Lifestyle posts displayed by category

Drollen en madeliefjes in het Westbroekpark

Den Haag – Zingende vogels, stralende madeliefjes tussen het gras, glimlachende mensen op straat en geen één wolkje in de lucht te bekennen. De zon is er. Met felle zonnestralen. Het zo lang verlangde zonnetje begint eindelijk door te komen! Korte broeken, shirtjes en rokjes worden al uit de kledingkasten gehaald. Blote, witte voeten krijgen voor het eerst dit jaar het licht te zien. Met maar liefst- ik ben positief – een warme temperatuur van bijna twintig graden, begint kille, koude Nederland in een rap tempo te veranderen in een warmer, zwoel land.

De zon straalt, maar de volgende dag kan hij zich algauw weer verstoppen. In Nederland moet je dus de zonnestralen omarmen. Met volle kracht. Door de kille kou van de afgelopen tijd verborgen de meeste mensen zich onder een steen. En door de eerste zonnestralen, verschijnen hun koppies weer boven de grond. Ook in het Westbroekpark, opgetut met rozenstruiken. Het park is gevuld met picknickkleedjes, klimmende, schommelende peuters en kleuters die rondbanjeren bij het speelpleintje en moeders die oog hebben voor elkaar. Met een roseetje erbij voor ultiem zomergenot. Fietsend ga ik verder. Deze drukke kudde verlatend.

Gespot! Een mooi groen plekje, madeliefjes, zonder wind. Een vijver ervoor en ganzen die er rondbanjeren. Uit mijn tas haal ik mijn Boliviaanse kleedje te voorschijn. In Bolivia worden er baby’s of eten mee vervoerd, hier wordt het – door mij – als picknickkleedje gebruikt. Ik observeer de grassprieten, maar ik zie vaak uitgedroogde drolletjes die het groene oppervlak sieren. Gelukkig vind ik bij zeven madeliefjes een poepvrije plaats. Wat is mijn plan voor deze zonnige dag? Op picknickkleedje liggen, mp3-player aan, boek open, eerste twee regels lezen, ogen sluiten, naar de zingende vogels luisteren, de madeliefjes voor me zien en met een glimlach in slaap vallen. Dank je wel, zo gewilde zon!

Doris FurcicLifestyle04 June 20130 comments1
Read More

Ik heb een Argentijn ontmoet

Scheveningen – Ik heb een Argentijn in het vizier. Ik ben nieuwsgierig naar hem. Mijn gedrag wordt door de zenuwen geleid. Als ik bij hem in de buurt ben, dan kijk ik hem even aan. En vlug kijk ik weer weg. Ik negeer hem. Voor een seconde of vijf. Ik kijk naar de grond waar ik een roze kauwgom – ‘Hubba Bubba’? – op het laatste moment ontwijk. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik hem voorzichting weer aan. Oh, ik kom te dichtbij. Plots negeer ik hem weer. Mijn hart klopt sneller. Ik word nu echt zenuwachtig. Het is genoeg. Ik doe mijn stoute schoenen aan en ik loop naar hem toe. Nog maar vijf meter. Drie meter. Één meter. In één slag draai ik me een kwart om en ik wandel verder, een andere kant op.

Ik beveel mijn benen om te stoppen. Stilstaan doe ik, als mijn ledematen de opdracht hebben begrepen. Ik draai me om. En ik loop weer terug. Naar hem. Opnieuw. Vijf meter. Drie meter. Één meter. Nog een halve meter en ik sta voor een deur. Met mijn rechterhand trek ik aan de zware deur. Oog in oog staan we tegenover elkaar. Ik kijk hem aan. Hij mij ook. Beiden met een nieuwsgierige blik in onze ogen. Ik geef hem mijn papieren. Met mijn naam en telefoonnummer erop. En ik loop weg. Ik hoop dat ik een telefoontje van hem krijg. Maar ik hoor helemaal niets. Een week lang. Mijn stoute schoenen doe ik opnieuw aan. Weer sta ik voor de zware deur. Maar ik zie hem niet. Ik vraag aan iemand waar de Argentijn is. Paar tellen later komt hij naar beneden. We kijken elkaar weer aan. Hij heeft een blik in zijn ogen met de gedachte “Ken ik jou ergens van?”. Mijn ogen tonen nog steeds mijn nieuwsgierigheid. We praten. Het gesprek loopt af met een glimlach op onze gezichten.

Bijna een maand geleden is dit gebeurd. Sindsdien werk ik parttime in het Argentijnse grill restaurant ‘Santos‘. Een goede oppepper voor mijn Spaans!

Doris FurcicLifestyle28 May 20131 comment3
Read More

Op de fiets door de Scheveningse Bosjes

Den Haag – Zachtjes hoor ik hem. De viool. De strijkstrok raakt de vioolsnaren aan. De muzikale klanken worden luider. In mijn gedachtes zie ik een donkerharige man met een leren jasje zingend naar me toelopen. Bitter, zoet, symfonie. Het bekende riedeltje van ‘Bitter Sweet Symfony‘ van de band ‘The Verve’ wordt door mijn mp3-speler afgespeeld. Laat in de avond ga ik slowly op de fiets vooruit op het fietspad langs de Scheveningse Bosjes. Stand: automatisch piloot. Verderop zie ik een oudere dame voor me, fietsend door de groene tunnel van hoge, oude bomen met grasgroene bladeren eraan. De strijkstok wordt weer op de vioolsnaren gestreken. Het beeld van de oudere dame begint wazig te worden als ik tijdens de rit flitsfragmenten van Zuid-Amerika zie.

Één, twee en drie: ik spring samen met mijn skydive instructeur uit een klein vliegtuigje boven Cordoba. Ik voel weer hoe mijn wangen en oorlellen door de heftige wind drastisch bewegen. Flits! Een jonge dronken Argentijn staat tegenover me en ik vertel net aan hem dat ik Argentinië geen mooi land vind en het land zelfs haat. Grapje natuurlijk. Maar hij staat klaar met een gebalde vuist om van mijn rechteroog een blauwe smokey eye te maken. Flits! Ik voel hoe de vlinders met uitgerolde groene tong mijn armen proeven als ik naar ‘The Devils Throat’ toeloop. Miljoenen liters bruine water dondert met een krachtige val naar beneden. Flits! what the…? Remmen!!! Resoluut maken mijn benen een strakke fiets move naar achteren. Mijn achterband piept en ik slide twee meter naar voren. Ik schrik op van de fietsende oudere dame die voor me stilstaat. Slechts twintig centimeter sta ik achter haar. Rechts van mij staat het ‘Vredespaleis’. Voor me staat het stoplicht. Het rode stilstaande mannetje kijkt me aan. Het is nu één maand, vier weken en één dag later dat ik weer in Nederland ben. Jeej?

Doris FurcicLifestyle18 May 20130 comments0
Read More

Het teken: had ik moeten blijven?

Amsterdam – Ik zit op een barkruk in een bar op Schiphol met mijn familie en drie vriendinnen naast me. Ik wil hun verhalen horen. Met uitpuilende ogen en opgetrokken wenkbrauwen kijk ik ze zeer nieuwsgierig aan. Nieuws horen, dat wil ik. Schouders worden opgetild, de mondhoeken keren naar beneden en het antwoord dat ik krijg is “Er is helemaal niets veranderd.” De hele groep werpt nu een blik op mij. “Jij hebt meer te vertellen dan wij.”, wordt er gezegd. Dat klopt denk ik dan, ondertussen me afvragend waarom ik hier in godsnaam ben.

Ondanks dat ik mijn familie en vriendinnen als vanouds om me heen heb, voelt het raar. Ik heb rondgetrokken door Zuid-Amerika en Antarctica. Helemaal alleen. Vier maanden is het plan geweest. Slechts vier. Rond kerst heb ik de kriebels gekregen omdat het einde van mijn trip dichterbij is gekomen. “Ik wil nog niet weg”, zeg ik droevig tegen mezelf. Keer op keer herhalend. Ik ben gaan uitrekenen hoeveel langer ik nog zou kunnen blijven. Twee maanden langer is de uitslag!

Vlak voor kerst ren ik van blijdschap naar een telefooncel om Delta te bellen. De nieuwe terugvluchtdatum is 14 maart 2013. Die twee maanden erbij, hoort bij mijn reis. Dat ik ad-hoc naar Antarctica ben gegaan, is een verrassing geweest voor jou, maar ook voor mij. Het spaargeld dat ik voor mijn terugkomst zou bewaren, heb ik aan de tour naar Antarctica uitgegeven. En ik heb zo geen spijt. Dat er op de dag van mijn terugvlucht een flink protest in Buenos Aires aan de gang is en ik hierdoor mijn vliegtuig heb gemist, is zwaar bij me gevallen. Is dit een teken? Het teken dat ik moet blijven? Ik heb het genegeerd. Voortaan mag ik me afvragen wat ik in Nederland doe.

Doris FurcicLifestyle, Travel17 March 20130 comments2
Read More