfgoed: Casco Viejo, één van de bezienswaardigheden van de Panama-Stad. Elke dag nip ik aan Panamese koffie en bezoek ik het kolossale en indrukwekkende Panamakanaal.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel25 June 20170 comments0
Read More

Portfolio

Nieuwsgierig naar de schrijfkunsten van Doris Furcic? Bekijk hier de portfolio met haar gepubliceerde werk, uitgevoerde social media en SEO-werkzaamheden.

Haar opdrachtgevers in een notendop:

  • Sawadee
  • ANWB.nl
  • REIZ& Magazine
  • Gemeente Den Haag
  • Leuk!070
  • Stella Personal Development
  • De Haagse Hogeschool
  • Coalitie Den Haag Studentenstad
  • Just Peace Festival
  • ONE Festival
  • SNP.nl Natuurreizen Magazine
  • Alexx Design
  • Cakepicture
Doris FurcicPublications24 June 20170 comments0
Read More
Foto van een kreeft en de San Blas-eilanden in Panama

Zeilend naar de San Blas-Eilanden

Adios Colombia, hola San Blas-eilanden! Een archipel van 357 eilanden, vlak voor de Caribische kust van Panama, ten oosten van het Panamakanaal. Met de zeilboot Koala 3 cruise ik 5 dagen lang richting deze bewoonde eilanden. Ruisende palmbomen sieren de eilanden en de kokosnoten ploffen op de grond. De Caribische zee is zo helder en warm alsof alle kuna’s, de inheemse bevolking van de San Blas-eilanden, er zojuist in hebben gepist. Grote, oranjekleurige zeesterren schitteren op de bodem van de zee. De kuna’s proberen een extra centje te verdienen door hun zelfgemaakte sieraden te verkopen en hun handje op te houden zodra ze de ‘klik’ van een camera horen.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel30 May 20170 comments1
Read More
Foto van de Tatacoa-woestijn in Colombia

Fietspech in de Ratelslang-woestijn

Semana Santa, de week voor Pasen wordt uitbundig gevierd in het zuiden van Colombia. Deze feestdag hijgt in mijn nek en zorgt ervoor dat ik mijn plan moet omgooien, dé salsastad Cali en de Pacifische kust moet schrappen. Met een snelle vaart reis ik door Salento, Popayán, San Agustín en de Tatacoa-woestijn. Voordat deze plaatsen met religieuze beelden versierd worden, op drastische wijze het lijden van Christus en Maria in de straten zichtbaar worden gemaakt, en menig Colombianen vanuit de grote steden naar het platteland in Zuid-Colombia trekken.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel27 May 20170 comments0
Read More
Foto van de Cocoravallei nabij Salento te Colombia

Salento in Colombia: koffie en torenhoge palmbomen

De afgelopen jaren is het dorpje Salento in Colombia ontpopt tot een echte toeristenbom. Menige backpacker arriveert in dit kleinschalig plaatsje om bij één van de koffieplantages op visite te gaan. Voor een lekker bakkie en een koffietour. De andere dag wandelen ze naar de Cocoravallei waar palmbomen van meer dan 80 meter ze verwelkomen. Ook ik streep deze activiteiten af van mijn to-do-lijst. Maar ik ontloop de kudde die in Salento verblijft, want ik ontdek een verborgen parel: Refugio de la Puente Explanación waar ik midden in de natuur overnacht. En in een of ander godvergeten gat experimenteer ik met ayahuasca. Hét medicijn uit het Amazonegebied.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel07 May 20170 comments0
Read More
Foto van flesje in de zee bij de San Blas-eilanden

Doris reist: San Blas-eilanden, een paradijs met troep

De San Blas-eilanden is een paradijs. Een archipel van 357 eilanden te vinden vlak voor de Caribische kust van Panama, ten oosten van het Panamakanaal. De inheemse bevolking ‘kuna’s’ bewonen de eilanden. Omringt met de Caribische Zee.

Water zo helder en warm alsof alle kuna’s er zojuist in hebben gepist. Je ziet de prachtige zeesterren met blote oog vanuit een boot, in de zee en nog beter als je ze met een duikbril bekijkt. Mochten je ogen echt open zijn dan zie je ook het afval, liggend op het eiland en in de zee.

Lees m’n column op de website van Leuk!070 verder:

 

Doris FurcicTravel04 May 20170 comments1
Read More
Foto van de El Penol rots in Guatape, Colombia

Guatapé en San Rafael in Colombia

Vanuit Medellín maak je makkelijk een uitstapje naar Guatapé en San Rafael rondom de tweede grootste stad van Colombia. Als je in Medellín bent, mag je het kleurrijke dorpje Guatapé niet overslaan. Van Medellín pak je de bus richting Guatapé, waarbij je onderweg verrast wordt door de gigantische La Piedra of El Peñol rots. 2 Dagen vertoef ik mijn tijd in het decoratieve dorp. Met de volgende halte: San Rafael, omringd met groen, rivieren en otters.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel25 April 20170 comments0
Read More
Foto van graffiti in Comuna 13, wijk in Medellin te Colombia

Medellín: dé herboren stad in Colombia

Medellín: ‘stad van de eeuwige lente’, en daarna moordhoofdstad van de wereld, onbetwiste centrum van de wereldwijde cocaïnehandel én de werkplaats ‘El Patron del Mal’: drugsbaron Pablo Escobar. Maar inmiddels is Escobar alweer 23 jaar dood en begraven, en is Medellín het nieuwste én veilige toeristencentrum van Colombia, met de Pablo Escobar Tour als populairste uitje.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel24 April 20170 comments0
Read More
Foto van Prima Luna Beach Hostel

Palomino, de Colombiaanse rust zelve

In een rij vliegen de pelikanen boven je hoofd. De Caribische Zee vormt krachtige golven. Wapperende rode vlaggen waarschuwen je voor de sterke stroming. Je voelt het zand tussen je tenen. Op de achtergrond weerklinken de vallenato-melodieën uit een muziekboxje van een strandhutje. Frisse fruitsappen en cocktails gaan als warme broodjes over de toonbank. Ruisende palmbomen met vallende kokosnoten sieren het strand. Straathonden lopen rond, smekend om geaaid te worden. Hippies met zelfgemaakte sieraden en proberen je te charmeren om wat te kopen. Af en toe passeren de naar de grond kijkende inheemse Kogi-mensen, gehuld in witte kleding. Sommige backpackers lopen je met een rubberen band voorbij. Er is geen ruimte voor haast, want hier is het tranquilidad ten top. Welkom in Palomino, een stadje dat je niet mag missen in het Colombiaanse Caribische gebied. Het is dé bestemming waar ik mijn 30ste verjaardag vier.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel14 April 20170 comments0
Read More
Foto van Doris Furcic aan het duiken

Taganga, de goedkoopste en onveilige duikspot

Ik doe mijn slippers uit en mijn blote voeten voelen het warme zandstrand van het vissersdorpje. Uitkijkend over de Caribische zee en de zon die rond 18:00 uur naar beneden zakt en de lucht donkeroranje kleurt. Als de zon is verdwenen, transformeert het dorpje in een toch wat luguber stekkie, bekend dankzij enkele berovingen en waar onlangs een Amerikaanse vrouw is verkracht. De komende dagen blijf ik hier om mijn PADI Open Water Diver-duikbrevet te behalen. Ik ben in Taganga, de goedkoopste plek ter wereld om je PADI te scoren. Maar ook, volgens Lonely Planet, één van de onveiligste, depressieve drugsplekken van Colombia.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel07 April 20170 comments0

Read More
Foto van Diana van de cacaoplantage in Paso del Mango

Santa Marta, de welkomstpoort van het noorden

Het is de drukte en hectiek in Barranquilla die mij naar Santa Marta doen vluchten. Het is de oudste, nog bestaande stad in Colombia. Voorheen bewoond door de indianen van de Tayrona-cultuur, maar is in 1525 door de veroveraar de Espanja Rodrigo de Bastidas gesticht. Santa Marta is een belangrijke havenstad, maar onder de reizigers staat het bekend als de welkomstpoort voor het Tayrona park, Ciudad Perdida, Minca, Taganga en Palomino. Voor nu verken ik Paso del Mango, Minca en Taganga.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel29 March 20170 comments0
Read More
Foto van Doris Furcic bungeejumping

Maximaal avontuur in San Gil

Adrenalinejunkies opgelet! In de Santander regio vind je hét outdoorwalhalla van Colombia, San Gil. De ene dag ren ik van een berg en hang ik paraglidend en kotsend in de lucht boven het Chicamocha ravijn. De volgende dag donder ik 70 meter naar beneden met een bonzend hart in mijn keel, richting Rio Fonce omringd met talloze bomen. Met een raftingteam als publiek, dat gillend en applaudisserend mijn val van beneden beleeft.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel14 March 20170 comments0
Read More
Foto van Doris Furcic

Blogger voor ANWB Vakantie

Primeur! Sinds februari 2017 blog ik voor ANWB Vakantie. Ik reis helemaal solo door Latijns-Amerika en ik laat jou meegenieten met mijn reisverhalen. Ondertussen staan mijn avonturen over Bogotá, Villa de Leyva, Barichara, San Gil, Barranquilla, Santa Marta, Paso del Mango, Minca, Taganga, Palomino, Medellín, Guatapé en San Rafael op de website van ANWB. Lees hier al mijn reisblogs:

Doris FurcicPublications12 March 20170 comments0
Read More
Foto van Doris Furcic op de El Santo berg

Villa de Leyva, het pittoreske koloniale stadje

Buenas, Villa de Leyva! In Bogotá hoorde ik van backpackers tot Bogotanen dat je Villa de Leyva niet mag missen. En ze hebben gelijk. Slechts bewoond door ongeveer 4.000 mensen, pittoresk met een rustgevende uitstraling, verklaard tot nationaal monument, rijk aan musea, blauwe lagunes, kleihuis, fossielen uit het Mesozoicum en het Krijt en een met armen gespreide Jezus hoog op een berg, uitkijkend op de stad.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel07 March 20170 comments0

Read More

Dora la Exploradora in Bogotá

Ik zeg ‘vaarwel’ tegen de hoogteziekte en als Dora la Exploradora verlang ik naar avontuur. De komende dagen ontmoet ik Colombianen. Voor een praatje, flirterige wisselende blikken en er wordt naar me gefloten. Daarnaast proef ik de beste ajiaco van de wereld, doe ik een graffitirondleiding, van exotisch fruit naar de hoeren fietstour, en een trekking door Páramo de Sumapaz.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel01 March 20170 comments1
Read More
Foto, graffiti, tag, bogota, Colombia

Welkom in Bogotá, Colombia!

Bezweet, met hangende oogleden en naar slaap snakkend, arriveer ik na een reis van 20 uur in m’n hostel Sue Candelaria in de hoofdstad van Colombia. Bogotá ligt op 2600 meter hoogte en dit wekt hoogteziekte bij mij op. Lees hoe ik de eerste dagen in de Colombiaanse hoofdstad overleef. Denk aan: mijn ervaringen met hoogteziekte, de hartverwarmende momenten in hostel Sue Candelaria, mijn eerste avonturen met de Baskische mannen Fernando en Iosu en rare taferelen met een Canadese dame die ineens iets bij mij te zoeken heeft.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel20 February 20172 comments1

Read More
graffiti_bogota

Soloreizen door Latijns-Amerika

Buenas uit Colombia! Voor je het nog niet wist, mijn soloreis door Latijns-Amerika is al gestart. De komende vier maanden reis ik solobackpackend door Colombia, Ecuador, Panama, Costa Rica en Nicaragua. Zoiets. Mijn koers kan makkelijk veranderen aangezien ik graag met de wind meega. Verwacht verhalen over mijn wilde, bizarre en ludieke avonturen. Met de billen bloot, recht voor zijn raap én humor. Oftewel wat je echt kan verwachten als je als vrouwelijke soloreiziger door Latijns-Amerika reist. De eerste blog komt binnenkort online. Ga je mijn avonturen volgen?

Doris FurcicTravel18 February 20170 comments3
Read More
Doris-Furcic_reis-blog-colum_leuk070_online-magazine-Den-Haag_Lnw

Haagse Hopjes en stroopwafels

Iemand kijkt naar me. Ik voel het. Vanuit mijn oordoppen weerklinken de Colombiaanse cumbiaklanken in mijn oren, terwijl ik in tram 1 richting Delft Tanthof dromerig naar buiten staar.

Even later zegt mijn intuïtie dat diegene nog steeds naar me gluurt. Het is de vrouwelijke 70-plusser naast me, die me met jampotglazen aandachtig bekijkt. Wat moet ze van me?

Mijn bubbel wordt verstoord en ik raak een tikkeltje geïrriteerd. Plop! Mijn rechteroor bevrijd ik van mijn oordop en ik krijg van deze dame toch een spraakwaterval over mij heen. Gewoon lekker ‘Haags lullen’, dat wil zij. Alleen een bakkie pleur ontbreekt nog.

Van de wereld afgesloten

Er schuilt een avonturier en ongetemde soloreiziger in mij, dus ik reis regelmatig. In mijn columns zal ik met mijn blik en humor onze eigenaardigheden met de rest van de wereld gaan vergelijken.

Nu ik enige tijd in Nederland ben, valt het me op dat ik als de meeste 070’ers op dezelfde manier mijn ov-rit ervaar. Oordoppen in, muziek beluisterend, de socialmediakanalen op mobiele telefoon bekijkend, whatsappend en tussendoor ook even naar buiten starend.

Tijdens mijn ov-reis geniet ik van mijn ‘ik-tijd’ en dan ben ik he-le-maal van de wereld afgesloten. Toch bijzonder, want als ik in het buitenland ben, sta ik te trappelen om daar in de bus, trein, of het krakkemikkige pendelbootje met de locals in contact te komen. In andere landen is het openbaar vervoer juist een ontmoetingsplek.

Een kip als hulpmiddel

Soms wordt een (levendige) kip als middel gebruikt om in het openbaar vervoer met jou in contact te komen. In Bolivia gebeurt dat. Ok, eigenlijk is het meer een vraag om hulp, want de Boliviaan die naast je zit, heeft al genoeg kippen op zijn schoot. Deze kip is dan wel je reismaatje voor de gehele rit, maar je babbelt er wel op los met de kipeigenaar.

Een keer pakte ik een bus van Sucre naar La Paz. Urenlang sprak ik met Juan – mijn buurman – en door de bizarre nachtkou deelde hij zijn dekentje met mij. Lief. Een ander moment werd de door mij gezegde magische zin ‘Hola, que tal?’ tegen een Boliviaan anders geïnterpreteerd. Plotseling begon de Boliviaan met zichzelf te spelen. En ik was zijn amuse. Ja, wat doe je dan?

Flirtende Spanjaarden

Spanjaarden staan eenmaal bekend als rokkenjagers. Het is dan meerdere keren voorgekomen dat er ook in de bus een Spanjaard met de bovenste knoopjes van zijn overhemd geopend en uitkomend plukje borsthaar mij met ‘Hola.’ begroette. Daarbij gingen zijn wenkbrauwen op-en-neer om nog beter zijn avances naar mij kenbaar te maken. Hij wilde dólgraag met me communiceren.

De Spaanse vrouw kan er ook wat van. Heeft ze door dat je Spaans spreekt? Dan gaat ze los: las palabras vloeien uit haar mond en de handen wapperen alle kanten op. Ze zijn altijd wel in voor een babbel… gewoon voor de gezelligheid.

Mate drinken met een wildvreemde

Ik herinner me nog goed dat ik in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires met de bus van de wijk San Telmo naar Palermo reed. Een porteño stond naast me, wachtend op zijn halte met een thermoskan onder zijn arm geklemd. Ik wist wat erin zat, want zowat elke Argentijn paradeert met een thermoskan op straat.

Ik zei met een verliefde blik ‘mate!’ tegen hem en we begonnen spontaan met elkaar te praten. Het is daar heel gebruikelijk om deze thee uit één speciaal matekopje samen te drinken. Na een door mij uitgevoerde oogcontrole of de mond van de man koortslipvrij was, dronk ik samen met een wildvreemde Argentijn de heerlijke, bittere thee in de bus.

Haagse hopjes en stroopwafels

Waarom zijn wij eigenlijk zo in onszelf gekeerd als we in Den Haag en omstreken van het openbaar vervoer gebruik maken? Zodra ik tram 1 terug naar Scheveningen Noorderstrand pak, merk ik weer de telefoonverslaving op. Bij sommigen kan je net een klein tikje op het hoofd geven, zodat zijn lippen op zijn telefoon belanden. Kusje erop?

Gaat het jou lukken om meer afstand van je mobiele telefoon te nemen? Ik ga het proberen. Wat als wij in 070 een hulpmiddel inzetten om écht sociaal gebabbel te bevorderen? Ik denk niet dat een kip of mate bij ons gaat werken. Maar kunnen de Haagse Hopjes of stroopwafels ons verleiden om in het ov weer een gesprek met een vreemde aan te knopen?

Dit artikel is op 8 februari 2017 gepubliceerd op de website van Leuk!070.

 

Doris FurcicTravel12 February 20170 comments1
Read More

Charles Bukowski’s wijze woorden: go all the way

Het is dit filmpje van Limestone Pictures dat zorgt voor rillingen over mijn rug, kippenvel op mijn armen en dat mijn hart sneller gaat kloppen. Verlangen, verlossing, kracht en vrijheid. Het is de combinatie van de sprekende beelden, de krachtige woorden van Charles Bukowski, de warme stem van Tom O’Bedlam en de gevoelige snaar rakende muziek die je als het ware meteen een zetje geeft om all the way te gaan.

Doris FurcicTravel02 February 20170 comments0
Read More
Doris Furcic racet een buggy in Primosten, Kroatie

Beach buggy racing in Primosten, Kroatië

“Harder! Harder!”, zeg ik met twinkelende ogen en een grote glimlach op mijn gezicht als we het pittoreske schiereiland Primosten in een beach buggy verlaten. Op de snelweg racend richting Split, totdat m’n nicht Katarina plotseling naar rechts stuurt en we een kleine weg richting de ongebaande paden van dorpen betreden. We knallen door totdat ze ineens op het rempedaal stapt en we resoluut stilstaan. “Nu ben jij aan de beurt!”, zegt ze met een grijns op haar gezicht. Vlak hiervoor hoort ze van mij dat ik al 10 jaar mijn rijbewijs heb, maar nooit – ik herhaal – maar dan ook nooit achter het stuur zit. Als medepassagier had ik – lachend als een hyena – het al naar me zin, totdat ik met geknepen billen achter het stuur ben gaan zitten.

Plankgas!

Kijkend naar de pedalen voor me, zie ik dat ik er eentje mis. Geen koppelingspedaal, maar alleen gas- en rempedaal. Het kleine stuur vraagt er om om door mij aangeraakt te worden en ik leg mijn handen erop. De laatste keer dat ik een stuur heb aangeraakt, is zeker meer dan 5 jaar geleden. Ik druk het gaspedaal in en het produceert een hard en ruig, brommend geluid. Mijn ogen gaan er nog meer van glunderen! De eerste en tweede seconden houd ik mijn rechtervoet voor de helft op het gaspedaal, totdat ik de drang krijg om te experimenteren hoe snel hij gaat. Het harde geluid wordt luidruchtiger, de steeds meer vrijkomende benzinegeur vertroetelt mijn neusgaten en de buggy gaat als een malle vooruit, terwijl Katarina en ik wild zoeven langs de dorpslui.

Beach buggy racing vastgelegd op video:

Ontwaakte daredevil

De kilometerstand laat 32 km/u zien, maar dat is een façade volgens Katarina. Met meer dan 50 km/u racen we door de bush bush, langs meerdere dorpen en de kerk in het dorpje Prhovo, vlak voordat een rouwstoet de weg ontneemt. Algauw herken ik het weggetje waarop we rijden. Zwaaiend arriveren we in Furcicevi, de plek waar de meeste familie van mijn vaderskant te vinden is. De krachtige wind laat mijn uit de knot stekende haartjes alle kanten doen wapperen en ik denk even: ‘Ik hoop dat mijn lenzen er niet uit vliegen’. Alsnog staan mijn bruine kijkers de hele rit wijdopen, mijn lachrimpels zichtbaar en mijn mond open door voortdurend gelach. Een signaal van plezier, opwinding, geluk en een adrenalinestoot die door mijn lichaam reist. De verloren daredevil in mij, is weer ontwaakt.

Meer actie zien?

Een tijdje geleden ben ik wezen skydiven in Argentinië! Met een wilde, brute kracht donder je naar beneden, terwijl je naar adem hapt en je wangen en oorlellen alle kanten op wapperen. Bekijk hier het bewijs van mijn skydivingsavontuur in Argentinië >>

Doris FurcicTravel26 October 20160 comments0
Read More

Costa Rica: luiaards, vulkanen en volop actie

Ik zou zo mijn backpack pakken en hop! een rondreis door Costa Rica willen maken. Het land in Midden-Amerika staat bekend om de afwisselende natuur met nevelwoud, ruige kust met palmen, wild stromende rivieren, vulkanen en jungle. Felgekleurde kikkertjes, krijsende toekans, neusberen, kaaimannen, luiaards, brullende apen en schildpadden, die tientallen eieren leggen op de Carabische stranden van Costa Rica, sieren deze tropische bestemming. Natuur, trekkings, duiken, surfen, zwemmen en jammie eten. Costa Rica, het land van pura vida ‘het echte leven’, wordt dat de volgende bestemming?

Volop actie in Costa Rica

Ben je in voor een rondreis? Costa Rica is je bestemming? En je wilt juist graag iets actiefs doen? Dan is dit de plek. Er zijn veel mogelijkheden om een sportieve vakantie te beleven. Costa Rica kent namelijk vele plekken, die elk weer geschikt zijn om een ander soort sport te beoefenen. Je kunt er onder andere:

  • duiken
  • zwemmen
  • bungee jumpen
  • hiken
  • kayakken
  • surfen
  • zeilen
  • wandelen
  • en nog veel meer!

Wandelen kan bijna overal, maar is vooral spannend in de regenwouden, die bij de grens met Panama liggen. Als ware natuurliefhebber kun je hier zeker aan je trekken komen. Door de hoge luchtvochtigheid is het hier ontzettend groen en kunnen er bijzondere soorten flora en fauna gespot worden. Dus als je gaat voor een rondreis Costa Rica, vergeet dan niet het oerwoud.

Mogelijkheden om te reizen: nuttige informatie

Hoe kom je nou van A naar B tijdens je rondreis? Costa Rica biedt diverse mogelijkheden:

  • het beste kun je een eigen auto huren
  • tevens is er op veel plekken wel openbaar vervoer te vinden
  • binnenlandse vluchten zijn ook een optie en
  • in voor avontuur? Wat dacht je van liften?
Doris FurcicTravel, Zuid-Amerika04 August 20140 comments0
Read More
Foto Van De Kaart Maastricht

Van de kaart: Maastricht

Maastricht – Voor een weekendje Maastricht is het prima, maar ook simpel overnachten op de hotelboot Botel, dobberend op de Maas. Ga de winkels in en kijk naar de prijskaartjes waar de 50% korting stickertjes op staan. Shop, shop, shop vooral totdat je erbij neervalt. Paradeer rond door de kleine, knusse straten en neem vooral een kijkje bij het Hofvijver voor de Kerstmarkt en het lichtfestijn. Lichtjes overal, want het jaarlijkse winterse evenement Magisch Maastricht (alleen eind november en heel december) is er weer! Proef het eten bij Van De Kaart en ga daarna voor een borrel bij café Forum. De dag erna bezoek je op je gemak de St. Pietersberggrotten. VVV Maastricht beplakt de stad overal met posters met de tekst “Maastricht: 7 dagen per week shoppen, cultuur en culinair genieten”. Maar is dat ook echt zo?

Hotel, botel, holiday inn

Het is het weekend tussen kerst en oud en nieuw. Maar twee weken van te voren hebben A. en ik onze slaapplek voor in Maastricht geregeld. We gaan slapen in het Botel, een boot aan de Maas dat kleine bedden heeft, erg gehorig is en waar de hygiëne onder de maat is volgens de recensies op Booking.com. Tja, we nemen hem alsnog. Voor één nacht: €32 pp inclusief toeristenbelasting en ontbijt (alleen in het weekend). Prima, want voor een overnachting in het weekend tussen kerst en oud en nieuw sta je algauw onder druk om een hotel te nemen die voor deze periode zijn prijzen heeft verdubbeld voor een bedrag van minimaal €80,- pp. In grote letters zeg ik ‘DE BALLEN’ tegen deze hotels en dan slaap ik maar ietwat in een kleiner bed met een vlekje.

Van het centraal station van Maastricht lopen we door de stationsstraat, de brug over en kijkend naar de Maas op zoek naar het Botel. Waar is het? Stilzwijgend kijken we elkaar aan en beginnen te lachen. Wat gaan we aantreffen?! Op de maasboulevard slaan we linksaf en lopen we naar een boot, waarvan we vermoeden dat dat onze slaapplek voor vannacht wordt. Naarmate we dichterbij lopen, zien we een klein bordje dat Botel ons verwelkomt om naar binnen te gaan. Loopbruggetje over, op naar het mannetje van de receptie die ons een beetje droog aankijkt. We betalen de kamer, Kamersleutelnummer 10 krijgen we aangeboden en we krijgen te horen waar onze kamer, de gedeelde toiletten en douche zijn.

Met nieuwsgierige ogen openen we kamer 10 en onze mondjes vormen een ‘o’ van verbazing. Inderdaad. Twee kleine eenpersoonsbedden, maar in een kleine, schattige cabine met één stoel, een wastafel, spiegel en twee ronde raampjes. Goed, de matrassen zijn niet gigadik, er zit inderdaad – dat er niet uitgaat denk ik – een vlek, je hoort je buren luid en duidelijk om 5 uur ‘thuis’ komen (tip: neem je mp3-player of oordoppen mee) en het Botel kan wel een likje verf gebruiken. Maar verder: je slaapt op een boot wat een geheel andere ervaring is vergeleken met de oh zo sombere en grauwe Crown Plaza schuin tegenover Botel. Dus we like! Tevens is het ontbijt met diverse broodjes, kaas, salami, ham, jam, hagelslag met thee en jus ook prima te doen.

Wintersale in Maastricht: 50% korting

Spullen droppen en op naar verkenning van de winkels! Ik ga allerlei kledingsstukken langs met prijskaartjes en stickers van 50% à 75% korting erop geplakt. Zo heb ik na enkele uren minimaal 3 winkeltassen in bezit, vol met kersverse kleding voor mijn kledingkast. Van boetiekjes tot aan de bekende merken claimen de winkelstraten. Maar ga je op zoek naar een leuke eigentijdse lunchtent voor een lekkere koffie en tegelijkertijd geen trekpleister voor toeristen is, dan kun je lang zoeken. Snak je naar een lekkere koffie? Loop dan even naar de Bijenkorf (Achter het Vleeshuis 26) toe, pak de roltrap naar de tweede etage en hang aan de Nespresso bar voor een versgemaakte kop koffie. En we lopen weg met waar-kun-je-lekker-eten tips van de aardige jonge Nespresso-dames. Gratis koffie en tips dus. Loop nog even naar het Vrijthof, waar je neus tegen de kerstmarkt, carrousel en het reuzenrad versiert met lichtjes, stuit.

Café Sjiek,1,5 uur wachten is echt niet zo sjiek

Café Sjiek (Sint Pieterstraat 13) schijnt de caféplek nummer 1 van Maastricht te zijn. Als we voor de Bijenkorf weer op straat staan, gaan we rechtsaf en meteen de eerste straat linksaf. Een zeer dodelijk straatje lopen we in en wandelen voor een lange tijd rechtdoor totdat we Cafe Sjiek ineens op een hoekje zien. We horen dat we minimaal 1,5 uur mogen wachten op een tafeltje om te kunnen dineren. Verschrikt kijken we elkaar aan en we kijken op de menukaart of we dat echt het wachten waard vinden. Hoofdgerechten als: gebakken bloedworst, quiche piece oftewel een warm taartje met witlof; blauwe kaas en zoervleis (“echt” paardenvlees) prikkelen onze smaakpapillen niet. Met een Jaq!-gezicht lopen we weg, snuffelend naar iets anders.

Van de kaart in Maastricht

Als we het Onze Lieve Vrouweplein naderen, zien we rechts van ons de nieuwe bar en keuken Van De Kaart (huisnr. 28) die sinds begin december 2013 zijn deuren heeft geopend. Onze ogen volgen het menu: carpaccio van zalm en rund, rolletje forel gevuld met zalm, pasta scampi, kogelbiefstuk, vegaburger en champignons escargots. Bingo! We doen de deur open en ondanks dat de meeste tafels bezet zijn, krijgen we toch een plekje voor ons tweeën. Een glas met Tomas Cusine Drac Magic malbec wijn uit 2012 (€4,60 per glas) is droog en vol van smaak. Heerlijk! Deze wijn is prima te combineren met de lekkere borrelhapjes peppadew met roomkaas, gemarineerde champignons (ietsje minder dat ze koud zijn) en de huisgemaakte tortilla’s met chilisaus en quacamole. Bij rode wijn hoort vlees, maar vanaf het begin heb ik al zitten te kwijlen toen ik de pasta met scampi’s op de menukaart zag staan. Het is dé tip van de dag, want het is een absolute aanrader!

Naborrelen in Forum en een grotbezoek

Vanaf het Lieve Vrouweplein het straatje Cortenstraat, dat uitkomt op de lange weg Hondstraat. Ga voorwaarts naar Sint Pieterstraat nr. 4 en ga naar binnen bij café Forum. Een bruincafé met locals van 25+, dat een prima plek is om de avond met een drankje goed af te sluiten. Tot slot, om je weekend Maastricht helemaal goed af te sluiten: bestel een kersenvlaai (chique versie: zeer groot stuk, perfect voor twee) en drink je kopje koffie bij Brasserie Bonhomme (aan de oever van de Maas) voordat je de bootrondvaart neemt om de St. Pietersberg grotten te bezoeken. Een weekend Maastricht kun je makkelijk vullen met shoppen, cultuur en culinair genieten. Meer dagen in Maastricht? Ho maar. Maar de stad heeft wel echt een extra kersttintje in december. Bezoek hem dan vooral als hij in december ‘magisch’ is.

Doris FurcicTravel07 January 20140 comments0
Read More

Tel Aviv en zijn beste hummus, strandplek en bars

Tel Aviv – Er hijgt iets in mijn nek. Hard zoemend staat er een lange, brede, donkere windblazer achter me. Op het eentonige gezoem dansen mijn bruine manen in de lucht. Vrij. Een blote, gebruinde, haarloze en gespierde borst van een knappe donkerharige kerel komt in mijn beeld. Met zijn verschijning siert hij de populairste daar-is-altijd-wat-te-doenstraat Dizengoff. Hij kijkt me met zijn donkere ogen aan, glimlacht ondeugend naar me en loopt me voorbij. Maze! Hij passeert de twee kleine ventilatoren tegenover me. Subtiel komt er een windvlaagje met een lekker ruikende aftershave mijn kant op. Ik inhaleer diep. Ondertussen nuttig ik een cappuccino met een dik laag opkloppend schuim, bij Caffé Caffé op het kruispunt van de straten Nordau en Dizengoff. Het ultieme vakantiegevoel komt in me naar boven als ik bewust ben van de zonnestralen die in mijn huid prikken, terwijl – rechts van mij – een rij palmboombladeren lichtjes met de wind meeveren. De steeds harder wordende Hebreeuwse verhalen en gegiechel links van mij trekt mijn aandacht. De opgetutte en half ontblote knapuitziende blondine en brunette met wespentailles passeren mijn tafel in zeer korte rokjes en sexy hakjes. Waar de orthodoxe joodse mannen zich verschuilen in een zwart gewaad, een kippá op het hoofd, een flinke bos baard en bungelende pijpenkrullen bij hun oren, is toch echt de grote vraag. Ken, ik heb er nog geen één gezien. Welkom in de luchtbel van Israel: Tel Aviv!

Topsy Beach met zijn uitfloepende borsten, strakke onthullende speedo’s en let’s play matkot

Mijn zomerjurk zwiept op en neer als ik de palmbomen in de straat Nordau volg, vervolgens afsla bij de straat Havakuk en hem uitloop en zo binnen twee minuten de Middellandse Zee voor me zie. De locals en toeristen lopen met me mee of gaan de andere kant op. De Israëliers, de mannen voornamelijk goed stevig gebouwd en de vrouwen merendeels gehuld in een maatje 36 met een goed gevuld pakketje aan de voorkant, maar bescheiden aan de achterkant. Sommigen wandelen in een korte broek of jurkje. De anderen, in dit geval de vrouwen pronken met hun lijf in een felgekleurde push-up bikini waarbij de borsten met volle zichtbare kracht grrrrrauw! naar je brullen. De vele mannen daarentegen lopen met een strakke speedo om hun besneden edele delen kleinschalig te verbergen. Ik ontwijk het eerste gedeelte van het strand waar de meeste toeristen met gillende kleuters onder de parasols te vinden zijn. Ook het stukje hondenstrand waar de mens en een horde honden samen in zee spatteren, sla ik over en wandel verder richting de Topsy Beach/Hilton Beach, pal voor het Hilton Hotel. Slippers uit en de kleine korreltjes zand masseren de onderkant van mijn voeten. Het eerste contact met de zee is onverwachts aangenaam en hij verwelkomt me direct met zijn warmte. Maar ik raak gauw overrompeld. Maze! Ik zwem en ik hap naarstig naar lucht als ik de ene heftige golf na de andere in mijn gezicht krijg. Hierna rust ik op het strand, terwijl er op diverse plekken, allemaal bij mij in de buurt, 3 Israëlische tweetallen matkot spelen. Een razend populair tennis achtige strandspel voor man en vrouw waar je de bal zo vaak mogelijk dient over te slaan.

De matkotballenvrees en de beste hummus van Tel Aviv bij Abu Hasan

Tok! Mijn lichaam probeert een poging om in slaap Tok! te vallen, maar iets houdt me tegen. Tok! Het zijn de ballen die om mijn hoofd vliegen. In ietwat gespannen houding lig ik op het strand te wachten op het moment dat de bal op mijn hoofd afkomt. Bij iedere tok ben ik voor een milliseconde gerustgesteld, maar dat slaat direct weer om. Een knorrende maag leidt me af en even denk ik niet meer aan de heen-en-weer weggeslagen matkotbal. Ik stap op en ik wacht op het hoekje van Dizengoff en Nordau, totdat mijn Israelische reisbegeleidster Liat met de Kia Sportage mij ophaalt. Ze pikt me op en we rijden naar de Ha’ Dolfin straat en we stoppen voor huisnummer 1 waar Abu Hasan op ons wacht. Een niet al te groot en simpel restaurant waar alle houten zitplekken door locals bezet zijn rond een uurtje of 2. Palestijnse mannen rennen, schreeuwen de bestellingen naar elkaar door en binnen enkele minuten heb je al datgene wat je hebt besteld op tafel. Een half uur later is de tent voor 3/4 leeg en je hebt alle rust om van Abu Hasans hummus te eten. Onze tafel is nog vies van de vorige eters. De gezette, aardige serveerder komt al met een nat schoonmaaklapje naar ons toe. Voor je het weet is hij weer terug met borden vol met kersvers gemaakte hummus. Met op een ander bord: opgestapelde warme pitabroden. Bete’avon! Bij de eerste hap proef je direct de versheid van de kikkererwtenpuree. Drijvende olijfolie, beetje tahina, peterselie, een handvol pure kikkererwten en scherpe peper voor wat extra pit erbij maken de crèmekleurige puree met pita brood helemaal compleet. Tov! “Abu Hasan heeft de beste hummus in heel Tel Aviv.”, zegt Liat tevreden.

Waan je even in Italië bij Campanello Caffe en ga bij 223 langs voor hete cocktails

Langzaamaan verdwijnt de zon onder de horizon. De straatlampen gaan automatisch aan. Het nachtleven van Tel Aviv ontwaakt. Door de actieve hoge luchtvochtigheid die me ook niet in de avond laat rusten, heb ik een luchtig zomerjurkje aan om van het benauwde gevoel te kunnen ontsnappen. Maze! Voor een Italiaans diner in het hartje van Tel Aviv zit ik bij het Italiaanse Campanello Caffe op de hoek van Ben Yehuda en Nordau waar ik van een verlekkerde droge witte wijn nip. Een spontane dame met een ringetje door haar neus laat haar mondhoeken omhoog krullen als ze voor mijn tafel stilstaat. Mijn bestelde pasta heeft ze in haar hand. Macaroni met zwarte olijven en basilicum in tomatensaus. Voor een betaalbare prijs (totaal 70 shekels), relaxte, knusse sfeer en lekker in Tel Aviv Italiaans eten en drinken, dan ga je hier naartoe! De avond gaat door en Liat trekt aan mijn arm en neemt me mee naar de bar 223, straat Dizengoff. Een klein, bruin, warm café gespecialiseerd in cocktails. Een bardame met steil, donker haar en een streng gezicht komt onze kant op. Door haar kledingstijl – witte blouse, dikke zwarte bretels, kousenbanden om de armen en een zwart strikje voor de finishing touch – gaan we ongeveer 70 jaar terug de tijd in. Als ze ons de strawberry margarita en de spicy apple martini overhandigt, verrast ze ons met een glimlach. Lehaim! Hmm. Fris en oh zo lekker fruitig. De inhoud verdwijnt zo 2,2,3, door onze slokdarm. Want het is warm. Te warm. Ik mis het gehijg in mijn nek. Achter mij puft een miezerige miniventilator een karig windje onze kant op. Waar is de lange, brede, donkere windblazer als je hem nu echt nodig hebt?

Doris FurcicTravel28 December 20130 comments1
Read More

Bora Bora: dè plek voor een bakkie en om te bakken

 

Scheveningen – Eindelijk, de weerman heeft gelijk. Met de 24 graden warme zon die op mijn neusje schijnt, chill ik bij strandtent ‘Bora Bora‘ tussen de gevangen vissen bij ‘Sea Life’ en de wilde vissen in de zee. Ik zit gebakken met een lekkere cappuccino en een luchtig zomerboekje ‘Was ik maar nooit op vakantie gegaan!’. Korte verhaaltjes over reizigers die even hun raarste, hilarische en achterlijke reiservaringen met mij delen. Ondertussen zingt Ziggy Marley lekker reggae style ‘I love you too‘ op de achtergrond. I love you too too, Ziggy.

Met de tijd gaat er een vlaagje wind inclusief de geur van calamaris mijn gezicht voorbij. Mijn neusgaten vangen de smeuïge geur op en nu verlang ik ook naar ze, want ze zijn zo lekker! Het is een tapa die ik iedere keer bestel als ik trek heb in een appetijtelijke snack. Nu houd ik me in. Ik blader in Bora Bora’s crea-bea menuboekje. Wat hebben ze nog meer voor tapas? Schapenkaas Manchego Diablo, albondiga’s als in Spaanse gehaktballetjes in pittige tomatensaus, chorizo met avocado en de Spaanse pittige worstjes, merquez. Die heb ik één keer eerder gegeten. Smaakvol, maar zeer sappige worstjes. Dus pas op he. Één hap van de ene kant en aan de andere kant ontstaat er een geluidloze explosie waarbij je mond plus kin vol zit met oranje worstjessap. Als je het goed doet, zit je broek ook helemaal onder de geoliede jus. Ay ay ay, maar ze blijven erg lekker.

Voor 5:53 minuten geven de neo-tangoklanken van Gotan Project’s ‘Una Musica Brutal‘ een Argentijns tintje aan ‘Bora Bora’. Hmm… leuk. Wat lees ik daar? Mojito, Caipirinha, Hugo, Tequila Sunrise, Strawberry Daiquiri. Cocktails! ‘Bora Bora’ kent me al een aantal jaar. En wat ik me nog kan herinneren van vroegâh is dat de cocktails tegen de €9,50 waren en nu hooguit €7,50. Ietwat aangepast aan de ‘economische crisis’? Als ik van de menukaart weer omhoog kijk, zie ik de crew met dienbladen ronddwarrelen. Meesten surfdudes en -chicks – ik weet niet of dat waar is, maar dat denk ik – bedekt met tatoos, shortpants en een toppie of T-shirt. Ze zijn relaxt. Allemaal.

Ik houd van ‘Bora Bora’. Maar ook van de zon. En Ziggy.

Doris FurcicTravel08 July 20130 comments0
Read More

Berg beklimmen in NL

Den Haag – Kijkend naar buiten, zie ik dat de zon zich achter de wolken heeft verstopt. De lucht is wit. Door de wolken. Met mijn zwarte leren jas, een topje en trainingsbroek eronder stap ik op mijn verroeste omafiets. Trappend ga ik vooruit, terwijl de juliwind een weg door mijn haren baant. Een duur van slechts een kwartier. Rechts voorbij een minibosje staat het massafitnesscomplex van ‘Fit For Free‘ op de Haagse Houtrustweg. Bestemming bereikt. Mijn tas en jas gaan in een locker op slot, maar een handdoek, flesje water en mp3-player neem ik mee naar de fitnessmachines. Twaalf loopbanden staan naast elkaar, elf bezet en één vrij. Ik spring op die ene, plug mijn oordoppen in mijn oren, druk op stand ‘afwisseling’, verhoog de snelheid en start de mp3-player. De Argentijnse zanger Kevin Johansen brengt me terug naar Zuid-Amerika.

Toen: In Bolivia had ik met een bende Israelische ex-militairen mijn eerste, uitgevoerde trekking gedaan. Een tweedaagse trekking zonder tourbegeleider. We konden het wel alleen af. Want wij hadden ballen. Maar we verdwaalden en banjerden tien i.p.v. zes uur door de hoge bruine, paarse-groene Andes gebergte. Een onnodige, uitputtende work-out doordat we de zwaarste route hebben genomen, achteraf van een tourbegeleider gehoord. Kuiten en dijbeenspieren werden bij elke stap pittig getraind, sappige blaren – de één groter dan de ander – zagen het licht op mijn tenen, kleine steentjes vulden mijn schoenen en de aarde kleurde mijn lichaam rood/bruin met als toppunt: urenlang een uitgedroogde mond en ademhalingsproblemen door de hoogte. 

De vulkaan Villarica in Chili. Deze actieve stratovulkaan deed mijn lies wakker schudden toen ik in de sneeuw stap voor stap naar de top van deze vulkaan toeliep. Een pijnlijke, zigzaggende looprit van vier à vijf uur leidde tot een kijkje in de krater. Ik hoopte het lavameer te zien, maar ik zag alleen een zwart gat, zonder einde. Hevige wit-grijze gaswolken kwamen uit de vulkaan. Ademde ik het even in, een hevige ongezonde gekuch was het gevolg. Met de slee zoefden mijn tourbegeleider en ik van boven naar beneden. Maar nu, ben ik in Nederland. Hier heb je geen bergen of vulkanen. Ik verhoog de snelheid van de loopband naar 5.0. Met een druk op de hellingknop, gaat de loopband langzaam omhoog. Ik druk hem lekker lang in. Tot het maximale. Uiteindelijk steekt mijn loopband ver boven de andere 11 fitnessapparaten. Dit is mijn berg. De berg in Nederland, die ik beklim.

Doris FurcicTravel03 July 20130 comments2
Read More

The Hague African Festival

Den Haag – Fietsend passeer ik het drukke klapvee dat achter de hekken staan om de stoet van de Veteranendag te bekijken. Half trappend, half lopend kom ik elke keer een paar meter verder. Mijn doel: naar het Spuiplein toegaan. Dichterbij ‘The Hague African Festival‘, spot ik een groot podium waar de groep ‘Plengoffer’ aan het optreden is. Gekleed in het rood en wit en met serieuze gezichten bespelen ze hun Afrikaanse trommels. Eigenlijk eentje van de bandleden trekt de hele tijd mijn aandacht. Zijn handen raken de trommel, vastgehouden door zijn benen. Met zijn neus in de lucht en zijn ogen gesloten, laat hij de beats vallen. Volgens mij geniet hij. Op en top. Ik zie zelfs even later een kleine glimlach op zijn gezicht.

Aan de overkant van het podium staan er kraampjes. Afrikaanse hoeden, wijde kleding, zelfgemaakte rieten manden, Afrikaanse kunst en zelfgemaakte sieraden zijn er in overvloed. Als ik de kraampjes langsga, staat er een lange, slanke vent van bijna twee meter naast me. Zijn kale hoofd is bedekt met een Afrikaans mutsje en acht nep rastaharen erin vastgenaaid. Het past hem nèt niet. Wat hoor ik daar? Ik loop verder naar de plek waar de geluiden van de djembes vandaan komen. Tussen de kraampjes zitten drie Afrikaanse mannen met de djembes voor hen. Klinkt lekker. De zon schijnt op mijn hoofd en ik krijg trek in een cappuccino. Zie ik daar nou café ‘De Ooievaar‘?

Met een lekkere goede cappuccino achter mijn kiezen, ga ik weer naar het podium waar de band ‘Ebou Gaye Mada’ de soundcheck doet. Werkend aan hun Afrikaanse rap en instrumenten, wacht het publiek in spanning op de band. De bakines, djembes, tama, keyboard en een elektronisch gitaartje zijn er klaar voor. De muziekklanken komen samen, terwijl de Afrikaanse rap er doorheen geluld wordt. De entertainer op het podium die een gele, blauwe, zwarte, rode lang jurk aanheeft, danst op het podium en probeert het publiek mee te krijgen. Zijn armen en benen gaan in de lucht als hij glimlachend het publiek bekijkt. Hij doet zijn jurkje omhoog, kijkt verbaasd en reikt met zijn handen naar zijn geslachtdeel. Is dat nou een..? Ik kijk om me heen en enkele vrouwen kijken met hun mond open naar de entertainer. Hij ‘entertaint’ zeker. Ik kijk hoe laat het is. Ah, ik moet werken. Fietsend neem ik dezelfde weg als hoe ik naar het Spuiplein gekomen ben. De Veteranenparade is verdwenen, zo ook het klapvee.

Doris FurcicTravel30 June 20130 comments0
Read More

Drollen en madeliefjes in het Westbroekpark

Den Haag – Zingende vogels, stralende madeliefjes tussen het gras, glimlachende mensen op straat en geen één wolkje in de lucht te bekennen. De zon is er. Met felle zonnestralen. Het zo lang verlangde zonnetje begint eindelijk door te komen! Korte broeken, shirtjes en rokjes worden al uit de kledingkasten gehaald. Blote, witte voeten krijgen voor het eerst dit jaar het licht te zien. Met maar liefst- ik ben positief – een warme temperatuur van bijna twintig graden, begint kille, koude Nederland in een rap tempo te veranderen in een warmer, zwoel land.

De zon straalt, maar de volgende dag kan hij zich algauw weer verstoppen. In Nederland moet je dus de zonnestralen omarmen. Met volle kracht. Door de kille kou van de afgelopen tijd verborgen de meeste mensen zich onder een steen. En door de eerste zonnestralen, verschijnen hun koppies weer boven de grond. Ook in het Westbroekpark, opgetut met rozenstruiken. Het park is gevuld met picknickkleedjes, klimmende, schommelende peuters en kleuters die rondbanjeren bij het speelpleintje en moeders die oog hebben voor elkaar. Met een roseetje erbij voor ultiem zomergenot. Fietsend ga ik verder. Deze drukke kudde verlatend.

Gespot! Een mooi groen plekje, madeliefjes, zonder wind. Een vijver ervoor en ganzen die er rondbanjeren. Uit mijn tas haal ik mijn Boliviaanse kleedje te voorschijn. In Bolivia worden er baby’s of eten mee vervoerd, hier wordt het – door mij – als picknickkleedje gebruikt. Ik observeer de grassprieten, maar ik zie vaak uitgedroogde drolletjes die het groene oppervlak sieren. Gelukkig vind ik bij zeven madeliefjes een poepvrije plaats. Wat is mijn plan voor deze zonnige dag? Op picknickkleedje liggen, mp3-player aan, boek open, eerste twee regels lezen, ogen sluiten, naar de zingende vogels luisteren, de madeliefjes voor me zien en met een glimlach in slaap vallen. Dank je wel, zo gewilde zon!

Doris FurcicLifestyle04 June 20130 comments1
Read More

Ik heb een Argentijn ontmoet

Scheveningen – Ik heb een Argentijn in het vizier. Ik ben nieuwsgierig naar hem. Mijn gedrag wordt door de zenuwen geleid. Als ik bij hem in de buurt ben, dan kijk ik hem even aan. En vlug kijk ik weer weg. Ik negeer hem. Voor een seconde of vijf. Ik kijk naar de grond waar ik een roze kauwgom – ‘Hubba Bubba’? – op het laatste moment ontwijk. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik hem voorzichting weer aan. Oh, ik kom te dichtbij. Plots negeer ik hem weer. Mijn hart klopt sneller. Ik word nu echt zenuwachtig. Het is genoeg. Ik doe mijn stoute schoenen aan en ik loop naar hem toe. Nog maar vijf meter. Drie meter. Één meter. In één slag draai ik me een kwart om en ik wandel verder, een andere kant op.

Ik beveel mijn benen om te stoppen. Stilstaan doe ik, als mijn ledematen de opdracht hebben begrepen. Ik draai me om. En ik loop weer terug. Naar hem. Opnieuw. Vijf meter. Drie meter. Één meter. Nog een halve meter en ik sta voor een deur. Met mijn rechterhand trek ik aan de zware deur. Oog in oog staan we tegenover elkaar. Ik kijk hem aan. Hij mij ook. Beiden met een nieuwsgierige blik in onze ogen. Ik geef hem mijn papieren. Met mijn naam en telefoonnummer erop. En ik loop weg. Ik hoop dat ik een telefoontje van hem krijg. Maar ik hoor helemaal niets. Een week lang. Mijn stoute schoenen doe ik opnieuw aan. Weer sta ik voor de zware deur. Maar ik zie hem niet. Ik vraag aan iemand waar de Argentijn is. Paar tellen later komt hij naar beneden. We kijken elkaar weer aan. Hij heeft een blik in zijn ogen met de gedachte “Ken ik jou ergens van?”. Mijn ogen tonen nog steeds mijn nieuwsgierigheid. We praten. Het gesprek loopt af met een glimlach op onze gezichten.

Bijna een maand geleden is dit gebeurd. Sindsdien werk ik parttime in het Argentijnse grill restaurant ‘Santos‘. Een goede oppepper voor mijn Spaans!

Doris FurcicLifestyle28 May 20131 comment3
Read More

Op de fiets door de Scheveningse Bosjes

Den Haag – Zachtjes hoor ik hem. De viool. De strijkstrok raakt de vioolsnaren aan. De muzikale klanken worden luider. In mijn gedachtes zie ik een donkerharige man met een leren jasje zingend naar me toelopen. Bitter, zoet, symfonie. Het bekende riedeltje van ‘Bitter Sweet Symfony‘ van de band ‘The Verve’ wordt door mijn mp3-speler afgespeeld. Laat in de avond ga ik slowly op de fiets vooruit op het fietspad langs de Scheveningse Bosjes. Stand: automatisch piloot. Verderop zie ik een oudere dame voor me, fietsend door de groene tunnel van hoge, oude bomen met grasgroene bladeren eraan. De strijkstok wordt weer op de vioolsnaren gestreken. Het beeld van de oudere dame begint wazig te worden als ik tijdens de rit flitsfragmenten van Zuid-Amerika zie.

Één, twee en drie: ik spring samen met mijn skydive instructeur uit een klein vliegtuigje boven Cordoba. Ik voel weer hoe mijn wangen en oorlellen door de heftige wind drastisch bewegen. Flits! Een jonge dronken Argentijn staat tegenover me en ik vertel net aan hem dat ik Argentinië geen mooi land vind en het land zelfs haat. Grapje natuurlijk. Maar hij staat klaar met een gebalde vuist om van mijn rechteroog een blauwe smokey eye te maken. Flits! Ik voel hoe de vlinders met uitgerolde groene tong mijn armen proeven als ik naar ‘The Devils Throat’ toeloop. Miljoenen liters bruine water dondert met een krachtige val naar beneden. Flits! what the…? Remmen!!! Resoluut maken mijn benen een strakke fiets move naar achteren. Mijn achterband piept en ik slide twee meter naar voren. Ik schrik op van de fietsende oudere dame die voor me stilstaat. Slechts twintig centimeter sta ik achter haar. Rechts van mij staat het ‘Vredespaleis’. Voor me staat het stoplicht. Het rode stilstaande mannetje kijkt me aan. Het is nu één maand, vier weken en één dag later dat ik weer in Nederland ben. Jeej?

Doris FurcicLifestyle18 May 20130 comments0
Read More

Het teken: had ik moeten blijven?

Amsterdam – Ik zit op een barkruk in een bar op Schiphol met mijn familie en drie vriendinnen naast me. Ik wil hun verhalen horen. Met uitpuilende ogen en opgetrokken wenkbrauwen kijk ik ze zeer nieuwsgierig aan. Nieuws horen, dat wil ik. Schouders worden opgetild, de mondhoeken keren naar beneden en het antwoord dat ik krijg is “Er is helemaal niets veranderd.” De hele groep werpt nu een blik op mij. “Jij hebt meer te vertellen dan wij.”, wordt er gezegd. Dat klopt denk ik dan, ondertussen me afvragend waarom ik hier in godsnaam ben.

Ondanks dat ik mijn familie en vriendinnen als vanouds om me heen heb, voelt het raar. Ik heb rondgetrokken door Zuid-Amerika en Antarctica. Helemaal alleen. Vier maanden is het plan geweest. Slechts vier. Rond kerst heb ik de kriebels gekregen omdat het einde van mijn trip dichterbij is gekomen. “Ik wil nog niet weg”, zeg ik droevig tegen mezelf. Keer op keer herhalend. Ik ben gaan uitrekenen hoeveel langer ik nog zou kunnen blijven. Twee maanden langer is de uitslag!

Vlak voor kerst ren ik van blijdschap naar een telefooncel om Delta te bellen. De nieuwe terugvluchtdatum is 14 maart 2013. Die twee maanden erbij, hoort bij mijn reis. Dat ik ad-hoc naar Antarctica ben gegaan, is een verrassing geweest voor jou, maar ook voor mij. Het spaargeld dat ik voor mijn terugkomst zou bewaren, heb ik aan de tour naar Antarctica uitgegeven. En ik heb zo geen spijt. Dat er op de dag van mijn terugvlucht een flink protest in Buenos Aires aan de gang is en ik hierdoor mijn vliegtuig heb gemist, is zwaar bij me gevallen. Is dit een teken? Het teken dat ik moet blijven? Ik heb het genegeerd. Voortaan mag ik me afvragen wat ik in Nederland doe.

Doris FurcicLifestyle, Travel17 March 20130 comments2
Read More

Vliegtuig gemist

Buenos Aires – Stressen om het missen van een vliegtuig of een bus, daar heb ik altijd last van. Mijn bloed gaat er sneller van stromen en mijn billen zijn dan een gespannen eenheid. Ik vertrek altijd vele uren van te voren. En dan nog vrees ik of ik het überhaupt ga halen. Ik wens dat ik nu ook weer naar mijn intuïtie heb geluisterd. Maar dat heb ik niet gedaan. Verdriet, frustratie en teleurstelling vormen de tranen die mijn ogen wateren en zo rollen de menselijke druppels over mijn wangen. Ik ben boos. Op anderen en op mezelf. Stomme grote protest dat in Buenos Aires het hele verkeer heeft platgelegd. ‘Tierra Leon’, de busorganisatie die me naar de luchthaven heeft gebracht, moet toch weten dat er de volgende dag een groot protest komt? Naar mijn gevoel hebben ze me ook krap ingepland. Maar de mensen van mijn hostel en van de busorganisatie hebben gezegd dat ik het ga halen. Don’t worry gewoon. Maar kijk nu. Vliegtuig gemist.

Ik vertrek om 15.15 uur met de bus en ik kom om 19.50 uur op de luchthaven aan. Mijn vlucht vertrekt om 20.20 uur. De in-check balie is al voor mij gesloten. Ook andere reizigers komen te laat. Slechts vijf passagiers van m’n vlucht – waaronder ik – hebben het niet gehaald. Een te weinig aantal om het vliegtuig te vertragen. Maar ‘Aerolíneas Argentinas’ heeft wel gewacht. Netjes. ‘Delta’ – mijn vliegtuigmaatschappij – ho maar. Dan nog een arrogante Argentijnse Delta-tut die precies de juiste woorden gebruikt om een passagier, die net zijn vlucht heeft gemist, op te fokken. Haar Koninklijke gastvriendelijke en servicegerichte houding zegt: Boodschap 1: had je maar eerder moeten vertrekken; dat het verkeer plat heeft gelegen boeit me niet. Boodschap 2: natuurlijk moet je betalen voor de belasting, dombo. Maar hoeveel precies? Zeg ik lekker niet. Boodschap 3: ik geef je verder geen info; stik erin. Boodschap 4: betalen en opdonderen met je backpack. Men zou niet raar moeten opkijken als ze door een raam wordt gesmeten. Dat ben ik niet van plan, maar mijn creatieve geest ziet het wel voor zich. Nu weer. In slowmotion. Mooie shot.

Geef me de Argentijnse ‘Malbec’ wijn a.u.b. want ik mag 24 uur wachten op de volgende vlucht. No vino para mi, maar wel ‘MacDonalds’, mijn plek voor de komende nacht, ochtend en middag. Ik nestel me in de lekkere leren bruine bank naast de ‘McCafé’, een onderdeel van ‘MacDonalds’ met hele goede bakkies, media lunas en muffins. Moeten ze ook in Nederland opstarten, vind ik. Deze ‘Mac’-dames zien er trouwens ook keuriger uit door hun getailleerde, nette, donkerbruine blouses. In de nacht val ik onrustig in slaap terwijl de ‘Mac’ 24 uur draait. Ik bekijk de Argentijnen en toeristen, zij kijken naar mij als ik wegdommel. Voor een paar uur zijn mijn ogen gesloten, totdat iemand mijn schouders aantikt. Een lange snorremans in zijn beveiligingskostuum kijkt me aan en zegt op serieuze toon “Je mag hier niet slapen”. “Wat is zijn probleem?”, vraag ik me af. Ik observeer hem en hij pretendeert alsof hij de manager van de ‘Mac’ is. Enfin. Ho, de tijd nadert om mijn nieuwe ticket op te halen en $250 neer te leggen. $250,- armer, zo in één zwiep met mijn bankpas! Een welcome home party organiseren? Fiësta om m’n 26ste verjaardag te vieren? Dat worden dan feestjes met kraanwater als hippe drank. Ik mag direct beginnen met werken!

Ik heb mijn nieuwe ticket en ik ben ruim op tijd bij de gate. Daar zie ik de blonde vrouw met dochter die ik eerder in het kantoor van Delta had gezien. Dezelfde vlucht als ik, dezelfde drama. Met een wit wijntje loopt ze me tegemoet en we hebben het over wat er is gebeurd. Ik vertel haar dat ik al sinds dat voorval een enorme zin in wijn heb. Ze kijkt me met haar grijze/groene ogen aan, pakt mijn hand vast en neemt me mee naar de eerst volgende bar. “Je hebt het nodig”, zegt ze en ze bestelt een klein flesje rode wijn voor me. Met koeienogen kijk ik haar verbaasd aan. Ik stribbel tegen, maar het heeft geen zin. Ze doet de fles open en we verdelen de wijn tussen ons drieën, pal voor de gate van ons vliegtuig. Door de alcohol wordt mijn ziel ontspannen in het nog verstijfde lichaam. We kijken naar de steeds kleiner wordende rij die voor de gate staat. De laatste druppel rode wijn wordt in mijn glas gezonken, ik drink het op en we staan op om in de rij te gaan staan. Op weg naar mijn eindbestemming: Amsterdam. Na lang wachten, veel vlieguren en drie vliegtuigen later kom ik aan op Schiphol. Een grote heliumballon met de tekst “Welcome home” wordt vastgehouden door mijn moeder, mijn vader en broer staan ernaast. Heel blij en opgelucht, zijn ze. Het plotseling verschijnend verwelkomingscomité van drie vriendinnen doet me schrikken. En daar komt het besef: ik ben weer thuis.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika17 March 20130 comments0
Read More

Eindhalte Buenos Aires #2

Buenos Aires – Marine en ik worden herenigd. Nadat we samen de trekking naar ‘Torres del Paine’ hebben gedaan, ontmoeten we elkaar weer in Buenos Aires. Waar ze stage bij het Argentijnse Gerechtshof loopt en een knusse kamer in het midden van het centrum heeft. Hierna wil ze door Zuid-Amerika reizen. Por qué no? We chillen in haar kamertje van drie bij vier. Het appartement deelt ze met vijftien andere mensen die voor een bepaalde periode in Buenos Aires wonen. Ik denk terug aan mijn tijd die ik in Buenos Aires heb gespendeerd. Ik heb een heerlijke tijd gehad en nu ik weer terug ben, heb ik het gevoel dat ik weer ‘thuis’ ben. Ondanks de berovingen die op elk hoekje plaatsvinden, de zwervers die in de avond op lugubere plaatsen tot leven komen en een tangoleraar die zijn ‘prooien’ scoort door ze tijdens de privé tangolessen te zoenen. Deze stad heeft door zijn charme iets bij me losgemaakt. Is het de tango? Het heel laat eten en stappen? De warme mensen? De relaxte latino sfeer? Oh, eigenlijk ben ik verliefd op héél Argentinië.

Later in de avond heb ik een date met David, Jessica en Kristen bij ‘La Catedral’. Marine en ik verlaten haar appartement om de bus naar ‘La Catedral’ te pakken. We zitten in de bus, maar ik word een beetje zenuwachtig. Komen we überhaupt wel op tijd? 15 Minuten later is ook op tijd. Na enkele minuten rijden merken we dat de bus een hele andere wijk in gaat. Mijn hartslag pompt sneller. Bij de eerst volgende halte stappen we direct uit. Gelukkig heeft Marine het boekje – met erin hoe alle bussen rijden – bij zich, anders zijn we helemaal verloren. Dit boekje is heilig, net als de Bijbel. We struinen verder en aangezien ik altijd verdwaal door de rare busroutes, pakken we de metro. De minuten verstrijken en een uur later komen we aan bij de ingang van ‘La Catedral’. Porteños zien we, maar niet mijn vrienden. Weer een date van ons die vlekkeloos verloopt. Een lichtpuntje: ‘La Catedral’ is op loopafstand van mijn Spaanse school èn de plek waar de lekkerste empanadas van Buenos Aires worden gemaakt. Het water loopt uit mijn mond als ik er al aan denk. We lopen naar mijn Spaanse school en we vinden het empanadas eetwinkeltje. Ik bestel er twee met kip en roquefort (kaassoort) en bij de eerste hap stoppen mijn hersenen met werken. Ik eet door en mijn hongerige ogen willen meer. Ik neem er nog één. Ik kan mijn geluk niet op.

13 maart 2013. Ik voel me treurig als ik me realiseer dat vandaag de laatste dag en avond is die ik in Buenos Aires spendeer. Gelukkig heb ik vanaf dag één dat ik in de hoofdstad ben aangekomen, mezelf voorgenomen te genieten en stil te staan bij ieder mooi moment dat ik beleef. Als ik terugdenk aan de laatste dagen die ik met David, Jessica en Kristen heb gedeeld, dan kijk ik er met een grote grijns naar terug. Je hoort me ook lachen. Ook al hebben we meerdere keren uren op elkaar gewacht en zijn we elkaar twee keer misgelopen, alsnog heb ik alles gedaan dat ik nog hebben willen doen. Mijn gevoel zegt dat vandaag, mijn laatste dag in Buenos Aires, netjes zonder lange wachttijd gaat verlopen. De laatste dag moet wel vlekkeloos verlopen, toch?

Mijn allerlaatste wens is om een heel goed stuk gegrilde steak van 400 gram bij één van de beste Argentijnse parillas te eten: ‘La Cabrera’. Zo’n overheerlijke steak die mijn mond kan snoeren door de volle smaak die over mijn tong heen glijdt. Dat is mijn wens. We spreken met zijn allen af bij het appartement van Jessica en David. Ik ben – gelukkig – op tijd en ik loop al in hun straat als een paar onaantrekkelijke Argentijnse mannen bij hun motoren staan, me aankijken, naar me fluiten en Spaanse woorden mompelen. Een rilling gaat over mijn rug heen. Ik wil zo snel mogelijk het appartement vinden. Ik kijk en zoek naar het nummerbordje 1300. Twintig minuten lang. En twintig minuten te laat. Waar is 1300!? Twee oudere mannen op straat kijken naar me en ze merken dat ik iets niet kan vinden. Gelukkig zijn deze mannen wel normaal. Ze willen me helpen en zeggen vervolgens datgene dat ik al heb gedacht: 1300 bestaat niet. Ik voel me gefrustreerd en verloren want dit is al de vierde keer dat onze date misgaat.

Één van de twee mannen loopt met me mee naar een hotel die in dezelfde straat staat. Ik bel aan en ik leg mijn verhaal in het Spaans uit en of ik – alsjeblieft? – even van zijn internet mag gebruikmaken. De man waarmee ik heb gesproken, doet de deur open en nodigt me uit om naar binnen te gaan. Ik laat een bericht op Facebook achter en gelukkig reageert Jessica snel door te zeggen dat het nummer 1327 (!) is. “Oeps.”, zegt ze dan. Opgefokt ben ik. Maar tegelijkertijd ook opgelucht. Ik bedank de man en ook mijn twee engeltjes op straat. Davids en Jessica’s appartement staat letterlijk tegenover het hotel. Jessica staat op het balkon, ze zwaait naar me en kijkt me aan met een ‘het spijt me’ in haar blik verscholen. Ik blijf buiten staan want Kristen zal ook op zoek gaan naar nummer 1300. Een half uur later is ze vijftien meter van mij vandaan. Ze loopt samen met een vriendin van haar, glimlachend kijkt ze me aan, terwijl er twee diepe rimpels tussen mijn wenkbrauwen zijn gekerfd en mijn lippen een rechte lijn vormen door de boosheid.

Ik ben al wat meer bedaard nadat ik Kristen op straat heb gevonden. De groep is weer compleet, yes. We pakken de metro om naar ‘La Cabrera’ te gaan. Na een rit van 40 minuten zie ik eindelijk de naam van de parilla staan. Eindelijk zijn we er! We nemen plaats bij een tafel dichtbij de hoofdingang. Observerend neem ik het restaurant op me. Het is chique met een romantisch tintje eraan. Wij genieten van het rode wijntje en brood met allerlei smeersels en kleine stukjes vlees. Jammie. Het hoofdgerecht komt binnen en ik begin te kwijlen als ik het grote stuk vlees voor me op tafel zie. We delen de grote steak van 400 gram met zijn drieën en David heeft zijn eigen T-bone steak. De tafel valt volledig stil als we de eerste happen nemen. Smik-smak, wat een genot! Het vlees is dik, groot, zeer mals en om je vingers bij af te likken! Ik heb lang op dit goddelijke vlees gewacht. Hoe kan deze avond nog beter worden? Door op je laatste avond helemaal uit je dak te gaan in een discotheek in de wijk San Telmo. Voor Kristen en ik is de entree gratis, voor nop krijgen we rode wijn en we laten ons lekker op de housemuziek gaan als ineens een dame naar me toeloopt om XTC aan me te verkopen. Ik lach naar haar, ik zeg dat ik dat niet nodig heb en ik dans weer lekker verder.

14 maart 2013, de dag om afscheid van Buenos Aires, Argentinië en heel Zuid-Amerika te nemen. Waren plaatsen maar iets tasbaars, dan kon ik ze knuffelen en zeggen dat ik binnenkort weer terug kom. Maar nu zit ik in een café met een cappuccino in mijn handen en David tegenover me. Lunchtijd. Ik doe de deur van mijn huilende hart een beetje voor hem open en hij snapt hoe ik me voel. Hoe ik het moeilijk heb. Dat ik al dag moet zeggen tegen Zuid-Amerika, terwijl ik hier nog langer wil blijven. Hij snapt het helemaal. Hij heeft dit gevoel ook eerder gehad. Maar dan met Australië. Na een reis van een jaar is hij na terugkomst depressief geraakt, omdat het hem zo hard heeft geraakt. De optimistische ik hoopt dat dit niet bij mij gebeurt. Ik geloof ook niet dat dit me zal overkomen. Maar droevig word ik wel. Ik vraag aan David hoe laat het is. Het is tijd. Ik moet gaan, terug naar mijn hostel, afscheid nemen van David, mijn spullen pakken en met de man meegaan die me ophaalt. Op het allerlaatste minuut staat Jessica in mijn hostel, blij dat ik nog niet weg ben. Ik geef haar een dikke knuffel en ik adviseer haar om volop te genieten van haar reis. Van elke dag er alles uithalen. Van Kristen neem ik afscheid via ‘Facebook’. Eigenlijk heb ik de vorige avond al afscheid van haar genomen. Tientallen afscheidskusjes van haar zo op mijn gezicht. Èn een dikke, warme knuffel van mij toen ze weer als een klein meisje zo lief naar me ging glimlachen.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika12 March 20130 comments0
Read More

Eindhalte Buenos Aires #1

Buenos Aires – De afgelopen maanden heb ik in tientallen bussen gezeten. Non-stop op weg naar bestemmingen die ik met eigen ogen heb willen verkennen. Maar nu, zit ik in de allerlaatste bus van mijn reis. Van Bariloche naar Buenos Aires. Bariloche heeft koude en sterke windvlagen die door mijn haren wapperen. Kleine regendruppels vallen naar beneden. De bus verlaat de donkere wolken en rijdt naar zonnige Buenos Aires. Dè eerste Zuid-Amerikaanse stad waar ik zes maanden geleden de eerste paar dagen ietwat angstig rond heb gelopen. Mijn alertheid staat weer op scherp als ik 24 uur later op Retiro, het busstation van Buenos Aires, aankom. Ik twijfel of ik met de taxi of met de metro zal gaan. De taxichauffeur zal al het geld uit mijn portemonnee willen hebben, maar in de metro wacht waarschijnlijk een bende om me met mosterd te besmeuren om me zo af te leiden en van al mijn spullen te beroven. De enige andere toerist die in dezelfde bus als ik heeft gezeten, kijkt me langdurig aan. Misschien wil hij wel met me mee?

Metro A en C leiden naar het door mij geboekte hostel: ‘Rock Hostel KM0’. Die ene toerist heet Andre uit Canada en hij gaat met me mee, want hij heeft geen flauw benul welke kant hij op wil gaan. De angst verdwijnt als we zonder mosterdsmurrie op onze kleding de metro’s overleven. Na een paar meter lopen, staan we voor de grote deur van het hostel. De deur gaat voor ons open, nadat ik heb aangebeld. We lopen de trap op en worden verwelkomd door de hostel crew èn Kristen. De Amerikaanse yoga- en salsalerares die als een klein meisje zó lief lacht dat ik de neiging krijg om haar als een teddybeer te knuffelen. Ik ken haar van eerder. In het hostel ‘Casa Margouya’ heb ik haar op mijn laatste avond in Puerto Varas voor het eerst ontmoet, direct meegesleurd naar ‘El Barista’ en de avond wordt een reeks van gezelligheid, rode wijn en een dik stuk brownie. Paar maanden later maak ik mijn eten in de keuken van het hostel in Bariloche, terwijl er al een paar mensen zitten te eten. Iemand van die eters kijkt me nieuwsgierig aan en zegt “Ik ken jou ergens van”. Ik kijk terug naar haar, maar er rinkelt geen belletje. Totdat ze Puerto Varas, ‘Casa Margouya’ en ‘El Barista’ opsomt. Het lichtje brandt en we kijken elkaar met een glimlachje aan.

Terug naar Buenos Aires. Nadat ik een bed in de slaapzaal van ‘Rock Hostel KM0’ heb geclaimd, tutten Kristen en ik diezelfde avond ons op voor een tangoles in ‘La Catedral’. Optutten als in: korte broek en simpel topje aan, make-uploos en op slippertjes het nachtleven ingaan. ‘La Catedral’ ziet er oud, duister en mysterieus uit, dit vangen mijn ogen op als we bij de kassier stilstaan om een kaartje te kopen. We rekenen af voor een beginnersles tango. We wachten totdat de les begint. Ondertussen wordt de Argentijnse tent ietwat drukker met toeristen zoals wij. We leren David (Engeland) en Jessica (VS) kennen die net zijn begonnen met hun reis en in Buenos Aires Spaans leren. En nu ook tango dus. Net als ik toen. Met een tekort aan mannelijke dansers, dans ik af en toe met Kristen of Jessica. Maar wie is dan de man? We proberen de rollen af te wisselen, maar ik word giechelig als ik de mannenrol uitvoer. De Argentijnse dames die deze les ook volgen, hebben hun mooie jurkjes aan. En torenhoge pumps voor the finishing touch. Zo dansen de mujeres in hun pumps, terwijl de backpacker, ik dus, de slippers in een hoek van de zaal gooit en de danspasjes op haar blote voeten uitvoert. Heerlijk! Na het uurtje tangoles, maken we ruimte voor de tango gevorderden. Daarna begint de milonga, de gelegenheid om je tangostappen aan het publiek te laten zien. Zoals wij: David, Jessica, Kristen en ik nippend van onze lekkere droge witte wijn. We genieten!

Om 11 uur kom ik aan op het ‘Plaza de Mayo’ plein. Ik loop naar het grote witte standbeeld met de onafhankelijkheidsdatum van Argentinië erop. Algauw zie ik David en Jessica op me af struinen. Kristen is er nog niet. Ik ga in de zon op een bankje zitten en ik zit gebakken. Die twee dwarrelen om me heen rond, terwijl ik rustig afwacht. Één uur later en Kristen is er nog steeds niet. Waar is ze? 11 Uur hebben we toch gezegd? Met slechts één persoon van de vier personen die een telefoon heeft, kunnen we haar niet direct benaderen. Volgens haar hostel is ze al om half 11 weggegaan. We wachten nog maar een uur. Twee uur later vertrekken we maar met zijn drietjes en een half uur later struinen we door de bekendste gekleurde straten van de wijk ‘La Boca’, ‘Caminito’. Met hetzelfde riedeltje van tangodansende Argentijnen, restaurants waar toeristen de zaak vullen en bejaarde Argentijnen die met hun mooie tangostem de gasten entertainen. Ik loop weer rond in ‘La Boca’, zes maanden later. Wat heb ik dit toch gemist.

Elke maandag is er ‘La Bomba de Tiempo’! Vijftien man die op het podium van ‘Konex’ het relaxte, swingende en blowende publiek entertaint. Deze ritmische maandag is voor mij niet onbekend. Integendeel. In oktober heb ik deze avond eerder meegemaakt. Zwetend liet ik mijn losse danspasjes zien en ik was één met de muziek. Ik heb toen gezegd dat ik deze avond nog een keer wil meemaken, voordat ik de vliegtuig naar Nederland pak. En ik ben nog op tijd. Bij de bar bestel ik een Fernet Cola, de Argentijnse specialiteit qua drank. De barman doet zijn dingetje: hij pakt een grote plastic beker en giet er fernet en cola erin. Ik loop de rest van de avond met een halve liter beker in mijn handen.

Naarmate de avond vordert, hoe meer ik ontblote mannelijke bezwete borsten zie. Mijn slierten hoofdharen beginnen in mijn gezicht te plakken. Zo ook bij de anderen. Ik dans ietwat timide door de Fernet Cola in mijn hand, maar ik dans alsof dit mijn laatste avond is. Zodra de percussie op het podium is afgelopen, staat een spelende brassband al buiten op ons te wachten. Een deel van het publiek begint te wiebelen met hun heupen, terwijl de brassband naar de locatie van de afterparty loopt. Wij doen mee. De groep wordt groter, ondertussen voel ik de gehele ritme in mijn lijf stromen. Ik dans op straat, uitbundig met een gigantische grijns op mijn gezicht. Ik voel me zo vrij als een vogel. Ik ben zo blij en trots op mezelf. Zo trots dat ik deze reis heb gedaan. Alleen. We blokkeren de wegen voor de taxi-chauffeurs. De één toetert op de beat mee, de ander omdat hij de dansende mensen voor zijn auto weg wil hebben. De politie blokkeert een paar rijstroken, zodat wij veilig bij de afterparty aankomen. Het feest gaat gewoon door tot diep in de nacht.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika08 March 20130 comments0
Read More

Ik voel me thuis in…

Ushuaia – ‘The Love Boat’ wordt in de vroege ochtend na het eindfeest in de haven van Ushuaia geparkeerd. Ik blijf één nacht in Ushuaia. De volgende dag vertrek ik met de bus terug naar Punta Arenas, Chili. Terug naar het ‘hostel Independencia’ waar ik met “Hola Croata!” door de hosteleigenaar word verwelkomd. Ik wil niet langer in Punta Arenas blijven, want ik ben hier al eerder geweest en ik heb nog maar drie weken de tijd om van de laatste restjes van mijn reis te genieten. Dus? Rapido, rapido! In de ochtend eet ik mijn lekkere omeletje met brood en ik haast me naar het eerste buskantoor, dat hopelijk voor diezelfde ochtend een bus naar Puerto Montt heeft. Maar nee, dat heeft hij niet. Ik loop snel naar het andere kantoor, tenminste dat probeer ik terwijl ik van beide kanten beladen ben met mijn 19 kilozware backpack en een handbagage van 7 kilo. Ik weet nog steeds niet waar die kilo’s vandaan komen.

Mierda! Ik zie een bus voor het tweede kantoor en ik heb het gevoel dat het mijn bus is, die ieder moment gaat vertrekken. Met een bezweet voorhoofd kijk ik de buschauffeur aan en ik vraag of hij zo naar Puerto Montt vertrekt. “Si.”, zegt hij en mijn voorhoofd wordt weer droog van de ontspanning. 36 Uur lang in de bus. Het wordt mijn langste busrit. Nadat ik mijn backpack aan de aardige buschauffeur overhandig, wandel ik de bus binnen om een mooi plekje bij het raam te vinden. Ik nestel me en ik entertain mezelf met de muziek van mijn mp3-player, totdat de collega van de buschauffeur me vraagt of ik bij hen voorin wil zitten. Por que no? Met dolle pret en flirtacties van de 23-jarige collega van de buschauffeur waar ik overigens geen interesse in heb, cruisen we door de beboste wegen en passeren twee keer de grens van Chili-Argentinië en Argentinië-Chili. We rijden snel en we passeren de grenzen zo makkelijk dat we er uiteindelijk maar 28 uur over doen. Gelukkig kom ik nu op klaarlichte dag in Puerto Montt aan. Het mini-busje naar Puerto Varas staat al voor me klaar. Ik kom eraan. Voor de derde keer.

 “Terwijl ik vrolijke nummers beluister,

krijg ik toch tranen in mijn ogen en

een brok in mijn keel.

Droevig ben ik.”

Puerto Varas, het kleine stadje, heeft íets. Wat dat precies is, is iets waar ik niet mijn vinger op kan leggen. Ik denk dat het een verzameling van alles wat is. Waar ik adembenemend van onder de indruk ben, zijn de vulkanen Osorno en Calbuco die – flop – zo in de verte van het meer te zien zijn. Als het weer meewerkt natuurlijk. Je zit in café ‘El Barista’, je kijkt naar buiten en je ziet die twee al, terwijl je van je bakkie nipt. Of je loopt naar het meer, dat in de zomer de badplaats is, tegenover je staan de twee bergen, die met hun verschijning de lucht sieren. Er zijn meerdere momenten geweest, dat ik hier alleen heb gezeten, voor me uitstarend naar de twee voor een deel besneeuwde vulkanen. Glinsterende ogen heb ik er van gekregen. Het feit dat ik hier veel leuke mensen, toeristen en locals, heb ontmoet geeft mij het gevoel dat ik ‘thuis’ ben, als ik er ben. Zo ook bij café ‘El Barista’. Ik heb mijn kontafdruk op een stoel dichtbij het raam van het café achtergelaten, omdat ik er elke dag heb gezeten. Voor het updaten van mijn blogs. En voor een lekker bakkie natuurlijk. Cappuccino of rood Chileens wijntje. Puerto Varas is de laatste Chileense stad die ik bezoek, voordat ik naar Argentinië ga. En dan naar huis. Voor de laatste keer geniet ik van Chili en zijn beste avocado.

Ik wil nog de Argentijnse Bariloche en Mendoza zien, voordat ik naar Buenos Aires ga. Mijn eindbestemming. Nog maar zestien dagen. Daarom spendeer ik maar vier nachten in Puerto Varas. Zeven uur van Puerto Varas vandaan, ligt Bariloche. De Argentijnse kant alweer. In de bus lees ik het boek ‘Mag ik je nummer even?’ van Sophie Kinsella, terwijl ik af en toe word afgeleid van het mooie natuur om me heen. Ik denk dat dit de mooiste busreis is, die ik tot nu toe heb meegemaakt. Nadat we aankomen, zeul ik met al mijn spullen op zoek naar mijn hostel. Eindelijk vind ik het grote ‘Tango Inn Downtown’ dat zich ergens op een berg heeft verstopt. Met de twintig graden warme zon die de boel verwarmt, besluit ik een koude douche te nemen. Met slippers en luchtige kleding dwarrel ik naar het meer toe, waar ik aan de kust op één van de grote stenen ga zitten. Het blauwe water, vele hoge bergen en kayakers sieren mijn beeld. Terwijl ik vrolijke nummers beluister, krijg ik toch tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. Droevig ben ik. Ik realiseer me dat ik bijna weer naar huis ga.

Doris FurcicArgentinië, Chili, Travel, Zuid-Amerika23 February 20130 comments1
Read More

Antarctica, the end

Antarctica – Door de speakers horen we Agustins stem. We zullen weer de Drake Passage gaan passeren, “…dus slik de zeeziektepillen alvast in”, wordt er gezegd. Afijn, het ‘Garfield-avontuurriedeltje’ begint weer helemaal opnieuw. Voor de 21ste hebben we de lezingen ‘De walvissen’, ‘Wie bezit Antarctica?’ en ‘Het gat in de ozonlaag’ gepland staan. Vlak voordat de presentatie over de walvissen begint, neem ik mijn pil. Na enkele minuten slaat het al in. Ik zit in the Conference Room te luisteren naar hoe Luciana de walvissoorten uitlegt. Met half geopende ogen kijk ik haar aan. Mijn kijkers sluiten elke twee seconden, waarna ze vermoeiend weer opengaan. Irritant, want Luciana’s verhaal is interessant. De lezing maakt me heel erg moe. Hierna stal ik mezelf op mijn lievelingsplekje bij de bar. Wie bezit Antarctica? Geen flauw idee; ‘Garfield’ ligt weer te slapen.

Ik slaap op de leren bank, voordat de mensen weer om me heen staan. Vlak voor de kudde word ik wakker; ik ben omringd met kleine broodjes, cakejes en koekjes die op tafel al klaar liggen. Eten, slapen, eten… overdrijven komt hier niet aan bod. Ik neem een hapje voordat ik de laatste lezing over de ozonlaag ga bijwonen. Agustin is diegene die het lukt dat de hele zaal met volle borst het ozonlaagnummer zingt. En ik? Ik lig in een deuk als ik de ouderen om me heen zie meeblèren. Daarna heeft iedereen weer honger, dus aanvallen maar op het luxieuze, overheerlijke driegangendiner! En dan? Juist ja, slapen. Ha, nee! Nog niet. Eerst een feestje in een kleine kamer met Inger, de Australische gekke Donna, de zeemannen Pablo, Joel, Ariel en de kok Raul. En dan slapen. Ja!

“Dit keer geen stuk hout en een slang,

maar twee slangen die

sidderend en soepel

op de dansvloer bewegen”

22 Februari 2013, de laatste dag op Drake Passage. Ondanks dat de Drake bekend staat als het wildste water in de hele wereld, is hij rustig als we naar het Beagle-kanaal varen, terug naar Ushuaia. Ik slik maar één pil tegen de zeeziekte. Ondanks dat ik maar één pil heb ingenomen, heb ik alsnog last van de ‘Garfield-symptomen’. Eten, slapen, eten. Daarnaast probeer ik een poging te wagen om mijn blogs te schrijven. Het lukt enigszins. Door de speakers komt de stem van Agustin door. We moeten allemaal verzamelen bij de bar. Leandro, Pablo, Mariela, de kapitein Jorge, Luciana en Agustin staan naast elkaar met papieren in hun handen. Met hèt bewijs dat we op Antarctica zijn geweest: de certificaten! Klappend en zoenden worden de documenten van harte in ontvangst genomen. Na bijna een half jaar lang één zoen als begroeting te hebben gekregen, raak ik helemaal van mijn apropos als Leandro me drie geeft. Ik heb het certificaat in mijn handen en ik ga direct weer zitten van de schrik.

Agustin stopt een dvd’tje in zijn ‘MacBook’ en Luciana doet het licht uit. The Conference Room wordt donker. De film wordt gestart. Foto’s van onze Antarcticareis worden met muziek op de achtergrond achter elkaar afgespeeld. Bijna iedereen zie je voorbij komen. Ik ben al drie keer te zien met de zoomlens voor mijn gezicht, richtend op de pinguïns. De dvd is een cadeautje van de crew. Een presentje met alle informatie van de lezingen, de dagactiviteiten op een lijstje, de geziene dieren per dag aangevinkt en films van de passagiers en de crew. Het begint door te dringen, het is onze laatste avond op ‘El barco del amor’. Tijd voor een eindfeest! Later op de avond voel ik me weer als ‘Baby’ uit ‘Dirty Dancing’. Dit keer volledig op mijn gemak tussen de crew, net als ‘Baby’ tijdens het eindfeest in die film. De houterige moves die ik op de verjaardag van Luciana te voorschijn heb gehaald, zijn weg. Samen met Cacho vormen we dit keer geen stuk hout en een slang, maar twee slangen die sidderend en soepel op de dansvloer bewegen.

Doris FurcicAntarctica, Travel22 February 20130 comments2
Read More

Bikini aan en zwemmen maar in Antarctica

Antarctica – Ontbijt. Met een slaperig hoofd eet ik mijn ochtendmaaltijd. Omeletje, kiwi’s en watermeloenen gaan door mijn slokdarm heen. Vandaag staat Deception Bay op het programma. Een gebied waar veertig walvissenjagers uit Noorwegen hebben geleefd om vanuit het vet van de walvis olie te maken. Aantal verroeste boilers, gigantische tonnen waar ze de olie in bewaarden, een huis in slechte conditie en twee kruizen wat eerst een begraafplaats is geweest maar door de tsunami’s zijn verdwenen, zijn nu nog over. De Ushuaia-passagiers waaronder ik dwarrelen rond bij deze plaatsen, voordat we naar de Neptunes Window wandelen, een plek op loopbare afstand dat een mooie uitkijk op de oceaan aanbiedt. Pratend loop ik samen met Inger naar het zogenaamde ‘raam’ toe. Inger vraagt aan me of rechts van ons verderop stenen zijn of zeehonden. Ze camoufleren zichzelf zo goed dat je ze zo voorbij loopt. Ik pak mijn camera en zoom zo ver mogelijk met de focus op de snoet van de pelsrob.

Op de top van de Neptunes Window waait er een windje. Voor me uit starend zie ik de oceaan, terwijl heel ver de bergen van Antarctica volledig wit uitblinken. De andere kant heb ik een ‘panorama view’ van de plek waar ik net langs de tonnen, begraafplaats en pelsrobben heb gelopen. Ik ben bijna als laatste bij deze raamopening en Inger en ik besluiten om terug te gaan naar de plek waar nu al een grote groep passagiers halfnaakt bij de zodiacs staat. Links van ons zien we de pelsrobben en de enige stormbandpinguïn, rechts een horde skua’s. Vlug lopen we samen met Louis, die net bij ons aansluit, een stapje sneller, want Luciana, de bioloog, zegt dat als we willen zwemmen, we moeten opschieten. De zee is leeg, geen één mens is in het water als we daar aankomen. Een aantal droogt zich af op het strand, terwijl de rest apekijkers zijn en graag wilt zien hoe de gekke mensen met een verrekt gezicht uit het koude water komen. Ik kleed me vlug uit, Inger doet hetzelfde, terwijl Louis met zijn camera klungelt en een beetje voor de koude oceaan vreest.

Leandro, de andere bioloog, staat al gereed met zijn camera. Rennend ga ik de zee in, Inger volgt mij en na enkele meters laat ik mezelf vallen. Met een klap ben ik tot aan mijn hoofd in het ijskoude water. Razendsnel zwem ik twee meter en één vlinderslag doe ik er achteraan. Ik sta op en ik laat me weer in de zee vallen, lachend kijk ik naar Louis en Inger die mij volgen. Het water is erg koud en we lopen terug naar de kust waar het water lekker warm tot heet is. Ik ga weer terug het water in en ik doe het riedeltje opnieuw. En nog een keer. Louis pakt zijn cameraatje en we poseren met zijn drieën voor de camera. Teruglopend naar de kust krijg ik een handdoek van Agustin. Ik sta stil, voor me uit kijkend naar de zee, ik geef mijn handdoek terug aan Agustin en ik ren weer het water in. Kah Siok staat in haar bikini plotseling naast me. Ze neemt een frisse duik en aan de kust graaft ze in het diepe waarin het water rond de 40 graden is. Ze gaat liggen, rollen en genieten. De camera komt weer te voorschijn en ze wil een foto van haar alleen met gespreide armen en een grote grijns. Ze kan nu de hele wereld aan, denk ik.

Na de lunch pakken we weer de zodiacs om naar Livingston te gaan, vol met stormband- en ezelspinguïns met twee groepen mannelijke zeeolifanten. Per groep lopen we achter een bioloog aan. Voor mij liep Pablo, bioloog en biologieleraar aan de universiteit, en de rest van mijn groep, terwijl ik als laatste achter de kudde aanloop. Voor je het weet trap je op een pinguïn, dus ik pas goed op waar ik loop. De twee soortige pinguïns zitten gemixt bij elkaar. Staand slapen ze met hun gezicht in de richting van de zon, anderen waggelen van links naar rechts, met hun vleugels naar achteren gespreid om in evenwicht te blijven. De jonkies rennen achter de moeder aan om vis uit de mond van hun mamma te krijgen, maar de moeder rent iedere keer weg. Verderop zien we een groep van zeven of acht zeeolifanten, allemaal mannen. We mogen tot en met 25 meter van hun vandaan staan. Anders neem je het risico om aangevallen te worden. Wegrennen gaat je niet lukken, want ze halen je met hun 5.000 kilo toch wel in. En dan zie ik nog als laatste een pelsrob. Ik ga zitten, zeven meter van hem vandaan, starend naar hem en twee ezelspinguïns die een beetje op en neer dwarrelen. Er wordt geroepen “red jacket!” en ze bedoelen mij. Ik moet terug, maar het uitzicht is geweldig.

Doris FurcicAntarctica, Travel20 February 20130 comments0
Read More

Gletsjers, zeeluipaarden en Wilsons stormvogeltje

Antarctica – De muziek van mijn mp3-player staat nog aan als ik in mijn kamer wakker word. Het nummer ‘Iris’ van ‘Goo Goo Dolls’ bereikt mijn oren als ik mijn ogen opendoe. Sandra is al aangekleed, klaar om de kamer te verlaten voor een peuk en ontbijt. Later heb ik getoast brood met omelet, media lunas en watermeloen- en kiwistukken op mijn bord. Heerlijk. Na het ontbijt bedek ik mijn benen met mijn zwarte, 50 dernier panty en twee extra sokken voor mijn voeten. Hierna gehuld in mijn legging doe ik de gele laarzen, die twee maten groter zijn, aan met erover heen mijn skibroek. Met een t-shirt en mijn alpaca trui zijn mijn eerste twee lagen compleet. Dan nu nog mijn gehuurde ski-jas met reddingsvest nummer 24. Mijn hoofd blijft enigszins warm, dankzij de bruine Boliviaanse muts met lama’s. Ik pak mijn tas met camera plus twee lenzen, en als laatste: de skihandschoenen. Gesplitst in twee groepen, ga ik met mijn gezellige Ushuaia-team Foyn Harbor als eerste verkennen. Agustin wacht in de zodiac, totdat hij vol is. De dokter is inmiddels benoemd tot ‘dr. Amor’ door Inger en mij; we zitten tenslotte op ‘The Love Boat’. Op de presentielijst zet hij een kruisje achter mijn naam, terwijl ik de trap afloop naar de zodiac.

Agustin bestuurt de zodiac, de Ushuaia in de verte achterlatend. Normaal gesproken varen we snel naar datgene wat te zien valt, maar dit keer varen we rustig de zee op, terwijl de motor zachtjes geluid maakt. Ik kijk om me heen, mijn hart zachtkloppend, naar de verbazingwekkende mooie witte en helderblauwe ijsbergen die om ons heen liggen. Grote en kleine ijsstukken zwerven in de zee, terwijl we ze met de zodiac verschuiven. Antarctica vogels met hun helderwitte dikke vacht en wit-zwart hoofdje zwieren boven onze hoofden. We zien algauw een krabeter op een plat groot ijsstuk midden in de oceaan liggen. De krabeter heeft een zeer witte huid wat niet vaak voorkomt bij deze soort. Hij geniet van het luieren en onze camera’s klikken door als het dier met zijn rechtervin flappert en af en toe zijn hoofd in de lucht laat hangen. Poseren kan hij wel. Met een vin in zijn mond en de camera inkijkend, zou ik bijna zeggen dat hij zijn ondeugende blik naar mij toewerpt en met me flirt. Hij blijft liggen, terwijl drie zodiacs voor hem stilstaan.

We varen verder, ietsje verderop zien we twee weddel zeehonden. Grote lichamen van twee meter lang met een klein hoofdje eraan. De linker heeft zijn ogen gesloten, terwijl de rechter ons met zijn grote ogen aankijkt, opstaat en naar de kant toeloopt en – floep – in het water belandt. Hij heeft geen zin in publiciteit. We ‘zoefen’ op ons gemak met de zodiac verder en we zien verderop een wrak, rottend in de zee. ‘Governoren’, het Noorweense walvisjagersschip dat door brand op het schip in 1916 is gezonken en sindsdien is blijven roesten. De harpoenen om de walvissen te doden zijn nog aan dek. Agustin pakt de hendel van de motor en hij geeft via zijn walkie talkie aan ‘de Ushuaia’ door dat we weer terugkomen. Met een hogere snelheid zien we de ijsbergen voorbij ons gaan, terwijl ze door nieuwe worden vervangen. We naderen ‘de Ushuaia’ en zien ondertussen dat de pootjes van de Wilsons stormvogeltje een paar keer de oceaan aanraken. Alsof hij danst; speciaal voor ons een afscheidsdansje.

We arriveren met zijn allen weer terug op de boot en krijgen een lunch voorgeschoteld. Door de intercom horen we het bericht van Agustin dat de tweede excursie van vandaag niet gedaan kan worden. Krachtige wind zal de zodiacs omklappen, zo sterk is de wind. Ik ga naar de brug, waar de kapitein ‘de Ushuaia’ bestuurt. Daar staat al een aantal mensen, naar buiten koekeloerend met de verrekijker. Ik kijk uit het raam, aan de rechterkant van het raam waar niemand mag staan, omdat het het uitzicht van de kapitein belemmert. Uit het raam kijkend, zie ik een enorme gletsjer die veel breder is dan de adembenemende Perito Moreno. Zittend op een kruk voor het raam, steun ik mijn armen op het leunbalkje die mijn hoofd ondersteunen. Ik geniet van de mooiheid voor me. Om me heen hoor ik geroezemoes dat er zeehonden op de ijsbergen voor de gigantische gletsjer te zien zijn. Één, twee, drie en vier! Allen liggend met hun zwaarlijvige lijf op het ijs. En verder niks doen. Rond half 8 krijgen we plotseling te horen dat we toch de excursie in Useless Bay kunnen doen. Iedereen kleedt zich vlug aan en paar tellen later zit ik al in de zodiac.

Dichterbij de zeehonden komen, dat is ons doel. Door de ijsbrokken varen we naar de gletsjer toe. De eerste zeehond zien we al liggen op het ijs. Pablo, de bioloog, heeft zich vergist en ziet dat het een zeeluipaard is, een soort dat na de orka het gevaarlijkste dier op Antarctica is. Bekend als carnibor en agressief, rust het beest nu vredevol op het grote ijsblok uit. De zodiac nadert dichterbij en ik krijg de gelegenheid om mooie kliekjes te maken. Zijn lichaam is 2,5 meter lang en heeft een grote kop met – je zou bijna zeggen – een gemene grijns op zijn gezicht. Achter zijn glimlach schuilt een goed gebit met scherpe, puntige tanden om het vlees van babyzeehonden makkelijk fijn te scheuren. Hij blijft liggen en knippert amper met zijn ogen. We gaan verder. Twee vlekken op een ijsblok, ik denk dat het wildlife is. Met de zodiac naderen we het stuk ijs wat dichterbij en we hebben geluk: weer zien we zeeluipaarden, zelfs twee! Ook zij liggen liefdevol met gesloten ogen. Eentje wordt wakker en begint met zijn ogen te blinken en een beetje met zijn hoofd te bewegen. Nieuwsgierig kijken, dat is alles.

Doris FurcicAntarctica, Travel19 February 20130 comments0
Read More

Aan de Oekraïnse vodka

Antarctica – Ontbijt om 07.00 uur. Met moeite sta ik op. Slenterend loop ik naar het restaurant waar het ontbijtbuffet is. Ik leg twee toasts, omelet en een media luna op mijn bord om hierna gezamenlijk met het gezellige last minute-groepje te eten. Om 08.00 uur krijgen we bezoek op ‘El barco del amor’. Het is het personeel van Port Lockroy, Florence en Florence, één uit Nederland en de ander uit Engeland. Ze werken met twee andere Engelsen op Port Lockroy, een museum en souvenirshop wat behoort tot de ‘Antarctic Heritage Trust’. Het museum laat zien hoe Antarctische bewoners hier hebben geleefd. Maar dit is ook de plaats waar je je postkaarten vanuit Antarctica naar huis kan versturen! De avond ervoor heb ik al mijn speciale kaarten voor mijn familie en mezelf – leuk voor later – geschreven. Vandaag sta ik voor de rode postbus, poserend voor de camera met de kaarten in mijn handen. Met een glimlach op mijn gezicht sta ik gereed om ze erin te gooien. Flop!

Om het museum en de souvenirshop is het stuk land verborgen door een dikke laag sneeuw. Ik kijk naar mijn felgele regenboots met er omheen pootafdrukken. De ezelspinguïns laten hun voetsporen in de witte laag achter. In de kou staan ze recht overeind, de meeste hebben hun ogen gesloten, terwijl de wind hun kleine veren laat bewegen. Stukjes pluizenhaar zie je op hun vacht zitten, wachtend totdat het er vanzelf uitvalt. In deze ‘vervelperiode’ zijn de vetganzen gevoelig en sneller geirriteerd. Vijf meter afstand dienen we van de pinguïns te staan. We worden verrast door een Antarctische pelsrob die vanuit het water op het land tussen de vogels strak in smokingspak belandt, zijn snavel in de lucht steekt, ronddwarrelt en weer de zee ingaat. Ook van hem moeten we een aantal meters vandaan staan. In de buurt is er het Jougla Point. Daar schijnt een vogelnest te zijn, maar ik ontdek hem niet. Wel heb ik weer een horde ezelspinguïns om me heen, kinderen achter hun moeder aanrennend of stilstaand kijken ze me aan of lopen me voorbij. Vertroetelend.

Lunchtijd. Met een luxieuze drie-gangen lunch voor me, vul ik mijn maag op princesse wijze. Hierna cruisen we met ‘de Ushuaia’ door het ‘Lemaire Channel’. Met een lengte van zeven mijl en slechts één mijl breed. Op naar het zuiden. Dit kanaal is door Adrien de Gerlache benoemd voor Jacob Lemaire, de Belgische ontdekker van de Belgian Congo. Met Booth Island aan de westzijde van het Lemaire Channel, heb je het gebied waar Dr. Jean Baptiste Charcot heeft overwinterd. In het zuiden van het Lemaire Channel landen we een paar uur later bij de Argentine Islands. Daar bij één van de eilanden, Galindez Islands, is het Britse Faraday station aanwezig wat nu het ‘Vernadsky station’ heet en in bezit is van Oekraïne. Het gebied waar samen met een ander Brits station, ‘Halley’, voor het eerst het gat in de ozonlaag is ontdekt. Bij het Oekraïnse station wacht vodka op ons. De dames kunnen gratis een shotje krijgen als ze op magische wijze hun BH – met kleren aan – uitdoen en het aan de Oekrainiers doneren. Iets om over na te denken.

Voordat we bij de Oekrainiers op visite gaan, ga ik eerst met de zodiac naar Winter Island toe waar het ‘Wordie House’ zich bevindt. Formeel gezien is dit de ‘Base F’ van de Tabarin Operation uit Engeland waar de geoloog James Wordie zichzelf heeft geinstalleerd. Wat eigenlijk het eerste gebouw van het eerst station is aan het einde van de jaren ’40. Jaren later is er een nieuwe en betere station gebouwd terwijl het ‘Wordie House’ als ‘Historical Site for The Antarctic Treaty System’ is benoemd. Als je naar binnen gaat, kom je terecht in een klein huisje met verouderde pannen, verroeste blikken, oude matrassen, versleten stoelen en boeken die de werkelijkheid in de jaren ’40 illustreren. Aan de muur zie ik zelfs een foto hangen van vier mannen – met dikke snorren en lange manen – die voor het huisje zitten met bier in hun handen en slechts een T-shirt aan hebben. Ook het zonnetjes kan zelfs in Antarctica goed schijnen. Tenslotte staan de Argentine Islands ook bekend als de plek in Antarctica waar het lekker warm kan zijn.

Met de zodiac gaan we naar het ‘Vernadsky station’. Daar worden we door twee Oekraïnse wetenschappers ontvangen. De Balkanhoofden herken ik uit duizenden. Grappig. De kleine tour in het station eindigt op de bovenste verdieping, waar de bar en pooltafel zich bevinden. Sasha staat achter de bar en de kok met helblauwe – bijna enge – ogen kijkt me aan. De shots staan al klaar voor onze last minute-groep. Michaela doet een rondje alvast ter ere van haar 42ste verjaardag op 23 februari. Kah Siok, Louis, Sandra, Inger, Michaela en ik staan naast elkaar, poserend voor de camera terwijl we in één teug de lekkere vodka opdrinken. Proost! Achter ons hangen drie BH’s, één rode, een witte met gekleurde symbolen en een bruine. Er is nog plaats voor één BH. De mijne? Ik bewaar toch liever mijn zwart gekante BH voor ‘me, myself and I’.

Na de vodka die mijn strotje heeft verwarmd, doe ik een poging om met mijn Kroatische taalkennis met de Oekrainiers te communiceren. Door mijn teksten drie keer te herhalen of andere woorden te gebruiken, verstaat Sasha mij. Ik praat verder, terwijl Inger een balletje slaat en er eigenlijk ook goed in is. Uiteindelijk wordt er door Mariela aan ons gevraagd of we hier een jaar willen blijven. Ik kijk haar aan, knipper twee keer met mijn ogen, ik doe mijn jas aan en ik vertrek naar buiten. Als laatste groep zit ik met Inger en de rest van de last minute-lui in de zodiac, terug naar ‘de Ushuaia’. Ik loop de trap van ‘The Love Boat’ op en ik ben weer aan dek. Niemand staat voor aan dek en ik loop naar de voorkant van de boot. De wind botst tegen me aan, iets brandt in mijn oog terwijl ik om me heen kijk. Ik ben omringd met alleen maar land, bedekt met sneeuw. De zon beschijnt een deel daarvan en de sneeuw glanst als het ware. Schitterend. Ik realiseer het me nu pas. Ik ben in Antarctica.

Doris FurcicAntarctica, Travel18 February 20130 comments0
Read More

Ushuaiaaa, ‘El barco del amor’

Antarctica – 0 Graden in Paradise Bay, de volgende landingsplek. Door de helse wind moeten we wachten op de excursie, totdat de vurige windvlaag stopt. Et voilá, na een half uur mogen we onze speciale winterkleding aandoen. We mogen landen! De Argentijnse ‘Brown station’ staat op ons te wachten, inclusief de gesteente heuvel met een panorama view van Paradise Bay. Als ik mijn eerste stappen in de sneeuw zet, zie ik een pelsrob slechts vijftien meter van mij vandaan. Poserend voor mijn camera laat hij zijn beste moves zien. Als een kudde lopen de passagiers achter elkaar aan naar de kleine berg waar de bioloog Leandro op hen wacht. Met een kleine groep sta ik op de berg, naast een grafplaat van iemand die in 1957 is overleden. Het witte continent; ik sta er nu.

Ik doe een kleine trekking op weg naar boven, waar een hogere berg op me wacht met een waanzinnige uitkijk. Zodra mijn groepje boven aankomt, adviseert Pablo, de andere bioloog, ons om te bukken. Door de krachtige wind kun je makkelijk je evenwicht verliezen en zo naar beneden donderen. Ik buk direct en ondanks ik andermans benen om me heen heb, delete ik ze, ik open mijn ogen en ik kijk om me heen. Ik hoor het geklets achter me al niet meer. De tijd staat stil. W-w-w… lezers, ik kan geen woorden vormen voor datgene dat ik nu zie. Helaas kan ik hier niet de hele dag blijven, we moeten terug. Als laatste van de alle passagiers glijd ik naar beneden. Terug naar ‘de Ushuaia’ dan maar, waar de lunch al klaar staat om te serveren.

Met een chique, verrukkelijke lunch voor ons, kletsen Inger en ik bij over de ‘Dirty Dancing’-nacht. Het gegiechel van ons is duidelijk hoorbaar door de hele eetzaal. We lijken wel twee pubermeisjes die over iedereen aan het roddelen zijn. Plotseling zie ik Joel, een zeeman, vanuit de keuken verlegen koekeloeren naar mijn Hollandse maatje. Fernando, chef van de serveerders, komt naar ons toe en vraagt of ze Marian heet en legt een roos van servet voor Inger neer. Hard lachend kijk ik naar waar Joel sta… oh hij is weg. Een grote blunder wat betreft de naam, maar verder wel erg lief. Sindsdien is met dank aan het heerlijke Franse accent van ons fransman Louis de Ushuaia omgedoopt tot de romantische Frans uitsprekende Ushuaiaaa, ‘El barco del amor’ oftewel de ‘The Love Boat’.

In de middag is het plan om naar Neko Harbour in Andvord Bay te gaan. Door grote stukken ijs in de zee is het niet mogelijk om met de zodiacs aan land te gaan. Teleurgesteld blijven we op ‘El barco del amor’. Alsnog doe ik mijn dikke kleding aan en ik ga naar buiten. Waar ‘Rose’ in de film ‘Titanic’ haar armen spreidde, daar sta ik nu met mijn camera, klaar om foto’s van de walvissen te maken. Hopla! Walvissen gespot! Ik druk de knop in op mijn camera en ik schiet beelden van de bultruggen. Met de waanzinnige uitkijk van de ‘Neumayer Channel’ geniet ik in stilte van al het moois. Ongelofelijk dat ik hier ben. En ondanks de scherpe wind die mijn gezicht pijnigt, krijg ik een brok in mijn keel. Helemaal niemand kan deze onbeschrijvelijke beelden van me afpakken.

Doris FurcicAntarctica, Travel17 February 20130 comments1
Read More

‘Dirty Dancing’ ook in Antarctica

Antarctica – Witte vlokken vallen naar beneden, terwijl ik uit één van de vele ramen van de boot ‘de Ushuaia’ naar buiten koekeloer. Tegelijkertijd zie ik achter de sneeuw de grote witte en helderblauwe ijsbergen, die in het water drijven. Door de hevige mist kan ik nog net het water en het witte land scheiden. In de chill out room bij de bar waar iedereen zich heeft verzameld met een warme chocolademelk en een snufje rum erin, praten we na wat we hebben gezien. Zonet hebben we onze tweede landing op Antarctica gehad. We zijn gearriveerd bij Portal Point, wat ligt aan de noordkant van De Gerlache Strait. Het is de beste locatie voor diverse expedities geweest om het schiereiland van Antarctica te bereiken. Met de Zodiacs struinen we naar het land waar onze regenlaarzen voetafdrukken in de sneeuw achterlaten.

Met een paar skua’s en pelsrobben om ons heen, hebben we een trekking in de sneeuw voor de boeg. Een lange rij van tientallen Ushuaia-passagiers en de tour begeleiders lopen achter elkaar, rustig, om zich heen kijkend en genietend van het witte schoon om ons heen. De wind prikt in mijn gezicht en ik wandel met mijn aan de kou blootgestelde handen, die door slechts één graad rood en krampachtig zijn geworden. Ik heb wel mijn winterhandschoenen bij me, maar door de dikke worstenvingers die ik dan krijg, kan ik amper op de cameraknop klikken. En wat veel ‘oh-‘ en ‘wow-momenten’ krijg ik hier te zien. Het is ongelofelijk mooi wit. Zodra ik in de zodiac zit, ben ik in dromenland. De kapitein vaart verder, totdat we bij de Cuverville Island aankomen. De ligging van de grootste broedende ezelspinguïnskolonie op het Antarctische schiereiland. 5.000 Paren zijn hier aanwezig. 5.000. Omringd met vele gletsjers en besneeuwde bergen is dit adembenemend mooi. Dit moet je met je eigen ogen zien. Want bla bla, mijn mond staat open en er komen alleen maar letters uit, en geen woorden. Hierna vaart Damian van het zeemannenteam, ons dichterbij de oogverblindende helderblauwe gletsjers.

In de late avond relax ik met de last minute-groep bij de bar. Wanneer we babbelen over onze Antarctica-ervaringen, sluipt de biologe Luciana naar ons toe om ons uit te nodigen voor haar verjaardagsfeestje. Ze is 32 geworden. Kah Siok, Michaela, Inger, Louis en ik kijken elkaar met afwisselende blikken aan. Por qué no? staat op onze voorhoofden geschreven. We staan op, volgen Luciana en lopen de trap af waar we normaal gesproken naar The Conference Room gaan om een lezing bij te wonen. Voorbij de stoelen, opent Luciana een deur waar we nog nooit naar binnen zijn geweest. We horen al de heupwiegende salsabeat achter die deur weergalmen. De deur wordt geopend en met nieuwgierige ogen kijken we de kleine zaal in. Grote boxen, een laptop waar de dj, in het dagelijks leven chef-kok, de swingende nummers kiest. Gekleurde lampen die de intieme zaal verlichten, aan en uit knipperend terwijl de dansvloer beladen is met de crew. Nu sensueel dansend, de heupen van links naar rechts wiegend, terwijl ze bewegen met het andere geslacht. Leuk sfeertje.

Salsa. Zwoel. Intiem. Sexy. Ik voel me net als ‘Baby’ van de film ‘Dirty Dancing’ die met een grote watermeloen het besloten feestje van de hotel crew binnengaat. De koks, serveerders, zeemannen, oilers en onze tour begeleiders. Iedereen is aanwezig terwijl slechts enkele passagiers de zaal vullen. Dansend met de crew, salsa lerend, flirtend, giechelend, fernet cola en wijn drinkend en de avances van de latino’s ontwijkend. Of niet. Met de eerste twee niveaus van de salsalessen die ik ver in het verleden heb gevolgd, zijn de vlotte, geleerde dansbewegingen ver te zoeken. Ik kan er niets van. Ik sla de plank volledig mis en ik heb me nog nooit zo houterig gevoeld. De hitte in mijn gebreide alpaca trui is ook niet te verdragen en ik durf amper een rondje te maken als één van mijn danspartners dat van me verlangt. Ik dans met verschillende mannen. Damian oftewel Cacho die volledig soepel als een slang beweegt en mij corrigeert als ik de andere kant op wil gaan. Koppig- en eigenwijsheid, ook te zien in mijn dansbewegingen.

Maar ik dans ook met Hector, de chefkok uit Chili die de eetzaal serieuskijkend observeert als zijn eten wordt geproefd. Daarna met Raúl, de Venezuelaanse kok, met Antonio, de oiler, en zo waag ik ook een dansje met de oudere, kleine, gezette Argentijnse Sebastian. Klunzig en schattig vind ik ons samen. Louis, de 32-jarige gehuwde fransman kent wat salsa moves maar ik merk dat we geen klik hebben. Zo ook wil Ariel, één van de zeemannen en die een paar tanden mist, me alle kanten opdraaien. Serveerster Joy danst met mij om de salsakunsten bij te leren. Als laatste is de Argentijnse zeeman Pablo met half Italiaanse komaf en zeeblauwe ogen, aan de beurt. Ik ben verhit dus we praten over Antarctica en werk, maar ik kak in. Mijn biologische klok zegt dat ik beter naar bed kan gaan. Morgen staan we weer vroeg op voor een goed ontbijt en twee zodiac excursies. Pinguïns, ijsbergen, pelsrobben en walvissen, we komen eraan!

Doris FurcicAntarctica, Travel16 February 20130 comments0
Read More

Antarctica, land in zicht!

Antarctica – Chillend lig ik op de blauwe leren bank, in de buurt van de bar, waar ik naar buiten kijk. Na een aantal dagen door de zeeziektepillen te zijn gedrogeerd, komt mijn nuchtere zicht weer terug. Naar buiten gaan, dat wil ik. Ik hul me in mijn jas en mijn benen doen de rest. Slechts de buitentemperatuur van twee graden maakt me in één klap wakker. Ik adem diep in en ik houd mijn adem voor een paar seconden vast. Rustig laat ik het weer ontsnappen, terwijl ik naar de zee kijk. ‘De Ushuaia’ is alleen op de zee; geen ander schip of zeilboot is aanwezig. De boot krijgt bezoek van diverse soorten albatros vogels, een beetje lijkend op meeuwen, maar met vleugels die een spanwijdte van drie meters hebben. Vijf stuks zwerven rond de geparkeerde zodiacs, die achterin ‘de Ushuaia’ opgestapeld zijn. Na de Drake Passage voor twee dagen te hebben gepasseerd, komen we eindelijk aan bij het schiereiland van Antarctica. We varen door het English Channel, tussen Livingston en Greenwich, waar we onze eerste landbestemming naderen: Barrientos Island omringd met andere eilanden behorend tot de AITCHO Islands.

Aangekleed in mijn panty, legging en skibroek eroverheen, mijn bovenlichaam is ingepakt met een dun T-shirt, mijn paarse ‘H&M’-vest en mijn rode ski-jas. Mijn hoofd is bedekt met mijn alpaca muts en mijn handen zijn warm door mijn handschoenen. Ik sta in de rij voor de zodiacs. Aan de rechterzijde van ‘de Ushuaia’ staan alle passagiers achter elkaar, wachtend totdat de onderkant van de regenboots mogen worden schoongemaakt. Dan worden door de dokter onze namen op de presentielijst aangekruisd. Hierna mogen we de trap naar beneden aflopen waar we door de zeemannen worden opgewacht. Even een matrozenhandomhelzing en je zit in de zodiac. Met de zodiac cruisen we vlug naar het land van de Barrientos Island. Het is een pinguïnheelal. Tientallen pinguïns staan om me heen en de geur van deze wezens heeft een krachtige smerige poepgeur, die mijn kleding indringt. Je ruikt de kleine gekostumeerde donders al als je in de zodiac zit, op weg van ‘de Ushuaia’ naar het land. Ezels- en stormbandvetganzen waggelen naast ons terwijl hun vleugels naar achteren buigen, dit voor een goede balans anders zouden de pinguïns zo omvallen. Langzaam lopend met een duidelijke vijf meter afstand van de pinguïns bewondert ieder Ushuaia-passengier de grappige wezens.

Er is veel mist, het sneeuwt en een koude wind maakt mijn wangetjes rood. Sneeuwvlokken blijven op mijn wimpers plakken. Sjokkend loop ik langzaamaan voorbij de twee soorten pinguins. Tientallen ezelspinguïns staan op een berg slechts drie meter van mij vandaan. Besmeurd met modder en pinguïnpoep lopen ze moeizaam rond. Stilletjes staar ik naar ze terwijl ze ons aankijken. Ik focus me zelfs op een kleintje die volledig onder de modder zit en soort van misvormd huppelend naar mama en pappa toegaat. Boven hem vliegt een skua en hij duikt naar de kleine toe, vestigt zijn klauwen in het bemodderde vachtje en prikt met zijn scherpe snavel in het hoofdje van de kleine. Het lukt de skua niet om de kleine op te pakken, dus hij vliegt weg en komt terug voor een tweede poging. Ik wil ingrijpen, maar ik houd mezelf tegen. Weer gebruikt hij zijn klauwen en snavel. De jonkie valt op de grond. Zijn moeder krijst naar de skua, maar het heeft niet veel effect. De baby blijft trappelen met zijn poten en probeert weer op te staan. Mama krijst weer en flappert met haar vleugels. Gelukkig helpt dit en de skua verdwijnt in de lucht. De ukkie staat op en waggelt naar mama toe. Veilig en wel bij mama. Op dat moment vecht ik tegen een traantje.

Doris FurcicAntarctica, Travel15 February 20130 comments1
Read More

Op reis naar Antarctica

Antarctica – Oeps, ik doe vlug de twee rode wijnflessen, mijn camera, tablet, alle oplaadkabels en andere dingetjes in mijn handbagage terwijl ik ook nog mijn tas met gehuurde kleding volprop met chips, koekjes en chocolade. Ik heb haast. Naar beneden hollend, zie ik de last minute-groep bij elkaar: moderne 61-jarige Betty of Kah Siok (Singapore), droge Michaela (Duitsland) en stille Sandra (Zwitserland). Sarah, blij dat ze een deel van de last minute omzet krijgt, brengt ons naar de ingang van de haven. Twee minuten verder stappen we uit met al onze spullen. Onderweg naar de boot zien we gekke Inger (Nederland), en Louis met een flink Frans accent (Frankrijk), die ook de last minute aan de haak hebben geslagen. Ons schip ‘de Ushuaia’ staat tussen twee grote luxere schepen in. Vergeleken met de twee cruiseschepen, lijkt onze schip wel op eentje van ‘Lego’. Slechts voor 84 passagiers, terwijl de andere schepen uitblinken met minimaal 200 mensen aan boord. Geef mij de kleine maar. In een lange rij van 84 personen, wacht ik braaf totdat ik word ingecheckt. Bij de balie word ik verwelkomd als ik mijn paspoort inlever.

Samen met Sandra lopen we achter een dame, lid van de bemanning, die ons naar onze kamer begeleidt. We hebben een upgrade gekregen! Een grote kamer met twee ramen, genoeg ruimte, drie bedden, tv met dvd-speler, stereo en privébadkamer zitten we goed gebakken. Paar tellen later komt Hernan, ander bemanningslid, die Diane (Engeland) haar naar de kamer heeft gebracht. We dumpen onze spullen en gaan op onderzoek uit. Later krijgen we een brieving van Agustin, voorheen ranger nu Antarctica verhalenverteller op ‘de Ushuaia’ boot. Ondersteund door de drie biologen Pablo, Leandro en Luciana en de naturalist Mariela zijn onze tourgidsen compleet. Champagne krijgen we aangeboden en de champagneglazen rinkelen tegen elkaar. We proosten op een toptour om daarna direct aan de slag te gaan met de safety drill. Veiligheidsvestje om en staan op de plek waar ik moet staan, zodra het alarm afgaat. Om zes uur wordt het anker uit het water gehaald en we verlaten het einde van de wereld. Op weg naar het Beagle Kanaal en het beruchte wilde Drake Passage. Na het eerste lekkere drie-gangen diner op de boot slik ik mijn eerste pil tegen zeeziekte.

Vroeg duik ik mijn bed in; de boot gaat op en neer en ik voel me weer een klein meisje, door mijn mama van links naar rechts wiegend. Liggend in bed, voel ik mijn maag ratslagen en flik flaks maken. Hij draait op volle toeren met de hoge golven mee. In de ochtend word ik wakker, beroerd, omdat ik slecht heb geslapen en me misselijk voel. Na het verrukkelijke ontbijt van omelet met toast voel ik me nog steeds niet goed. Misschien zelfs wat slechter. De komende twee dagen beleef ik het leven van ‘Garfield’, de bekende rode luie kat van de tekenfilm. Met elke dag driemaal daags eten voorgeschoteld te krijgen, het missen van de meeste lezingen door non-stop slaap weten te pakken en voornamelijk liggend op de blauwe leren bank bij de bar waar iedereen me ziet, mij aankijkt en ‘arme meid’ denkt. Met daarbij twee gevulde kotszakken en een injectie in mijn achterste om weer de oude te worden, vliegen zo de dagen op de Drake Passage voorbij.

Doris FurcicAntarctica, Travel13 February 20130 comments0
Read More

Ushuaia, het einde van de wereld

Ushuaia – ‘Het einde van de wereld’ heeft nog iets speciaals. Vanaf hier worden bootreizen naar Antarctica aangeboden! Mijn travel buddy Sandra heeft Antarctica al in het vizier sinds het begin van haar reis. Ik niet. Voor mijn reis heb ik de ‘Lonely Planet Argentinië’ aan de haak geslagen. Inclusief informatie over Chileense Patagonië en Antarctica. Dagenlang heb ik in dat boek gebladerd, ook het stukje over Antarctica. Maar ik schrik en sla vlug de bladzijde over zodra ik de prijs zie. Ik heb Antarctica genegeerd tot ik een Hollandse en Engelsman in Carretera Austral (Chili) heb leren kennen. Zij zijn net een weekje terug van hun Antarctica reis. Achter de ‘Macbook’ van de Engelsman zie ik foto’s van de wilde dieren en het beeldschone, witte landschap van Antarctica. Sprakeloos en met open mond gaap ik de beelden aan. Sindsdien heb ik Antarctica ook voor het oog.

Na half gehitchhiked te hebben en vanaf de Chileense grens naar Ushuaia de bus te hebben gepakt, komen we aan in Ushuaia. Slenterend zoeken Sandra en ik naar een goedkoop hostel. Maar we zijn moe en het is laat. We zijn tevreden als we aankomen in de wat duurdere ‘Free Style hostel’, dat hygiëne en luxe met een goed ontbijt betekent. En onze ogen vallen direct op de last minutes voor de Antarctica trips. De volgende dag spreken we met Sarah, de Antarctica last minute-reisverkoper, en ik ben verkocht. De eerstvolgende boot, die nog twee plekken overheeft mét een goed prijskaartje eraan en maar over één week vertrekt, is de boot ‘de Ushuaia’. We hebben 24-uur om ons oordeel te geven. Sandra gaat ervoor, maar ik moet mijn roze spaarvarkentje goed van binnen bekijken. Meerdere keren bereken ik mijn financiële status, na de tiende keer geef ik mezelf groen licht. Ik ga naar Antarctica!

Acht nachten wachten we op ons vertrek naar Antartica. Ach, genoeg te doen in Ushuaia. Voor de eerste paar dagen is het sleutelwoord: tranquilo met cappuccino en lekkere media lunas. De derde dag beginnen de tranquilo dagen alweer te vervelen en Sandra en ik organiseren een trip naar dè gletsjer. Dichtbij en gratis. We dwarrelen ongeveer 40 minuten, totdat we bij het begin van de trekkingroute van de glaciar aankomen. Ik kijk omhoog en we moeten een pittig eindje naar boven. Actie! Sandra oftewel ‘Road Runner‘ loopt vooruit, ik achteraan lopend zoals altijd. Een pretje van een aantal uur en ik raak verhit als ik op het punt aankom waar de ijsmassa zich bevindt. Ik doe mijn jas open en ik adem diep in terwijl ik de hem lang bekijk. Dit valt stukken tegen als je ‘Perito Moreno’ eerder hebt gezien. Hierna houden we onze duim in de lucht en de eerste auto stopt direct en we rijden een stukje met een normale Argentijse vent, dichterbij het centrum van Ushuaia.

De volgende dag regelen we dat we met een Argentijns koppel en de Duitse dame Christel mogen meerijden naar ‘Laguna Esmeralda’. Veel makkelijker en goedkoper, dat meerijden. Na een half uur durige rit komen we op de plek aan waar de gratis excursie begint. Bomen links, rechts en boven ons, en modder onder onze schoenen. Het is ‘natuur-lijk’ mooi, en als we het troebele, zacht babyblauwe meer zien, dan sta ik stil om het uitzicht met mijn hersenen op te slaan terwijl windkracht negen me in mijn jas dieper doet graven. Met een niet zo spectaculaire carnaval in de stad eindigt de avond in een vroege slaap. De dag erna vertrek ik met Sandra naar het nationale park ‘Tierra del Fuego’. Stappend uit de bus zien we het kleine postkantoorhutje waar we direct naartoe lopen.

Zodra we het postkantoor binnenwandelen, zie ik een oudere Argentijnse man met een witte, flinke opgekrulde snor die de paspoorten bestempelt met een grote ‘El fin del mundo’-tekst en een plaatje van een pinguïn erbij. Sandra gaat als eerst en heeft een grote glimlach op haar gezicht als ze in haar paspoort kijkt. Ik geef mijn paspoort aan de meneer en ik wacht netjes op mijn bestempelde papier. Plotseling vraagt Sandra geshokeerd en met jaloezie in haar stem waarom ik een extra stempel krijg. Ik heb geen flauw idee en ik krijg na twee seconden mijn paspoort terug. Ik draai hem om en onder de bekende stempels heb ik inderdaad iets extra’s: de ‘we love Maxima’-stempel, alleen voor Nederlanders. De dag begint goed hiermee en we lopen door het groenige omgeving van ‘Tierra del Fuego’, terwijl kleine druppels regen mijn camera nat maakt. Hierna doen we het rustig aan, we huren skikleding voor Antarctica en we wachten af tot we 13 februari om 16:00 uur op de boot mogen inchecken.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika05 February 20130 comments0
Read More

Chileense en Argentijnse Patagonië in één

Patagonië – Vele verhalen heb ik over ‘Perito Moreno’ in El Calafate (Argentinië) gehoord. De gletsjer is enorm, mooi blauw en het is spectaculair als je een brok gletsjer in het water ziet vallen. Nu wil ik het met mijn eigen ogen zien. Met een reguliere bus worden Sandra, Marine, een Belgische meid die we in de bus van El Chaltén hebben leren kennen, en ik voor de ijsmassa gedropt. Met aan alle kanten loopbruggen kun je een grote zijde van de massa van links naar rechts bekijken. Vier uur lang blijven we daar en de eerdere verhalenvertellers over ‘Perito Moreno’ hebben gelijk. Fors als het is en het ene deel is blauwer dan de ander. Maar hetgeen dat uitspringt is de eerste knal. Alsof een harde schot in de lucht wordt geschoten, schrik ik op en ik zie rechts van mij maar een minuscuul stukje van de gletsjer naar beneden vallen. Even later hoor ik de tweede knal en ik krijg het gevoel dat er een oorlog is begonnen. Adembenemender is als een groot stuk naar beneden stort. En dat is twee keer gebeurd. Met aangapende toeristen als resultaat.

Met de vijfdaagse ‘W-trekking’ van ‘Torres del Paine’ in mijn hoofd, ga ik naar Puerto Natales (Chili). Dit plan wijzig ik al heel gauw als ik met Sandra en Marine en met in totaal mijn 25 kilo zware spullen rondloop, op zoek naar een hostel. De kloppende spier in mijn achterste komt weer tot leven. Dit houd ik niet vijf dagen vol èn ik moet ook nog alle kampeergerei huren wat ook nog een hoop gaat kosten. Ik wijzig mijn idee en we doen samen een eendaagse excursie waarbij we de hoogtepunten als ‘Cueva del Milodon’, gletsjers en de ‘Torres del Paine’-berg langsgaan. Super. De volgende dag pakken we de reguliere bus om de trekking te doen om de bekende berg van dichterbij te bekijken. Met twee ‘Road Runners’ bij me trotseer ik de wind in mijn eentje. Ik ben slechts tien minuten lopend van hèt uitzichtpunt van ‘Torres del Paine’ vandaan, totdat ik opgeef en niet meer de berg kan oplopen. Ik zie een groot stuk van de berg voor me, maar ik ben niet enthousiast na de ‘Fitz Roy’ en ‘Cerro Torre’ te hebben gezien.

Punta Arenas, de Chileense stad waar veel Kroaten blijken te zijn, restaurant ‘Club Croata’ aanwezig is en waar je een baan kan vinden op een schip naar Antarctica. Mijn ervaring: geen één Kroaat ontmoet, geen Antarctica baan kunnen vinden, maar wel het Kroatische restaurant. Sandra en ik pakken de boot naar Porvenir. Daar zijn koning pinguïns te vinden. Het is een drama om naar de pinguïns te komen zonder bus en auto. Met moeite vinden we Ivan en Jose die ons daar naartoe willen brengen in ruil voor geld. Wat blijkt? Jose is van oorsprong Kroaat, spreekt de taal en zijn familie komt uit een klein dorpje vandaan waar mijn oma is opgegroeid. Met Ivan en twee toeristen uit Santiago die we op het laatste moment hebben ontmoet, rijden we twee uur lang naar de pinguïns. We komen daar aan en tachtig pinguïns van ongeveer één meter lang dwarrelen er rond met een zwart hoofd en hun kin en hals versiert met gele en oranje kleuren. We hebben eindelijk ons bestemming bereikt. Ivan brengt ons naar de grens en ineens hebben we weer geluk. Een bus naar Ushuaia komt net aan. Op naar het einde van de wereld!

Doris FurcicArgentinië, Chili, Travel, Zuid-Amerika26 January 20130 comments0
Read More

Aan de wandel naar Cerro Torre en Fitz Roy

El Chaltén – Vanwege verveling blijf ik in Los Antiguos maar voor één nacht. De volgende ochtend pak ik de bus naar El Chaltén. Met een ietwat dure overnachting in een chique cabaña in het kleine en ‘oh-zo-boring’ Los Antiguos schrik ik ook nog is van de dure prijzen. Ik was mijn vieze kleding die binnen drie uur al gedroogd zijn. Hittegolf, bedankt hiervoor. Verder schrijf ik mijn blog in de schaduw met oordoppen in mijn oren. Rihanna zingt haar swingende liedjes als ‘What’s my name?’ en ‘Man down’. Naast mij zit Sandra uit Zwitserland, tikkend op haar computer. Later raken we aan de praat en toevallig neemt ze morgen dezelfde bus als ik. We hebben het gezellig, in de avond gaan we samen wat eten. We nemen plaats voor een ijswinkel en bestellen het goedkoopste: een tosti en sandwich. Genietend van de warmte buiten voor de tent, worden we plotseling gestoord door een oudere vrouw die vraagt of ze bij ons mag komen zitten. Na een “Ja, natuurlijk!” van ons, pakt ze een stoel en neemt tegenover ons plaats.

Helga uit Oostenrijk en ouder dan zestig jaar reist net als Sandra en ik alleen door Zuid-Amerika. Met de looks van een oma maar een jeugdige mentaliteit met droge humor staat zij op mijn nummer één als leukste backpacker die ik in Zuid-Amerika heb ontmoet. Diezelfde avond leren we ons buschauffeur kennen. De door anderen gecreërde angst dat we in El Chaltén in de avond geen slaapplek zullen vinden, regelt de aardige chauffeur een duur hostel voor ons. Maar in de busrit van twaalf uur verandert de aardige buschauffeur in een irritante man die met zijn duistere blik constant naar Sandra blijft staren. Ik zit naast haar en zelfs ik voel me akelig. We besluiten om dat gereserveerde hostel als ‘plan B’ te gebruiken, mochten we geen goedkoper slaapplek vinden. En we vinden het goedkoopste hostel, maar wel waarbij hygiëne en gastvrijheid ver te zoeken is. Één nacht hier is ok, maar niet langer. In de donkere avond vinden we een veel beter hostel ‘Glaciar Marconi’ waar we de nachten erna verblijven.

El Chaltén, een stad wat naar mijn mening gemaakt is voor toeristen en duur is om uit eten te gaan, heeft toch wat moois te bieden. Meerdere trekkingsroutes zijn er te vinden, die eindigen op originele en mooie beelden van ‘Cerro Torre’ en ‘Fitz Roy’. Na onze eerste nacht in El Chaltén, vertrekken we in de ochtend naar ‘Cerro Torre’. De zon schijnt pittig en voordat we beginnen smeer ik mijn gezicht en oren met zonnebrandcrème in. Met een driftige stap loop ik voorop, Sandra achter mij, terwijl de omgeving keer op keer verandert in steeds iets mooiers. De mooie babyblauwe rivier naast ons en het groene bos met gevallen bomen om ons heen. Ondertussen word ik af en toe aangevallen door die grote zwarte muggen. Ja, ik draag weer donkere kleding. Na drie uur komen we bij een meer uit met daarachter ‘Cerro Torre’ zeer groot zichtbaar. De perfecte plek om te lunchen en voor me uit te staren, genietend van het moois voor me alsof de tijd niet bestaat.

Door de kou worden we gedwongen om weer verder te lopen, terug naar ons hostel. Lopend volgen we dezelfde route terug, langzamer dan voorheen want de spier in mijn rechterbil krijgt kramp. Met geduld en normale stappen komen we thuis en eten simpele pasta met tomatensaus wat heerlijk is na zeven uur lopen. We vallen later als een blok in slaap en mijn lichaam bereidt zich voor op morgen. Dan wacht ‘Fitz Roy’ op ons. Met een verkrampte achterste sta ik op, maar mijn sterke wil is nog steeds aanwezig. Sandra maakt zich een beetje zorgen, maar we gaan ervoor. Het eerste stuk van de trekking is lastig voor mij. Met een rechterbil wat klopt als mijn hart, beweegt het krachtig bij iedere stap als we de berg oplopen. Ik loop langzamer maar ik geef niet op. De trekking maakt mijn spieren goed wakker, wat lekker is.

We lopen verder waarbij het laatste stuk het pittigst is. Tegen Sandra zeg ik dat ze alvast voor me kan lopen en dat ik haar wel bovenop de berg zie. Ik kijk om me heen en naar beneden waar vele wandelaars op me hielen zitten. Het is tijd voor wat muziek. De één uur lange dj-set van het festival ‘Latin Village’ weerklinkt in mijn oren en ik krijg volop energie. Ik bereik de top en Sandra lacht naar me en zegt “Hé, je hebt het gered!” en trots plof ik op de grote steen naast haar. Wat kunnen sandwiches met salami verrukkelijk smaken, na zo’n work-out. Ook door het uitzicht van ‘Fitz Roy’ geniet ik op en top. Hierna, alsof ik rode peper in mijn achterste heb, volg ik rennend en huppelend de weg terug. Terugkerend in ons hostel genieten Sandra en ik weer van onze pasta met tomatensaus, totdat onze bedden ons roepen.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika18 January 20130 comments0
Read More

Het groenachtige en stille Carretera Austral

Carretera Austral – Nu ik in Futaleufú ben, wil ik Carretera Austral ontdekken. Oftewel het noorden van Patagonië wat betekent: alpaca handschoenen aan en dikke sjaal om me nek want het gaat koud worden. Maar nee, een hittegolf bestormt het gehele gebied waardoor ik in mijn slippers, korte broek en een topje met gaten erin de Patagonische straten bewandel. Vele straathonden bewandelen de straten, zoals je dat overal in Zuid-Amerika ziet, maar verder is het rustig. Zeer kalm zelfs aangezien vele toeristen deze plaats overslaan door de boot of bus van Puerto Montt naar Punta Arenas te pakken. Waarschijnlijk zou Carretera Austral door sommigen als een lege hol benoemd worden, anderen zouden zeggen het is een en al een mooie groene omgeving, perfect om te kamperen, trekkings te doen en ongevaarlijk te liften.

Van Chaitén naar Futaleufú, van Futaleufú naar Villa Santa Luisa, van Villa Santa Luisa naar La Junta en daar komt het: drie geweldige Chileense mannen ontmoet ik daar. Samen met de hitchhiker Hernan uit Santiago badderen we in het meer dichtbij ons hospedaje en we raken in gesprek met de drie mannen die aan het zonnen zijn. In de avond zitten we bij Armin, de tandarts van La Junta, thuis, samen met zijn twee vrienden Manuel en José Thomas uit Pucón en Temuco die nu op vakantie zijn. Gezamenlijk smullend van een heerlijke pasta met het Chileense traditionele drankje Piscola als dessert, wat eindigt op een gezellig feestje tot diep in de nacht. Ik blijf een dag langer. De hitchhiker vertrekt de volgende dag, terwijl de mannen en ik op het strand liggen, genietend van de warmte en in de avond een perfect 250 gram lapje steak eten.

De volgende dag haalt de bus me op om 07:00 uur. Tenminste dat is de planning. Door getoeter word ik om 05.30 uur wakker gemaakt en ik hoor een bus voor de deur wachten. Ineens gaat de gedachte door mijn hoofd of ik mij in de tijd heb vergist. Ik slaap ietsje verder en ik wacht rond 7 uur buiten, één uur lang, maar geen één bus komt me ophalen. Er zijn wat honden die me vergezellen, maar daar blijft het dan ook bij. Ik blijf nog één nacht, genoodzaakt en gedwongen, in La Junta, want er is maar één bus die die dag naar het zuiden rijdt. Een nadeel van Carretera Austral. Ook de zondagen zijn hier bij mij niet geliefd, want ik verveel me heel erg want alle barren en supermarkten zijn dicht. Gelukkig kan ik bij de bakker nog net aan brood komen.

Ik contact mijn Chileense maten en we gaan naar een privéstrand waar we op onze handdoeken liggen, terwijl een horde bruine-witte koeien ons van een paar meter afstand nieuwsgierig aankijken. Wellicht is het meer boosheid dan nieuwsgierigheid, want we hebben ze zonet van hun plek bij de rivier weggejaagd. Deze dag eindigt in het eten van zelfgemaakte hotdogs completos, de Chileense specialiteit met veel advocado, mayonaise, mosterd, ketchup en zuurkool erop, in huize El Dentista. Die avond neem ik – weer – afscheid van ze. Om 05:00 uur de volgende dag sta ik al op de bus naar Puyuhuapi te wachten. Van Puyuhuapi naar Coihaique, Coihaique naar Chile Chico en van daaruit de grens over naar Argentinië. Ik ben dan weer terug in het land waar mijn Zuid-Amerika reis is begonnen.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika15 January 20130 comments0
Read More

Rafting op de beste plek van de hele wereld: Rio Futaleufú

Futaleufú – Gehuld in een wetsuit inclusief schoenen die een maat te klein zijn, een reddingsvest en een helm die mijn hoofd beschermt, zit ik met een peddel in mijn handen op de opblaasbare boot. Met gespitste oren probeer ik aandachtig naar de instructies van mijn Peruvaanse rafting tour guide te luisteren, maar iets leidt me af. Mijn zwarte wetsuit trekt de aandacht van de gigantische, zwarte muggen, die mijn trekking eerder in Valdivia hebben verpest. Mijn aller-aller-allerbeste vrienden zijn weer terug. Hopelijk laten ze mij en de rest van het team met rust tijdens de rafting op de beste plek van de hele wereld: Rio Futaleufú.

200 Meter voordat het rustige, witte water in een brute kracht verandert, oefenen we de signalen, zodat we allemaal de raftingtocht van niveau 4 en 5 (!) overleven. Met de peddels in de lucht, kletterend tegen elkaar en wilde kreten als “Vamos!” zie ik het water voor me woest worden. Onze tour begeleider commandeert ons dat we snel moeten peddelen en we vliegen met de boot over de flinke golven. De neus van onze boot gaat de lucht in, als een stijgend paard en belandt weer ruw in het water.

Als de peddelaar op de tweede rij van de boot, ga ik de strijd aan tegen het brute water. Bij elke heftige golf die ik een paar meter voor me zie, krijg ik een grote grijs op mijn gezicht en een ik-daag-je-uit-blik in mijn ogen, terwijl ik met alle kracht peddel. Constant probeer ik een goede slag met mijn peddel te slaan, maar meestal raakt mijn peddel alleen de lucht aan. Door even te wachten en tegelijkertijd mijn peddel met de rest van het rafting team in het water te knallen, zijn we weer met de rivier in gevecht. Een avontuur om nooit meer te vergeten.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika13 January 20130 comments0
Read More

Ladies nights bij de Brintrup sisters

Puerto Varas – “Zou je bij ons een paar dagen willen blijven slapen?”, wordt er aan me gevraagd terwijl de drie Chileense zussen Carolina (26, studente Biochemie), Alejandra (23, pilote voor het Chileense leger) en Paula (18, upcoming studente) met gespitste oren en grote ogen me aankijken. Op mijn gezicht tover ik een glimlach, waardoor mijn ogen wat kleiner worden, en enthousiast knik ik met mijn hoofd. Ik ga met de Brintrup zussen naar hun huis/boerderij in the middle of nowhere, 38 kilometer van Puerto Varas vandaan.

Voordat ik de bus pak, doe ik eerst een trekking met Thomas en Kiki en mijn oude vrienden Pepe en Christo, die tijdens Oud en Nieuw de trekking in Villarica hebben overleefd. Zodra we uit de auto stappen, ben ik al omsingeld door acht of meer irritante zwarte muggen, zo groot als de de top van mijn pink, zoekend naar een mooie plek op mijn lichaam om mij te steken. Ze houden van donkere kleuren en laat ik nu net degene zijn die een zwarte broek en een donkerblauwe top aanheeft. De pret is algauw gedaan en ik ben blij als ik met de Brintrup meiden in de bus zit.

We worden van het busstation in Puerto Varas door de moeder van de zussen opgehaald. Cruisend alsof we in een Formule 1 wagen zitten, zijn we al na twintig minuten bij hen thuis. Ze hebben een boerderij, waarbij ze koeien, kippen, en diverse fruitplanten als frambozen en kersen hebben. Een voorraad honden en katten staan voor de deur te wachten, opgetogen dat hun bazen weer terug zijn van vakantie. Ik krijg een lik van – ik noem hem – puppy Fluffy, maar zijn echte naam is: Tobias Fernando Felipe, met dank aan de creativiteit van Alejandra.

Wat doe ik daar? De hoogtepunten: samen met Carolina frambozen plukken om küchen te maken, een tour krijgen hoe de koeien worden gemelkt, gezamenlijk met de familie aan de slag met bezems om een horde witte kippen een bepaalde kant op te leiden wat geen succes is, siëstas ervaren en het spannende Engelse boek ‘A Crime In The Neighborhood’ lezen. Maar ook een uitdagende trekking door het weiland met de meiden uitvoeren en de film ‘Magic Mike’ aan ‘n vriend van Alejandra, Felipe, introduceren die zelf stripper is geweest. Detail: ‘n strak G-stringetje heeft hij nog. Dit zijn topdagen die mijn trip een extra dimensie geven. Ik zal het koesteren. Gracias chicas!

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika07 January 20130 comments0
Read More