Antarctica posts displayed by category

Antarctica, the end

Antarctica – Door de speakers horen we Agustins stem. We zullen weer de Drake Passage gaan passeren, “…dus slik de zeeziektepillen alvast in”, wordt er gezegd. Afijn, het ‘Garfield-avontuurriedeltje’ begint weer helemaal opnieuw. Voor de 21ste hebben we de lezingen ‘De walvissen’, ‘Wie bezit Antarctica?’ en ‘Het gat in de ozonlaag’ gepland staan. Vlak voordat de presentatie over de walvissen begint, neem ik mijn pil. Na enkele minuten slaat het al in. Ik zit in the Conference Room te luisteren naar hoe Luciana de walvissoorten uitlegt. Met half geopende ogen kijk ik haar aan. Mijn kijkers sluiten elke twee seconden, waarna ze vermoeiend weer opengaan. Irritant, want Luciana’s verhaal is interessant. De lezing maakt me heel erg moe. Hierna stal ik mezelf op mijn lievelingsplekje bij de bar. Wie bezit Antarctica? Geen flauw idee; ‘Garfield’ ligt weer te slapen.

Ik slaap op de leren bank, voordat de mensen weer om me heen staan. Vlak voor de kudde word ik wakker; ik ben omringd met kleine broodjes, cakejes en koekjes die op tafel al klaar liggen. Eten, slapen, eten… overdrijven komt hier niet aan bod. Ik neem een hapje voordat ik de laatste lezing over de ozonlaag ga bijwonen. Agustin is diegene die het lukt dat de hele zaal met volle borst het ozonlaagnummer zingt. En ik? Ik lig in een deuk als ik de ouderen om me heen zie meeblèren. Daarna heeft iedereen weer honger, dus aanvallen maar op het luxieuze, overheerlijke driegangendiner! En dan? Juist ja, slapen. Ha, nee! Nog niet. Eerst een feestje in een kleine kamer met Inger, de Australische gekke Donna, de zeemannen Pablo, Joel, Ariel en de kok Raul. En dan slapen. Ja!

“Dit keer geen stuk hout en een slang,

maar twee slangen die

sidderend en soepel

op de dansvloer bewegen”

22 Februari 2013, de laatste dag op Drake Passage. Ondanks dat de Drake bekend staat als het wildste water in de hele wereld, is hij rustig als we naar het Beagle-kanaal varen, terug naar Ushuaia. Ik slik maar één pil tegen de zeeziekte. Ondanks dat ik maar één pil heb ingenomen, heb ik alsnog last van de ‘Garfield-symptomen’. Eten, slapen, eten. Daarnaast probeer ik een poging te wagen om mijn blogs te schrijven. Het lukt enigszins. Door de speakers komt de stem van Agustin door. We moeten allemaal verzamelen bij de bar. Leandro, Pablo, Mariela, de kapitein Jorge, Luciana en Agustin staan naast elkaar met papieren in hun handen. Met hèt bewijs dat we op Antarctica zijn geweest: de certificaten! Klappend en zoenden worden de documenten van harte in ontvangst genomen. Na bijna een half jaar lang één zoen als begroeting te hebben gekregen, raak ik helemaal van mijn apropos als Leandro me drie geeft. Ik heb het certificaat in mijn handen en ik ga direct weer zitten van de schrik.

Agustin stopt een dvd’tje in zijn ‘MacBook’ en Luciana doet het licht uit. The Conference Room wordt donker. De film wordt gestart. Foto’s van onze Antarcticareis worden met muziek op de achtergrond achter elkaar afgespeeld. Bijna iedereen zie je voorbij komen. Ik ben al drie keer te zien met de zoomlens voor mijn gezicht, richtend op de pinguïns. De dvd is een cadeautje van de crew. Een presentje met alle informatie van de lezingen, de dagactiviteiten op een lijstje, de geziene dieren per dag aangevinkt en films van de passagiers en de crew. Het begint door te dringen, het is onze laatste avond op ‘El barco del amor’. Tijd voor een eindfeest! Later op de avond voel ik me weer als ‘Baby’ uit ‘Dirty Dancing’. Dit keer volledig op mijn gemak tussen de crew, net als ‘Baby’ tijdens het eindfeest in die film. De houterige moves die ik op de verjaardag van Luciana te voorschijn heb gehaald, zijn weg. Samen met Cacho vormen we dit keer geen stuk hout en een slang, maar twee slangen die sidderend en soepel op de dansvloer bewegen.

Doris FurcicAntarctica, Travel22 February 20130 comments2
Read More

Bikini aan en zwemmen maar in Antarctica

Antarctica – Ontbijt. Met een slaperig hoofd eet ik mijn ochtendmaaltijd. Omeletje, kiwi’s en watermeloenen gaan door mijn slokdarm heen. Vandaag staat Deception Bay op het programma. Een gebied waar veertig walvissenjagers uit Noorwegen hebben geleefd om vanuit het vet van de walvis olie te maken. Aantal verroeste boilers, gigantische tonnen waar ze de olie in bewaarden, een huis in slechte conditie en twee kruizen wat eerst een begraafplaats is geweest maar door de tsunami’s zijn verdwenen, zijn nu nog over. De Ushuaia-passagiers waaronder ik dwarrelen rond bij deze plaatsen, voordat we naar de Neptunes Window wandelen, een plek op loopbare afstand dat een mooie uitkijk op de oceaan aanbiedt. Pratend loop ik samen met Inger naar het zogenaamde ‘raam’ toe. Inger vraagt aan me of rechts van ons verderop stenen zijn of zeehonden. Ze camoufleren zichzelf zo goed dat je ze zo voorbij loopt. Ik pak mijn camera en zoom zo ver mogelijk met de focus op de snoet van de pelsrob.

Op de top van de Neptunes Window waait er een windje. Voor me uit starend zie ik de oceaan, terwijl heel ver de bergen van Antarctica volledig wit uitblinken. De andere kant heb ik een ‘panorama view’ van de plek waar ik net langs de tonnen, begraafplaats en pelsrobben heb gelopen. Ik ben bijna als laatste bij deze raamopening en Inger en ik besluiten om terug te gaan naar de plek waar nu al een grote groep passagiers halfnaakt bij de zodiacs staat. Links van ons zien we de pelsrobben en de enige stormbandpinguïn, rechts een horde skua’s. Vlug lopen we samen met Louis, die net bij ons aansluit, een stapje sneller, want Luciana, de bioloog, zegt dat als we willen zwemmen, we moeten opschieten. De zee is leeg, geen één mens is in het water als we daar aankomen. Een aantal droogt zich af op het strand, terwijl de rest apekijkers zijn en graag wilt zien hoe de gekke mensen met een verrekt gezicht uit het koude water komen. Ik kleed me vlug uit, Inger doet hetzelfde, terwijl Louis met zijn camera klungelt en een beetje voor de koude oceaan vreest.

Leandro, de andere bioloog, staat al gereed met zijn camera. Rennend ga ik de zee in, Inger volgt mij en na enkele meters laat ik mezelf vallen. Met een klap ben ik tot aan mijn hoofd in het ijskoude water. Razendsnel zwem ik twee meter en één vlinderslag doe ik er achteraan. Ik sta op en ik laat me weer in de zee vallen, lachend kijk ik naar Louis en Inger die mij volgen. Het water is erg koud en we lopen terug naar de kust waar het water lekker warm tot heet is. Ik ga weer terug het water in en ik doe het riedeltje opnieuw. En nog een keer. Louis pakt zijn cameraatje en we poseren met zijn drieën voor de camera. Teruglopend naar de kust krijg ik een handdoek van Agustin. Ik sta stil, voor me uit kijkend naar de zee, ik geef mijn handdoek terug aan Agustin en ik ren weer het water in. Kah Siok staat in haar bikini plotseling naast me. Ze neemt een frisse duik en aan de kust graaft ze in het diepe waarin het water rond de 40 graden is. Ze gaat liggen, rollen en genieten. De camera komt weer te voorschijn en ze wil een foto van haar alleen met gespreide armen en een grote grijns. Ze kan nu de hele wereld aan, denk ik.

Na de lunch pakken we weer de zodiacs om naar Livingston te gaan, vol met stormband- en ezelspinguïns met twee groepen mannelijke zeeolifanten. Per groep lopen we achter een bioloog aan. Voor mij liep Pablo, bioloog en biologieleraar aan de universiteit, en de rest van mijn groep, terwijl ik als laatste achter de kudde aanloop. Voor je het weet trap je op een pinguïn, dus ik pas goed op waar ik loop. De twee soortige pinguïns zitten gemixt bij elkaar. Staand slapen ze met hun gezicht in de richting van de zon, anderen waggelen van links naar rechts, met hun vleugels naar achteren gespreid om in evenwicht te blijven. De jonkies rennen achter de moeder aan om vis uit de mond van hun mamma te krijgen, maar de moeder rent iedere keer weg. Verderop zien we een groep van zeven of acht zeeolifanten, allemaal mannen. We mogen tot en met 25 meter van hun vandaan staan. Anders neem je het risico om aangevallen te worden. Wegrennen gaat je niet lukken, want ze halen je met hun 5.000 kilo toch wel in. En dan zie ik nog als laatste een pelsrob. Ik ga zitten, zeven meter van hem vandaan, starend naar hem en twee ezelspinguïns die een beetje op en neer dwarrelen. Er wordt geroepen “red jacket!” en ze bedoelen mij. Ik moet terug, maar het uitzicht is geweldig.

Doris FurcicAntarctica, Travel20 February 20130 comments0
Read More

Gletsjers, zeeluipaarden en Wilsons stormvogeltje

Antarctica – De muziek van mijn mp3-player staat nog aan als ik in mijn kamer wakker word. Het nummer ‘Iris’ van ‘Goo Goo Dolls’ bereikt mijn oren als ik mijn ogen opendoe. Sandra is al aangekleed, klaar om de kamer te verlaten voor een peuk en ontbijt. Later heb ik getoast brood met omelet, media lunas en watermeloen- en kiwistukken op mijn bord. Heerlijk. Na het ontbijt bedek ik mijn benen met mijn zwarte, 50 dernier panty en twee extra sokken voor mijn voeten. Hierna gehuld in mijn legging doe ik de gele laarzen, die twee maten groter zijn, aan met erover heen mijn skibroek. Met een t-shirt en mijn alpaca trui zijn mijn eerste twee lagen compleet. Dan nu nog mijn gehuurde ski-jas met reddingsvest nummer 24. Mijn hoofd blijft enigszins warm, dankzij de bruine Boliviaanse muts met lama’s. Ik pak mijn tas met camera plus twee lenzen, en als laatste: de skihandschoenen. Gesplitst in twee groepen, ga ik met mijn gezellige Ushuaia-team Foyn Harbor als eerste verkennen. Agustin wacht in de zodiac, totdat hij vol is. De dokter is inmiddels benoemd tot ‘dr. Amor’ door Inger en mij; we zitten tenslotte op ‘The Love Boat’. Op de presentielijst zet hij een kruisje achter mijn naam, terwijl ik de trap afloop naar de zodiac.

Agustin bestuurt de zodiac, de Ushuaia in de verte achterlatend. Normaal gesproken varen we snel naar datgene wat te zien valt, maar dit keer varen we rustig de zee op, terwijl de motor zachtjes geluid maakt. Ik kijk om me heen, mijn hart zachtkloppend, naar de verbazingwekkende mooie witte en helderblauwe ijsbergen die om ons heen liggen. Grote en kleine ijsstukken zwerven in de zee, terwijl we ze met de zodiac verschuiven. Antarctica vogels met hun helderwitte dikke vacht en wit-zwart hoofdje zwieren boven onze hoofden. We zien algauw een krabeter op een plat groot ijsstuk midden in de oceaan liggen. De krabeter heeft een zeer witte huid wat niet vaak voorkomt bij deze soort. Hij geniet van het luieren en onze camera’s klikken door als het dier met zijn rechtervin flappert en af en toe zijn hoofd in de lucht laat hangen. Poseren kan hij wel. Met een vin in zijn mond en de camera inkijkend, zou ik bijna zeggen dat hij zijn ondeugende blik naar mij toewerpt en met me flirt. Hij blijft liggen, terwijl drie zodiacs voor hem stilstaan.

We varen verder, ietsje verderop zien we twee weddel zeehonden. Grote lichamen van twee meter lang met een klein hoofdje eraan. De linker heeft zijn ogen gesloten, terwijl de rechter ons met zijn grote ogen aankijkt, opstaat en naar de kant toeloopt en – floep – in het water belandt. Hij heeft geen zin in publiciteit. We ‘zoefen’ op ons gemak met de zodiac verder en we zien verderop een wrak, rottend in de zee. ‘Governoren’, het Noorweense walvisjagersschip dat door brand op het schip in 1916 is gezonken en sindsdien is blijven roesten. De harpoenen om de walvissen te doden zijn nog aan dek. Agustin pakt de hendel van de motor en hij geeft via zijn walkie talkie aan ‘de Ushuaia’ door dat we weer terugkomen. Met een hogere snelheid zien we de ijsbergen voorbij ons gaan, terwijl ze door nieuwe worden vervangen. We naderen ‘de Ushuaia’ en zien ondertussen dat de pootjes van de Wilsons stormvogeltje een paar keer de oceaan aanraken. Alsof hij danst; speciaal voor ons een afscheidsdansje.

We arriveren met zijn allen weer terug op de boot en krijgen een lunch voorgeschoteld. Door de intercom horen we het bericht van Agustin dat de tweede excursie van vandaag niet gedaan kan worden. Krachtige wind zal de zodiacs omklappen, zo sterk is de wind. Ik ga naar de brug, waar de kapitein ‘de Ushuaia’ bestuurt. Daar staat al een aantal mensen, naar buiten koekeloerend met de verrekijker. Ik kijk uit het raam, aan de rechterkant van het raam waar niemand mag staan, omdat het het uitzicht van de kapitein belemmert. Uit het raam kijkend, zie ik een enorme gletsjer die veel breder is dan de adembenemende Perito Moreno. Zittend op een kruk voor het raam, steun ik mijn armen op het leunbalkje die mijn hoofd ondersteunen. Ik geniet van de mooiheid voor me. Om me heen hoor ik geroezemoes dat er zeehonden op de ijsbergen voor de gigantische gletsjer te zien zijn. Één, twee, drie en vier! Allen liggend met hun zwaarlijvige lijf op het ijs. En verder niks doen. Rond half 8 krijgen we plotseling te horen dat we toch de excursie in Useless Bay kunnen doen. Iedereen kleedt zich vlug aan en paar tellen later zit ik al in de zodiac.

Dichterbij de zeehonden komen, dat is ons doel. Door de ijsbrokken varen we naar de gletsjer toe. De eerste zeehond zien we al liggen op het ijs. Pablo, de bioloog, heeft zich vergist en ziet dat het een zeeluipaard is, een soort dat na de orka het gevaarlijkste dier op Antarctica is. Bekend als carnibor en agressief, rust het beest nu vredevol op het grote ijsblok uit. De zodiac nadert dichterbij en ik krijg de gelegenheid om mooie kliekjes te maken. Zijn lichaam is 2,5 meter lang en heeft een grote kop met – je zou bijna zeggen – een gemene grijns op zijn gezicht. Achter zijn glimlach schuilt een goed gebit met scherpe, puntige tanden om het vlees van babyzeehonden makkelijk fijn te scheuren. Hij blijft liggen en knippert amper met zijn ogen. We gaan verder. Twee vlekken op een ijsblok, ik denk dat het wildlife is. Met de zodiac naderen we het stuk ijs wat dichterbij en we hebben geluk: weer zien we zeeluipaarden, zelfs twee! Ook zij liggen liefdevol met gesloten ogen. Eentje wordt wakker en begint met zijn ogen te blinken en een beetje met zijn hoofd te bewegen. Nieuwsgierig kijken, dat is alles.

Doris FurcicAntarctica, Travel19 February 20130 comments0
Read More

Aan de Oekraïnse vodka

Antarctica – Ontbijt om 07.00 uur. Met moeite sta ik op. Slenterend loop ik naar het restaurant waar het ontbijtbuffet is. Ik leg twee toasts, omelet en een media luna op mijn bord om hierna gezamenlijk met het gezellige last minute-groepje te eten. Om 08.00 uur krijgen we bezoek op ‘El barco del amor’. Het is het personeel van Port Lockroy, Florence en Florence, één uit Nederland en de ander uit Engeland. Ze werken met twee andere Engelsen op Port Lockroy, een museum en souvenirshop wat behoort tot de ‘Antarctic Heritage Trust’. Het museum laat zien hoe Antarctische bewoners hier hebben geleefd. Maar dit is ook de plaats waar je je postkaarten vanuit Antarctica naar huis kan versturen! De avond ervoor heb ik al mijn speciale kaarten voor mijn familie en mezelf – leuk voor later – geschreven. Vandaag sta ik voor de rode postbus, poserend voor de camera met de kaarten in mijn handen. Met een glimlach op mijn gezicht sta ik gereed om ze erin te gooien. Flop!

Om het museum en de souvenirshop is het stuk land verborgen door een dikke laag sneeuw. Ik kijk naar mijn felgele regenboots met er omheen pootafdrukken. De ezelspinguïns laten hun voetsporen in de witte laag achter. In de kou staan ze recht overeind, de meeste hebben hun ogen gesloten, terwijl de wind hun kleine veren laat bewegen. Stukjes pluizenhaar zie je op hun vacht zitten, wachtend totdat het er vanzelf uitvalt. In deze ‘vervelperiode’ zijn de vetganzen gevoelig en sneller geirriteerd. Vijf meter afstand dienen we van de pinguïns te staan. We worden verrast door een Antarctische pelsrob die vanuit het water op het land tussen de vogels strak in smokingspak belandt, zijn snavel in de lucht steekt, ronddwarrelt en weer de zee ingaat. Ook van hem moeten we een aantal meters vandaan staan. In de buurt is er het Jougla Point. Daar schijnt een vogelnest te zijn, maar ik ontdek hem niet. Wel heb ik weer een horde ezelspinguïns om me heen, kinderen achter hun moeder aanrennend of stilstaand kijken ze me aan of lopen me voorbij. Vertroetelend.

Lunchtijd. Met een luxieuze drie-gangen lunch voor me, vul ik mijn maag op princesse wijze. Hierna cruisen we met ‘de Ushuaia’ door het ‘Lemaire Channel’. Met een lengte van zeven mijl en slechts één mijl breed. Op naar het zuiden. Dit kanaal is door Adrien de Gerlache benoemd voor Jacob Lemaire, de Belgische ontdekker van de Belgian Congo. Met Booth Island aan de westzijde van het Lemaire Channel, heb je het gebied waar Dr. Jean Baptiste Charcot heeft overwinterd. In het zuiden van het Lemaire Channel landen we een paar uur later bij de Argentine Islands. Daar bij één van de eilanden, Galindez Islands, is het Britse Faraday station aanwezig wat nu het ‘Vernadsky station’ heet en in bezit is van Oekraïne. Het gebied waar samen met een ander Brits station, ‘Halley’, voor het eerst het gat in de ozonlaag is ontdekt. Bij het Oekraïnse station wacht vodka op ons. De dames kunnen gratis een shotje krijgen als ze op magische wijze hun BH – met kleren aan – uitdoen en het aan de Oekrainiers doneren. Iets om over na te denken.

Voordat we bij de Oekrainiers op visite gaan, ga ik eerst met de zodiac naar Winter Island toe waar het ‘Wordie House’ zich bevindt. Formeel gezien is dit de ‘Base F’ van de Tabarin Operation uit Engeland waar de geoloog James Wordie zichzelf heeft geinstalleerd. Wat eigenlijk het eerste gebouw van het eerst station is aan het einde van de jaren ’40. Jaren later is er een nieuwe en betere station gebouwd terwijl het ‘Wordie House’ als ‘Historical Site for The Antarctic Treaty System’ is benoemd. Als je naar binnen gaat, kom je terecht in een klein huisje met verouderde pannen, verroeste blikken, oude matrassen, versleten stoelen en boeken die de werkelijkheid in de jaren ’40 illustreren. Aan de muur zie ik zelfs een foto hangen van vier mannen – met dikke snorren en lange manen – die voor het huisje zitten met bier in hun handen en slechts een T-shirt aan hebben. Ook het zonnetjes kan zelfs in Antarctica goed schijnen. Tenslotte staan de Argentine Islands ook bekend als de plek in Antarctica waar het lekker warm kan zijn.

Met de zodiac gaan we naar het ‘Vernadsky station’. Daar worden we door twee Oekraïnse wetenschappers ontvangen. De Balkanhoofden herken ik uit duizenden. Grappig. De kleine tour in het station eindigt op de bovenste verdieping, waar de bar en pooltafel zich bevinden. Sasha staat achter de bar en de kok met helblauwe – bijna enge – ogen kijkt me aan. De shots staan al klaar voor onze last minute-groep. Michaela doet een rondje alvast ter ere van haar 42ste verjaardag op 23 februari. Kah Siok, Louis, Sandra, Inger, Michaela en ik staan naast elkaar, poserend voor de camera terwijl we in één teug de lekkere vodka opdrinken. Proost! Achter ons hangen drie BH’s, één rode, een witte met gekleurde symbolen en een bruine. Er is nog plaats voor één BH. De mijne? Ik bewaar toch liever mijn zwart gekante BH voor ‘me, myself and I’.

Na de vodka die mijn strotje heeft verwarmd, doe ik een poging om met mijn Kroatische taalkennis met de Oekrainiers te communiceren. Door mijn teksten drie keer te herhalen of andere woorden te gebruiken, verstaat Sasha mij. Ik praat verder, terwijl Inger een balletje slaat en er eigenlijk ook goed in is. Uiteindelijk wordt er door Mariela aan ons gevraagd of we hier een jaar willen blijven. Ik kijk haar aan, knipper twee keer met mijn ogen, ik doe mijn jas aan en ik vertrek naar buiten. Als laatste groep zit ik met Inger en de rest van de last minute-lui in de zodiac, terug naar ‘de Ushuaia’. Ik loop de trap van ‘The Love Boat’ op en ik ben weer aan dek. Niemand staat voor aan dek en ik loop naar de voorkant van de boot. De wind botst tegen me aan, iets brandt in mijn oog terwijl ik om me heen kijk. Ik ben omringd met alleen maar land, bedekt met sneeuw. De zon beschijnt een deel daarvan en de sneeuw glanst als het ware. Schitterend. Ik realiseer het me nu pas. Ik ben in Antarctica.

Doris FurcicAntarctica, Travel18 February 20130 comments0
Read More

Ushuaiaaa, ‘El barco del amor’

Antarctica – 0 Graden in Paradise Bay, de volgende landingsplek. Door de helse wind moeten we wachten op de excursie, totdat de vurige windvlaag stopt. Et voilá, na een half uur mogen we onze speciale winterkleding aandoen. We mogen landen! De Argentijnse ‘Brown station’ staat op ons te wachten, inclusief de gesteente heuvel met een panorama view van Paradise Bay. Als ik mijn eerste stappen in de sneeuw zet, zie ik een pelsrob slechts vijftien meter van mij vandaan. Poserend voor mijn camera laat hij zijn beste moves zien. Als een kudde lopen de passagiers achter elkaar aan naar de kleine berg waar de bioloog Leandro op hen wacht. Met een kleine groep sta ik op de berg, naast een grafplaat van iemand die in 1957 is overleden. Het witte continent; ik sta er nu.

Ik doe een kleine trekking op weg naar boven, waar een hogere berg op me wacht met een waanzinnige uitkijk. Zodra mijn groepje boven aankomt, adviseert Pablo, de andere bioloog, ons om te bukken. Door de krachtige wind kun je makkelijk je evenwicht verliezen en zo naar beneden donderen. Ik buk direct en ondanks ik andermans benen om me heen heb, delete ik ze, ik open mijn ogen en ik kijk om me heen. Ik hoor het geklets achter me al niet meer. De tijd staat stil. W-w-w… lezers, ik kan geen woorden vormen voor datgene dat ik nu zie. Helaas kan ik hier niet de hele dag blijven, we moeten terug. Als laatste van de alle passagiers glijd ik naar beneden. Terug naar ‘de Ushuaia’ dan maar, waar de lunch al klaar staat om te serveren.

Met een chique, verrukkelijke lunch voor ons, kletsen Inger en ik bij over de ‘Dirty Dancing’-nacht. Het gegiechel van ons is duidelijk hoorbaar door de hele eetzaal. We lijken wel twee pubermeisjes die over iedereen aan het roddelen zijn. Plotseling zie ik Joel, een zeeman, vanuit de keuken verlegen koekeloeren naar mijn Hollandse maatje. Fernando, chef van de serveerders, komt naar ons toe en vraagt of ze Marian heet en legt een roos van servet voor Inger neer. Hard lachend kijk ik naar waar Joel sta… oh hij is weg. Een grote blunder wat betreft de naam, maar verder wel erg lief. Sindsdien is met dank aan het heerlijke Franse accent van ons fransman Louis de Ushuaia omgedoopt tot de romantische Frans uitsprekende Ushuaiaaa, ‘El barco del amor’ oftewel de ‘The Love Boat’.

In de middag is het plan om naar Neko Harbour in Andvord Bay te gaan. Door grote stukken ijs in de zee is het niet mogelijk om met de zodiacs aan land te gaan. Teleurgesteld blijven we op ‘El barco del amor’. Alsnog doe ik mijn dikke kleding aan en ik ga naar buiten. Waar ‘Rose’ in de film ‘Titanic’ haar armen spreidde, daar sta ik nu met mijn camera, klaar om foto’s van de walvissen te maken. Hopla! Walvissen gespot! Ik druk de knop in op mijn camera en ik schiet beelden van de bultruggen. Met de waanzinnige uitkijk van de ‘Neumayer Channel’ geniet ik in stilte van al het moois. Ongelofelijk dat ik hier ben. En ondanks de scherpe wind die mijn gezicht pijnigt, krijg ik een brok in mijn keel. Helemaal niemand kan deze onbeschrijvelijke beelden van me afpakken.

Doris FurcicAntarctica, Travel17 February 20130 comments1
Read More

‘Dirty Dancing’ ook in Antarctica

Antarctica – Witte vlokken vallen naar beneden, terwijl ik uit één van de vele ramen van de boot ‘de Ushuaia’ naar buiten koekeloer. Tegelijkertijd zie ik achter de sneeuw de grote witte en helderblauwe ijsbergen, die in het water drijven. Door de hevige mist kan ik nog net het water en het witte land scheiden. In de chill out room bij de bar waar iedereen zich heeft verzameld met een warme chocolademelk en een snufje rum erin, praten we na wat we hebben gezien. Zonet hebben we onze tweede landing op Antarctica gehad. We zijn gearriveerd bij Portal Point, wat ligt aan de noordkant van De Gerlache Strait. Het is de beste locatie voor diverse expedities geweest om het schiereiland van Antarctica te bereiken. Met de Zodiacs struinen we naar het land waar onze regenlaarzen voetafdrukken in de sneeuw achterlaten.

Met een paar skua’s en pelsrobben om ons heen, hebben we een trekking in de sneeuw voor de boeg. Een lange rij van tientallen Ushuaia-passagiers en de tour begeleiders lopen achter elkaar, rustig, om zich heen kijkend en genietend van het witte schoon om ons heen. De wind prikt in mijn gezicht en ik wandel met mijn aan de kou blootgestelde handen, die door slechts één graad rood en krampachtig zijn geworden. Ik heb wel mijn winterhandschoenen bij me, maar door de dikke worstenvingers die ik dan krijg, kan ik amper op de cameraknop klikken. En wat veel ‘oh-‘ en ‘wow-momenten’ krijg ik hier te zien. Het is ongelofelijk mooi wit. Zodra ik in de zodiac zit, ben ik in dromenland. De kapitein vaart verder, totdat we bij de Cuverville Island aankomen. De ligging van de grootste broedende ezelspinguïnskolonie op het Antarctische schiereiland. 5.000 Paren zijn hier aanwezig. 5.000. Omringd met vele gletsjers en besneeuwde bergen is dit adembenemend mooi. Dit moet je met je eigen ogen zien. Want bla bla, mijn mond staat open en er komen alleen maar letters uit, en geen woorden. Hierna vaart Damian van het zeemannenteam, ons dichterbij de oogverblindende helderblauwe gletsjers.

In de late avond relax ik met de last minute-groep bij de bar. Wanneer we babbelen over onze Antarctica-ervaringen, sluipt de biologe Luciana naar ons toe om ons uit te nodigen voor haar verjaardagsfeestje. Ze is 32 geworden. Kah Siok, Michaela, Inger, Louis en ik kijken elkaar met afwisselende blikken aan. Por qué no? staat op onze voorhoofden geschreven. We staan op, volgen Luciana en lopen de trap af waar we normaal gesproken naar The Conference Room gaan om een lezing bij te wonen. Voorbij de stoelen, opent Luciana een deur waar we nog nooit naar binnen zijn geweest. We horen al de heupwiegende salsabeat achter die deur weergalmen. De deur wordt geopend en met nieuwgierige ogen kijken we de kleine zaal in. Grote boxen, een laptop waar de dj, in het dagelijks leven chef-kok, de swingende nummers kiest. Gekleurde lampen die de intieme zaal verlichten, aan en uit knipperend terwijl de dansvloer beladen is met de crew. Nu sensueel dansend, de heupen van links naar rechts wiegend, terwijl ze bewegen met het andere geslacht. Leuk sfeertje.

Salsa. Zwoel. Intiem. Sexy. Ik voel me net als ‘Baby’ van de film ‘Dirty Dancing’ die met een grote watermeloen het besloten feestje van de hotel crew binnengaat. De koks, serveerders, zeemannen, oilers en onze tour begeleiders. Iedereen is aanwezig terwijl slechts enkele passagiers de zaal vullen. Dansend met de crew, salsa lerend, flirtend, giechelend, fernet cola en wijn drinkend en de avances van de latino’s ontwijkend. Of niet. Met de eerste twee niveaus van de salsalessen die ik ver in het verleden heb gevolgd, zijn de vlotte, geleerde dansbewegingen ver te zoeken. Ik kan er niets van. Ik sla de plank volledig mis en ik heb me nog nooit zo houterig gevoeld. De hitte in mijn gebreide alpaca trui is ook niet te verdragen en ik durf amper een rondje te maken als één van mijn danspartners dat van me verlangt. Ik dans met verschillende mannen. Damian oftewel Cacho die volledig soepel als een slang beweegt en mij corrigeert als ik de andere kant op wil gaan. Koppig- en eigenwijsheid, ook te zien in mijn dansbewegingen.

Maar ik dans ook met Hector, de chefkok uit Chili die de eetzaal serieuskijkend observeert als zijn eten wordt geproefd. Daarna met Raúl, de Venezuelaanse kok, met Antonio, de oiler, en zo waag ik ook een dansje met de oudere, kleine, gezette Argentijnse Sebastian. Klunzig en schattig vind ik ons samen. Louis, de 32-jarige gehuwde fransman kent wat salsa moves maar ik merk dat we geen klik hebben. Zo ook wil Ariel, één van de zeemannen en die een paar tanden mist, me alle kanten opdraaien. Serveerster Joy danst met mij om de salsakunsten bij te leren. Als laatste is de Argentijnse zeeman Pablo met half Italiaanse komaf en zeeblauwe ogen, aan de beurt. Ik ben verhit dus we praten over Antarctica en werk, maar ik kak in. Mijn biologische klok zegt dat ik beter naar bed kan gaan. Morgen staan we weer vroeg op voor een goed ontbijt en twee zodiac excursies. Pinguïns, ijsbergen, pelsrobben en walvissen, we komen eraan!

Doris FurcicAntarctica, Travel16 February 20130 comments0
Read More

Antarctica, land in zicht!

Antarctica – Chillend lig ik op de blauwe leren bank, in de buurt van de bar, waar ik naar buiten kijk. Na een aantal dagen door de zeeziektepillen te zijn gedrogeerd, komt mijn nuchtere zicht weer terug. Naar buiten gaan, dat wil ik. Ik hul me in mijn jas en mijn benen doen de rest. Slechts de buitentemperatuur van twee graden maakt me in één klap wakker. Ik adem diep in en ik houd mijn adem voor een paar seconden vast. Rustig laat ik het weer ontsnappen, terwijl ik naar de zee kijk. ‘De Ushuaia’ is alleen op de zee; geen ander schip of zeilboot is aanwezig. De boot krijgt bezoek van diverse soorten albatros vogels, een beetje lijkend op meeuwen, maar met vleugels die een spanwijdte van drie meters hebben. Vijf stuks zwerven rond de geparkeerde zodiacs, die achterin ‘de Ushuaia’ opgestapeld zijn. Na de Drake Passage voor twee dagen te hebben gepasseerd, komen we eindelijk aan bij het schiereiland van Antarctica. We varen door het English Channel, tussen Livingston en Greenwich, waar we onze eerste landbestemming naderen: Barrientos Island omringd met andere eilanden behorend tot de AITCHO Islands.

Aangekleed in mijn panty, legging en skibroek eroverheen, mijn bovenlichaam is ingepakt met een dun T-shirt, mijn paarse ‘H&M’-vest en mijn rode ski-jas. Mijn hoofd is bedekt met mijn alpaca muts en mijn handen zijn warm door mijn handschoenen. Ik sta in de rij voor de zodiacs. Aan de rechterzijde van ‘de Ushuaia’ staan alle passagiers achter elkaar, wachtend totdat de onderkant van de regenboots mogen worden schoongemaakt. Dan worden door de dokter onze namen op de presentielijst aangekruisd. Hierna mogen we de trap naar beneden aflopen waar we door de zeemannen worden opgewacht. Even een matrozenhandomhelzing en je zit in de zodiac. Met de zodiac cruisen we vlug naar het land van de Barrientos Island. Het is een pinguïnheelal. Tientallen pinguïns staan om me heen en de geur van deze wezens heeft een krachtige smerige poepgeur, die mijn kleding indringt. Je ruikt de kleine gekostumeerde donders al als je in de zodiac zit, op weg van ‘de Ushuaia’ naar het land. Ezels- en stormbandvetganzen waggelen naast ons terwijl hun vleugels naar achteren buigen, dit voor een goede balans anders zouden de pinguïns zo omvallen. Langzaam lopend met een duidelijke vijf meter afstand van de pinguïns bewondert ieder Ushuaia-passengier de grappige wezens.

Er is veel mist, het sneeuwt en een koude wind maakt mijn wangetjes rood. Sneeuwvlokken blijven op mijn wimpers plakken. Sjokkend loop ik langzaamaan voorbij de twee soorten pinguins. Tientallen ezelspinguïns staan op een berg slechts drie meter van mij vandaan. Besmeurd met modder en pinguïnpoep lopen ze moeizaam rond. Stilletjes staar ik naar ze terwijl ze ons aankijken. Ik focus me zelfs op een kleintje die volledig onder de modder zit en soort van misvormd huppelend naar mama en pappa toegaat. Boven hem vliegt een skua en hij duikt naar de kleine toe, vestigt zijn klauwen in het bemodderde vachtje en prikt met zijn scherpe snavel in het hoofdje van de kleine. Het lukt de skua niet om de kleine op te pakken, dus hij vliegt weg en komt terug voor een tweede poging. Ik wil ingrijpen, maar ik houd mezelf tegen. Weer gebruikt hij zijn klauwen en snavel. De jonkie valt op de grond. Zijn moeder krijst naar de skua, maar het heeft niet veel effect. De baby blijft trappelen met zijn poten en probeert weer op te staan. Mama krijst weer en flappert met haar vleugels. Gelukkig helpt dit en de skua verdwijnt in de lucht. De ukkie staat op en waggelt naar mama toe. Veilig en wel bij mama. Op dat moment vecht ik tegen een traantje.

Doris FurcicAntarctica, Travel15 February 20130 comments1
Read More

Op reis naar Antarctica

Antarctica – Oeps, ik doe vlug de twee rode wijnflessen, mijn camera, tablet, alle oplaadkabels en andere dingetjes in mijn handbagage terwijl ik ook nog mijn tas met gehuurde kleding volprop met chips, koekjes en chocolade. Ik heb haast. Naar beneden hollend, zie ik de last minute-groep bij elkaar: moderne 61-jarige Betty of Kah Siok (Singapore), droge Michaela (Duitsland) en stille Sandra (Zwitserland). Sarah, blij dat ze een deel van de last minute omzet krijgt, brengt ons naar de ingang van de haven. Twee minuten verder stappen we uit met al onze spullen. Onderweg naar de boot zien we gekke Inger (Nederland), en Louis met een flink Frans accent (Frankrijk), die ook de last minute aan de haak hebben geslagen. Ons schip ‘de Ushuaia’ staat tussen twee grote luxere schepen in. Vergeleken met de twee cruiseschepen, lijkt onze schip wel op eentje van ‘Lego’. Slechts voor 84 passagiers, terwijl de andere schepen uitblinken met minimaal 200 mensen aan boord. Geef mij de kleine maar. In een lange rij van 84 personen, wacht ik braaf totdat ik word ingecheckt. Bij de balie word ik verwelkomd als ik mijn paspoort inlever.

Samen met Sandra lopen we achter een dame, lid van de bemanning, die ons naar onze kamer begeleidt. We hebben een upgrade gekregen! Een grote kamer met twee ramen, genoeg ruimte, drie bedden, tv met dvd-speler, stereo en privébadkamer zitten we goed gebakken. Paar tellen later komt Hernan, ander bemanningslid, die Diane (Engeland) haar naar de kamer heeft gebracht. We dumpen onze spullen en gaan op onderzoek uit. Later krijgen we een brieving van Agustin, voorheen ranger nu Antarctica verhalenverteller op ‘de Ushuaia’ boot. Ondersteund door de drie biologen Pablo, Leandro en Luciana en de naturalist Mariela zijn onze tourgidsen compleet. Champagne krijgen we aangeboden en de champagneglazen rinkelen tegen elkaar. We proosten op een toptour om daarna direct aan de slag te gaan met de safety drill. Veiligheidsvestje om en staan op de plek waar ik moet staan, zodra het alarm afgaat. Om zes uur wordt het anker uit het water gehaald en we verlaten het einde van de wereld. Op weg naar het Beagle Kanaal en het beruchte wilde Drake Passage. Na het eerste lekkere drie-gangen diner op de boot slik ik mijn eerste pil tegen zeeziekte.

Vroeg duik ik mijn bed in; de boot gaat op en neer en ik voel me weer een klein meisje, door mijn mama van links naar rechts wiegend. Liggend in bed, voel ik mijn maag ratslagen en flik flaks maken. Hij draait op volle toeren met de hoge golven mee. In de ochtend word ik wakker, beroerd, omdat ik slecht heb geslapen en me misselijk voel. Na het verrukkelijke ontbijt van omelet met toast voel ik me nog steeds niet goed. Misschien zelfs wat slechter. De komende twee dagen beleef ik het leven van ‘Garfield’, de bekende rode luie kat van de tekenfilm. Met elke dag driemaal daags eten voorgeschoteld te krijgen, het missen van de meeste lezingen door non-stop slaap weten te pakken en voornamelijk liggend op de blauwe leren bank bij de bar waar iedereen me ziet, mij aankijkt en ‘arme meid’ denkt. Met daarbij twee gevulde kotszakken en een injectie in mijn achterste om weer de oude te worden, vliegen zo de dagen op de Drake Passage voorbij.

Doris FurcicAntarctica, Travel13 February 20130 comments0
Read More