blog posts displayed by tag

Foto van Doris Furcic op Little Corn Island

Little Corn Island: het paradepaardje van Nicaragua

Je wordt nat, je wordt ziek, je stinkt, je bent moe en je slaapt in een bordeel om dan de volgende ochtend de enige boot in de week richting van de parel van de Caribische kust te pakken. En wat zie/hoor je dan? Stranden vol palmen, rijk gevuld met kokosnoten, een zee met warm & helder & azuurblauw water en een immens rijke onderwaterwereld, sappige mango’s & stervruchten, wiegend aan de bomen, dancehall-& reggae-muziek, zachtjes op de achtergrond, beperkte wifi en de locals, glimlachend & stressloos. Ik heb het hier over het autovrije paradepaardje van Nicaragua én de laatste bestemming van mijn soloreis: Little Corn Island.

Verder lezen?

Foto: Inge van den Broek van pixaboo.nl

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel05 October 20170 comments0
Read More
Foto van de lokale bevolking in San Juan del Sur te Nicaragua

San Juan del Sur in Nicaragua

Vlak over de grens van Costa Rica, in het uiterste zuiden van Nicaragua en aan de Stille Oceaan, daar ligt het oud-vissersdorpje San Juan del Sur. Kleurrijk én pittoresk. En populair, dat ook, vanwege de Sunday Funday pool parties, de prima surfspots, de knusse koffietentjes en een torenhoog beeld van Jezus dat hoog op een heuvel staat, over alles uitkijkend. De ontspannen sfeer inhalerend, besluit ik hier een week te blijven. Dagelijks dobber ik in zee, terwijl hitsige Nicaraguaanse pubers aan catcalling doen. En verder geniet ik, ook dagelijks, van een machtige zonsondergang én ben ik getuige van Sunday Funday.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel02 September 20170 comments0
Read More
Foto van de El Penol rots in Guatape, Colombia

Guatapé en San Rafael in Colombia

Vanuit Medellín maak je makkelijk een uitstapje naar Guatapé en San Rafael rondom de tweede grootste stad van Colombia. Als je in Medellín bent, mag je het kleurrijke dorpje Guatapé niet overslaan. Van Medellín pak je de bus richting Guatapé, waarbij je onderweg verrast wordt door de gigantische La Piedra of El Peñol rots. 2 Dagen vertoef ik mijn tijd in het decoratieve dorp. Met de volgende halte: San Rafael, omringd met groen, rivieren en otters.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel25 April 20170 comments0
Read More
Foto van Doris Furcic

Blogger voor ANWB Vakantie

Primeur! Sinds februari 2017 blog ik voor ANWB Vakantie. Ik reis helemaal solo door Latijns-Amerika en ik laat jou meegenieten met mijn reisverhalen. Ondertussen staan mijn avonturen over Bogotá, Villa de Leyva, Barichara, San Gil, Barranquilla, Santa Marta, Paso del Mango, Minca, Taganga, Palomino, Medellín, Guatapé en San Rafael op de website van ANWB. Lees hier al mijn reisblogs:

Doris FurcicPublications12 March 20170 comments0
Read More
Foto, graffiti, tag, bogota, Colombia

Welkom in Bogotá, Colombia!

Bezweet, met hangende oogleden en naar slaap snakkend, arriveer ik na een reis van 20 uur in m’n hostel Sue Candelaria in de hoofdstad van Colombia. Bogotá ligt op 2600 meter hoogte en dit wekt hoogteziekte bij mij op. Lees hoe ik de eerste dagen in de Colombiaanse hoofdstad overleef. Denk aan: mijn ervaringen met hoogteziekte, de hartverwarmende momenten in hostel Sue Candelaria, mijn eerste avonturen met de Baskische mannen Fernando en Iosu en rare taferelen met een Canadese dame die ineens iets bij mij te zoeken heeft.

Dit artikel is op de website van anwb.nl/vakantie gepubliceerd.

Doris FurcicTravel20 February 20172 comments1

Read More
graffiti_bogota

Soloreizen door Latijns-Amerika

Buenas uit Colombia! Voor je het nog niet wist, mijn soloreis door Latijns-Amerika is al gestart. De komende vier maanden reis ik solobackpackend door Colombia, Ecuador, Panama, Costa Rica en Nicaragua. Zoiets. Mijn koers kan makkelijk veranderen aangezien ik graag met de wind meega. Verwacht verhalen over mijn wilde, bizarre en ludieke avonturen. Met de billen bloot, recht voor zijn raap én humor. Oftewel wat je echt kan verwachten als je als vrouwelijke soloreiziger door Latijns-Amerika reist. De eerste blog komt binnenkort online. Ga je mijn avonturen volgen?

Doris FurcicTravel18 February 20170 comments3
Read More

Het teken: had ik moeten blijven?

Amsterdam – Ik zit op een barkruk in een bar op Schiphol met mijn familie en drie vriendinnen naast me. Ik wil hun verhalen horen. Met uitpuilende ogen en opgetrokken wenkbrauwen kijk ik ze zeer nieuwsgierig aan. Nieuws horen, dat wil ik. Schouders worden opgetild, de mondhoeken keren naar beneden en het antwoord dat ik krijg is “Er is helemaal niets veranderd.” De hele groep werpt nu een blik op mij. “Jij hebt meer te vertellen dan wij.”, wordt er gezegd. Dat klopt denk ik dan, ondertussen me afvragend waarom ik hier in godsnaam ben.

Ondanks dat ik mijn familie en vriendinnen als vanouds om me heen heb, voelt het raar. Ik heb rondgetrokken door Zuid-Amerika en Antarctica. Helemaal alleen. Vier maanden is het plan geweest. Slechts vier. Rond kerst heb ik de kriebels gekregen omdat het einde van mijn trip dichterbij is gekomen. “Ik wil nog niet weg”, zeg ik droevig tegen mezelf. Keer op keer herhalend. Ik ben gaan uitrekenen hoeveel langer ik nog zou kunnen blijven. Twee maanden langer is de uitslag!

Vlak voor kerst ren ik van blijdschap naar een telefooncel om Delta te bellen. De nieuwe terugvluchtdatum is 14 maart 2013. Die twee maanden erbij, hoort bij mijn reis. Dat ik ad-hoc naar Antarctica ben gegaan, is een verrassing geweest voor jou, maar ook voor mij. Het spaargeld dat ik voor mijn terugkomst zou bewaren, heb ik aan de tour naar Antarctica uitgegeven. En ik heb zo geen spijt. Dat er op de dag van mijn terugvlucht een flink protest in Buenos Aires aan de gang is en ik hierdoor mijn vliegtuig heb gemist, is zwaar bij me gevallen. Is dit een teken? Het teken dat ik moet blijven? Ik heb het genegeerd. Voortaan mag ik me afvragen wat ik in Nederland doe.

Doris FurcicLifestyle, Travel17 March 20130 comments2
Read More

Vliegtuig gemist

Buenos Aires – Stressen om het missen van een vliegtuig of een bus, daar heb ik altijd last van. Mijn bloed gaat er sneller van stromen en mijn billen zijn dan een gespannen eenheid. Ik vertrek altijd vele uren van te voren. En dan nog vrees ik of ik het überhaupt ga halen. Ik wens dat ik nu ook weer naar mijn intuïtie heb geluisterd. Maar dat heb ik niet gedaan. Verdriet, frustratie en teleurstelling vormen de tranen die mijn ogen wateren en zo rollen de menselijke druppels over mijn wangen. Ik ben boos. Op anderen en op mezelf. Stomme grote protest dat in Buenos Aires het hele verkeer heeft platgelegd. ‘Tierra Leon’, de busorganisatie die me naar de luchthaven heeft gebracht, moet toch weten dat er de volgende dag een groot protest komt? Naar mijn gevoel hebben ze me ook krap ingepland. Maar de mensen van mijn hostel en van de busorganisatie hebben gezegd dat ik het ga halen. Don’t worry gewoon. Maar kijk nu. Vliegtuig gemist.

Ik vertrek om 15.15 uur met de bus en ik kom om 19.50 uur op de luchthaven aan. Mijn vlucht vertrekt om 20.20 uur. De in-check balie is al voor mij gesloten. Ook andere reizigers komen te laat. Slechts vijf passagiers van m’n vlucht – waaronder ik – hebben het niet gehaald. Een te weinig aantal om het vliegtuig te vertragen. Maar ‘Aerolíneas Argentinas’ heeft wel gewacht. Netjes. ‘Delta’ – mijn vliegtuigmaatschappij – ho maar. Dan nog een arrogante Argentijnse Delta-tut die precies de juiste woorden gebruikt om een passagier, die net zijn vlucht heeft gemist, op te fokken. Haar Koninklijke gastvriendelijke en servicegerichte houding zegt: Boodschap 1: had je maar eerder moeten vertrekken; dat het verkeer plat heeft gelegen boeit me niet. Boodschap 2: natuurlijk moet je betalen voor de belasting, dombo. Maar hoeveel precies? Zeg ik lekker niet. Boodschap 3: ik geef je verder geen info; stik erin. Boodschap 4: betalen en opdonderen met je backpack. Men zou niet raar moeten opkijken als ze door een raam wordt gesmeten. Dat ben ik niet van plan, maar mijn creatieve geest ziet het wel voor zich. Nu weer. In slowmotion. Mooie shot.

Geef me de Argentijnse ‘Malbec’ wijn a.u.b. want ik mag 24 uur wachten op de volgende vlucht. No vino para mi, maar wel ‘MacDonalds’, mijn plek voor de komende nacht, ochtend en middag. Ik nestel me in de lekkere leren bruine bank naast de ‘McCafé’, een onderdeel van ‘MacDonalds’ met hele goede bakkies, media lunas en muffins. Moeten ze ook in Nederland opstarten, vind ik. Deze ‘Mac’-dames zien er trouwens ook keuriger uit door hun getailleerde, nette, donkerbruine blouses. In de nacht val ik onrustig in slaap terwijl de ‘Mac’ 24 uur draait. Ik bekijk de Argentijnen en toeristen, zij kijken naar mij als ik wegdommel. Voor een paar uur zijn mijn ogen gesloten, totdat iemand mijn schouders aantikt. Een lange snorremans in zijn beveiligingskostuum kijkt me aan en zegt op serieuze toon “Je mag hier niet slapen”. “Wat is zijn probleem?”, vraag ik me af. Ik observeer hem en hij pretendeert alsof hij de manager van de ‘Mac’ is. Enfin. Ho, de tijd nadert om mijn nieuwe ticket op te halen en $250 neer te leggen. $250,- armer, zo in één zwiep met mijn bankpas! Een welcome home party organiseren? Fiësta om m’n 26ste verjaardag te vieren? Dat worden dan feestjes met kraanwater als hippe drank. Ik mag direct beginnen met werken!

Ik heb mijn nieuwe ticket en ik ben ruim op tijd bij de gate. Daar zie ik de blonde vrouw met dochter die ik eerder in het kantoor van Delta had gezien. Dezelfde vlucht als ik, dezelfde drama. Met een wit wijntje loopt ze me tegemoet en we hebben het over wat er is gebeurd. Ik vertel haar dat ik al sinds dat voorval een enorme zin in wijn heb. Ze kijkt me met haar grijze/groene ogen aan, pakt mijn hand vast en neemt me mee naar de eerst volgende bar. “Je hebt het nodig”, zegt ze en ze bestelt een klein flesje rode wijn voor me. Met koeienogen kijk ik haar verbaasd aan. Ik stribbel tegen, maar het heeft geen zin. Ze doet de fles open en we verdelen de wijn tussen ons drieën, pal voor de gate van ons vliegtuig. Door de alcohol wordt mijn ziel ontspannen in het nog verstijfde lichaam. We kijken naar de steeds kleiner wordende rij die voor de gate staat. De laatste druppel rode wijn wordt in mijn glas gezonken, ik drink het op en we staan op om in de rij te gaan staan. Op weg naar mijn eindbestemming: Amsterdam. Na lang wachten, veel vlieguren en drie vliegtuigen later kom ik aan op Schiphol. Een grote heliumballon met de tekst “Welcome home” wordt vastgehouden door mijn moeder, mijn vader en broer staan ernaast. Heel blij en opgelucht, zijn ze. Het plotseling verschijnend verwelkomingscomité van drie vriendinnen doet me schrikken. En daar komt het besef: ik ben weer thuis.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika17 March 20130 comments0
Read More

Eindhalte Buenos Aires #2

Buenos Aires – Marine en ik worden herenigd. Nadat we samen de trekking naar ‘Torres del Paine’ hebben gedaan, ontmoeten we elkaar weer in Buenos Aires. Waar ze stage bij het Argentijnse Gerechtshof loopt en een knusse kamer in het midden van het centrum heeft. Hierna wil ze door Zuid-Amerika reizen. Por qué no? We chillen in haar kamertje van drie bij vier. Het appartement deelt ze met vijftien andere mensen die voor een bepaalde periode in Buenos Aires wonen. Ik denk terug aan mijn tijd die ik in Buenos Aires heb gespendeerd. Ik heb een heerlijke tijd gehad en nu ik weer terug ben, heb ik het gevoel dat ik weer ‘thuis’ ben. Ondanks de berovingen die op elk hoekje plaatsvinden, de zwervers die in de avond op lugubere plaatsen tot leven komen en een tangoleraar die zijn ‘prooien’ scoort door ze tijdens de privé tangolessen te zoenen. Deze stad heeft door zijn charme iets bij me losgemaakt. Is het de tango? Het heel laat eten en stappen? De warme mensen? De relaxte latino sfeer? Oh, eigenlijk ben ik verliefd op héél Argentinië.

Later in de avond heb ik een date met David, Jessica en Kristen bij ‘La Catedral’. Marine en ik verlaten haar appartement om de bus naar ‘La Catedral’ te pakken. We zitten in de bus, maar ik word een beetje zenuwachtig. Komen we überhaupt wel op tijd? 15 Minuten later is ook op tijd. Na enkele minuten rijden merken we dat de bus een hele andere wijk in gaat. Mijn hartslag pompt sneller. Bij de eerst volgende halte stappen we direct uit. Gelukkig heeft Marine het boekje – met erin hoe alle bussen rijden – bij zich, anders zijn we helemaal verloren. Dit boekje is heilig, net als de Bijbel. We struinen verder en aangezien ik altijd verdwaal door de rare busroutes, pakken we de metro. De minuten verstrijken en een uur later komen we aan bij de ingang van ‘La Catedral’. Porteños zien we, maar niet mijn vrienden. Weer een date van ons die vlekkeloos verloopt. Een lichtpuntje: ‘La Catedral’ is op loopafstand van mijn Spaanse school èn de plek waar de lekkerste empanadas van Buenos Aires worden gemaakt. Het water loopt uit mijn mond als ik er al aan denk. We lopen naar mijn Spaanse school en we vinden het empanadas eetwinkeltje. Ik bestel er twee met kip en roquefort (kaassoort) en bij de eerste hap stoppen mijn hersenen met werken. Ik eet door en mijn hongerige ogen willen meer. Ik neem er nog één. Ik kan mijn geluk niet op.

13 maart 2013. Ik voel me treurig als ik me realiseer dat vandaag de laatste dag en avond is die ik in Buenos Aires spendeer. Gelukkig heb ik vanaf dag één dat ik in de hoofdstad ben aangekomen, mezelf voorgenomen te genieten en stil te staan bij ieder mooi moment dat ik beleef. Als ik terugdenk aan de laatste dagen die ik met David, Jessica en Kristen heb gedeeld, dan kijk ik er met een grote grijns naar terug. Je hoort me ook lachen. Ook al hebben we meerdere keren uren op elkaar gewacht en zijn we elkaar twee keer misgelopen, alsnog heb ik alles gedaan dat ik nog hebben willen doen. Mijn gevoel zegt dat vandaag, mijn laatste dag in Buenos Aires, netjes zonder lange wachttijd gaat verlopen. De laatste dag moet wel vlekkeloos verlopen, toch?

Mijn allerlaatste wens is om een heel goed stuk gegrilde steak van 400 gram bij één van de beste Argentijnse parillas te eten: ‘La Cabrera’. Zo’n overheerlijke steak die mijn mond kan snoeren door de volle smaak die over mijn tong heen glijdt. Dat is mijn wens. We spreken met zijn allen af bij het appartement van Jessica en David. Ik ben – gelukkig – op tijd en ik loop al in hun straat als een paar onaantrekkelijke Argentijnse mannen bij hun motoren staan, me aankijken, naar me fluiten en Spaanse woorden mompelen. Een rilling gaat over mijn rug heen. Ik wil zo snel mogelijk het appartement vinden. Ik kijk en zoek naar het nummerbordje 1300. Twintig minuten lang. En twintig minuten te laat. Waar is 1300!? Twee oudere mannen op straat kijken naar me en ze merken dat ik iets niet kan vinden. Gelukkig zijn deze mannen wel normaal. Ze willen me helpen en zeggen vervolgens datgene dat ik al heb gedacht: 1300 bestaat niet. Ik voel me gefrustreerd en verloren want dit is al de vierde keer dat onze date misgaat.

Één van de twee mannen loopt met me mee naar een hotel die in dezelfde straat staat. Ik bel aan en ik leg mijn verhaal in het Spaans uit en of ik – alsjeblieft? – even van zijn internet mag gebruikmaken. De man waarmee ik heb gesproken, doet de deur open en nodigt me uit om naar binnen te gaan. Ik laat een bericht op Facebook achter en gelukkig reageert Jessica snel door te zeggen dat het nummer 1327 (!) is. “Oeps.”, zegt ze dan. Opgefokt ben ik. Maar tegelijkertijd ook opgelucht. Ik bedank de man en ook mijn twee engeltjes op straat. Davids en Jessica’s appartement staat letterlijk tegenover het hotel. Jessica staat op het balkon, ze zwaait naar me en kijkt me aan met een ‘het spijt me’ in haar blik verscholen. Ik blijf buiten staan want Kristen zal ook op zoek gaan naar nummer 1300. Een half uur later is ze vijftien meter van mij vandaan. Ze loopt samen met een vriendin van haar, glimlachend kijkt ze me aan, terwijl er twee diepe rimpels tussen mijn wenkbrauwen zijn gekerfd en mijn lippen een rechte lijn vormen door de boosheid.

Ik ben al wat meer bedaard nadat ik Kristen op straat heb gevonden. De groep is weer compleet, yes. We pakken de metro om naar ‘La Cabrera’ te gaan. Na een rit van 40 minuten zie ik eindelijk de naam van de parilla staan. Eindelijk zijn we er! We nemen plaats bij een tafel dichtbij de hoofdingang. Observerend neem ik het restaurant op me. Het is chique met een romantisch tintje eraan. Wij genieten van het rode wijntje en brood met allerlei smeersels en kleine stukjes vlees. Jammie. Het hoofdgerecht komt binnen en ik begin te kwijlen als ik het grote stuk vlees voor me op tafel zie. We delen de grote steak van 400 gram met zijn drieën en David heeft zijn eigen T-bone steak. De tafel valt volledig stil als we de eerste happen nemen. Smik-smak, wat een genot! Het vlees is dik, groot, zeer mals en om je vingers bij af te likken! Ik heb lang op dit goddelijke vlees gewacht. Hoe kan deze avond nog beter worden? Door op je laatste avond helemaal uit je dak te gaan in een discotheek in de wijk San Telmo. Voor Kristen en ik is de entree gratis, voor nop krijgen we rode wijn en we laten ons lekker op de housemuziek gaan als ineens een dame naar me toeloopt om XTC aan me te verkopen. Ik lach naar haar, ik zeg dat ik dat niet nodig heb en ik dans weer lekker verder.

14 maart 2013, de dag om afscheid van Buenos Aires, Argentinië en heel Zuid-Amerika te nemen. Waren plaatsen maar iets tasbaars, dan kon ik ze knuffelen en zeggen dat ik binnenkort weer terug kom. Maar nu zit ik in een café met een cappuccino in mijn handen en David tegenover me. Lunchtijd. Ik doe de deur van mijn huilende hart een beetje voor hem open en hij snapt hoe ik me voel. Hoe ik het moeilijk heb. Dat ik al dag moet zeggen tegen Zuid-Amerika, terwijl ik hier nog langer wil blijven. Hij snapt het helemaal. Hij heeft dit gevoel ook eerder gehad. Maar dan met Australië. Na een reis van een jaar is hij na terugkomst depressief geraakt, omdat het hem zo hard heeft geraakt. De optimistische ik hoopt dat dit niet bij mij gebeurt. Ik geloof ook niet dat dit me zal overkomen. Maar droevig word ik wel. Ik vraag aan David hoe laat het is. Het is tijd. Ik moet gaan, terug naar mijn hostel, afscheid nemen van David, mijn spullen pakken en met de man meegaan die me ophaalt. Op het allerlaatste minuut staat Jessica in mijn hostel, blij dat ik nog niet weg ben. Ik geef haar een dikke knuffel en ik adviseer haar om volop te genieten van haar reis. Van elke dag er alles uithalen. Van Kristen neem ik afscheid via ‘Facebook’. Eigenlijk heb ik de vorige avond al afscheid van haar genomen. Tientallen afscheidskusjes van haar zo op mijn gezicht. Èn een dikke, warme knuffel van mij toen ze weer als een klein meisje zo lief naar me ging glimlachen.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika12 March 20130 comments0
Read More

Eindhalte Buenos Aires #1

Buenos Aires – De afgelopen maanden heb ik in tientallen bussen gezeten. Non-stop op weg naar bestemmingen die ik met eigen ogen heb willen verkennen. Maar nu, zit ik in de allerlaatste bus van mijn reis. Van Bariloche naar Buenos Aires. Bariloche heeft koude en sterke windvlagen die door mijn haren wapperen. Kleine regendruppels vallen naar beneden. De bus verlaat de donkere wolken en rijdt naar zonnige Buenos Aires. Dè eerste Zuid-Amerikaanse stad waar ik zes maanden geleden de eerste paar dagen ietwat angstig rond heb gelopen. Mijn alertheid staat weer op scherp als ik 24 uur later op Retiro, het busstation van Buenos Aires, aankom. Ik twijfel of ik met de taxi of met de metro zal gaan. De taxichauffeur zal al het geld uit mijn portemonnee willen hebben, maar in de metro wacht waarschijnlijk een bende om me met mosterd te besmeuren om me zo af te leiden en van al mijn spullen te beroven. De enige andere toerist die in dezelfde bus als ik heeft gezeten, kijkt me langdurig aan. Misschien wil hij wel met me mee?

Metro A en C leiden naar het door mij geboekte hostel: ‘Rock Hostel KM0’. Die ene toerist heet Andre uit Canada en hij gaat met me mee, want hij heeft geen flauw benul welke kant hij op wil gaan. De angst verdwijnt als we zonder mosterdsmurrie op onze kleding de metro’s overleven. Na een paar meter lopen, staan we voor de grote deur van het hostel. De deur gaat voor ons open, nadat ik heb aangebeld. We lopen de trap op en worden verwelkomd door de hostel crew èn Kristen. De Amerikaanse yoga- en salsalerares die als een klein meisje zó lief lacht dat ik de neiging krijg om haar als een teddybeer te knuffelen. Ik ken haar van eerder. In het hostel ‘Casa Margouya’ heb ik haar op mijn laatste avond in Puerto Varas voor het eerst ontmoet, direct meegesleurd naar ‘El Barista’ en de avond wordt een reeks van gezelligheid, rode wijn en een dik stuk brownie. Paar maanden later maak ik mijn eten in de keuken van het hostel in Bariloche, terwijl er al een paar mensen zitten te eten. Iemand van die eters kijkt me nieuwsgierig aan en zegt “Ik ken jou ergens van”. Ik kijk terug naar haar, maar er rinkelt geen belletje. Totdat ze Puerto Varas, ‘Casa Margouya’ en ‘El Barista’ opsomt. Het lichtje brandt en we kijken elkaar met een glimlachje aan.

Terug naar Buenos Aires. Nadat ik een bed in de slaapzaal van ‘Rock Hostel KM0’ heb geclaimd, tutten Kristen en ik diezelfde avond ons op voor een tangoles in ‘La Catedral’. Optutten als in: korte broek en simpel topje aan, make-uploos en op slippertjes het nachtleven ingaan. ‘La Catedral’ ziet er oud, duister en mysterieus uit, dit vangen mijn ogen op als we bij de kassier stilstaan om een kaartje te kopen. We rekenen af voor een beginnersles tango. We wachten totdat de les begint. Ondertussen wordt de Argentijnse tent ietwat drukker met toeristen zoals wij. We leren David (Engeland) en Jessica (VS) kennen die net zijn begonnen met hun reis en in Buenos Aires Spaans leren. En nu ook tango dus. Net als ik toen. Met een tekort aan mannelijke dansers, dans ik af en toe met Kristen of Jessica. Maar wie is dan de man? We proberen de rollen af te wisselen, maar ik word giechelig als ik de mannenrol uitvoer. De Argentijnse dames die deze les ook volgen, hebben hun mooie jurkjes aan. En torenhoge pumps voor the finishing touch. Zo dansen de mujeres in hun pumps, terwijl de backpacker, ik dus, de slippers in een hoek van de zaal gooit en de danspasjes op haar blote voeten uitvoert. Heerlijk! Na het uurtje tangoles, maken we ruimte voor de tango gevorderden. Daarna begint de milonga, de gelegenheid om je tangostappen aan het publiek te laten zien. Zoals wij: David, Jessica, Kristen en ik nippend van onze lekkere droge witte wijn. We genieten!

Om 11 uur kom ik aan op het ‘Plaza de Mayo’ plein. Ik loop naar het grote witte standbeeld met de onafhankelijkheidsdatum van Argentinië erop. Algauw zie ik David en Jessica op me af struinen. Kristen is er nog niet. Ik ga in de zon op een bankje zitten en ik zit gebakken. Die twee dwarrelen om me heen rond, terwijl ik rustig afwacht. Één uur later en Kristen is er nog steeds niet. Waar is ze? 11 Uur hebben we toch gezegd? Met slechts één persoon van de vier personen die een telefoon heeft, kunnen we haar niet direct benaderen. Volgens haar hostel is ze al om half 11 weggegaan. We wachten nog maar een uur. Twee uur later vertrekken we maar met zijn drietjes en een half uur later struinen we door de bekendste gekleurde straten van de wijk ‘La Boca’, ‘Caminito’. Met hetzelfde riedeltje van tangodansende Argentijnen, restaurants waar toeristen de zaak vullen en bejaarde Argentijnen die met hun mooie tangostem de gasten entertainen. Ik loop weer rond in ‘La Boca’, zes maanden later. Wat heb ik dit toch gemist.

Elke maandag is er ‘La Bomba de Tiempo’! Vijftien man die op het podium van ‘Konex’ het relaxte, swingende en blowende publiek entertaint. Deze ritmische maandag is voor mij niet onbekend. Integendeel. In oktober heb ik deze avond eerder meegemaakt. Zwetend liet ik mijn losse danspasjes zien en ik was één met de muziek. Ik heb toen gezegd dat ik deze avond nog een keer wil meemaken, voordat ik de vliegtuig naar Nederland pak. En ik ben nog op tijd. Bij de bar bestel ik een Fernet Cola, de Argentijnse specialiteit qua drank. De barman doet zijn dingetje: hij pakt een grote plastic beker en giet er fernet en cola erin. Ik loop de rest van de avond met een halve liter beker in mijn handen.

Naarmate de avond vordert, hoe meer ik ontblote mannelijke bezwete borsten zie. Mijn slierten hoofdharen beginnen in mijn gezicht te plakken. Zo ook bij de anderen. Ik dans ietwat timide door de Fernet Cola in mijn hand, maar ik dans alsof dit mijn laatste avond is. Zodra de percussie op het podium is afgelopen, staat een spelende brassband al buiten op ons te wachten. Een deel van het publiek begint te wiebelen met hun heupen, terwijl de brassband naar de locatie van de afterparty loopt. Wij doen mee. De groep wordt groter, ondertussen voel ik de gehele ritme in mijn lijf stromen. Ik dans op straat, uitbundig met een gigantische grijns op mijn gezicht. Ik voel me zo vrij als een vogel. Ik ben zo blij en trots op mezelf. Zo trots dat ik deze reis heb gedaan. Alleen. We blokkeren de wegen voor de taxi-chauffeurs. De één toetert op de beat mee, de ander omdat hij de dansende mensen voor zijn auto weg wil hebben. De politie blokkeert een paar rijstroken, zodat wij veilig bij de afterparty aankomen. Het feest gaat gewoon door tot diep in de nacht.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika08 March 20130 comments0
Read More

Ik voel me thuis in…

Ushuaia – ‘The Love Boat’ wordt in de vroege ochtend na het eindfeest in de haven van Ushuaia geparkeerd. Ik blijf één nacht in Ushuaia. De volgende dag vertrek ik met de bus terug naar Punta Arenas, Chili. Terug naar het ‘hostel Independencia’ waar ik met “Hola Croata!” door de hosteleigenaar word verwelkomd. Ik wil niet langer in Punta Arenas blijven, want ik ben hier al eerder geweest en ik heb nog maar drie weken de tijd om van de laatste restjes van mijn reis te genieten. Dus? Rapido, rapido! In de ochtend eet ik mijn lekkere omeletje met brood en ik haast me naar het eerste buskantoor, dat hopelijk voor diezelfde ochtend een bus naar Puerto Montt heeft. Maar nee, dat heeft hij niet. Ik loop snel naar het andere kantoor, tenminste dat probeer ik terwijl ik van beide kanten beladen ben met mijn 19 kilozware backpack en een handbagage van 7 kilo. Ik weet nog steeds niet waar die kilo’s vandaan komen.

Mierda! Ik zie een bus voor het tweede kantoor en ik heb het gevoel dat het mijn bus is, die ieder moment gaat vertrekken. Met een bezweet voorhoofd kijk ik de buschauffeur aan en ik vraag of hij zo naar Puerto Montt vertrekt. “Si.”, zegt hij en mijn voorhoofd wordt weer droog van de ontspanning. 36 Uur lang in de bus. Het wordt mijn langste busrit. Nadat ik mijn backpack aan de aardige buschauffeur overhandig, wandel ik de bus binnen om een mooi plekje bij het raam te vinden. Ik nestel me en ik entertain mezelf met de muziek van mijn mp3-player, totdat de collega van de buschauffeur me vraagt of ik bij hen voorin wil zitten. Por que no? Met dolle pret en flirtacties van de 23-jarige collega van de buschauffeur waar ik overigens geen interesse in heb, cruisen we door de beboste wegen en passeren twee keer de grens van Chili-Argentinië en Argentinië-Chili. We rijden snel en we passeren de grenzen zo makkelijk dat we er uiteindelijk maar 28 uur over doen. Gelukkig kom ik nu op klaarlichte dag in Puerto Montt aan. Het mini-busje naar Puerto Varas staat al voor me klaar. Ik kom eraan. Voor de derde keer.

 “Terwijl ik vrolijke nummers beluister,

krijg ik toch tranen in mijn ogen en

een brok in mijn keel.

Droevig ben ik.”

Puerto Varas, het kleine stadje, heeft íets. Wat dat precies is, is iets waar ik niet mijn vinger op kan leggen. Ik denk dat het een verzameling van alles wat is. Waar ik adembenemend van onder de indruk ben, zijn de vulkanen Osorno en Calbuco die – flop – zo in de verte van het meer te zien zijn. Als het weer meewerkt natuurlijk. Je zit in café ‘El Barista’, je kijkt naar buiten en je ziet die twee al, terwijl je van je bakkie nipt. Of je loopt naar het meer, dat in de zomer de badplaats is, tegenover je staan de twee bergen, die met hun verschijning de lucht sieren. Er zijn meerdere momenten geweest, dat ik hier alleen heb gezeten, voor me uitstarend naar de twee voor een deel besneeuwde vulkanen. Glinsterende ogen heb ik er van gekregen. Het feit dat ik hier veel leuke mensen, toeristen en locals, heb ontmoet geeft mij het gevoel dat ik ‘thuis’ ben, als ik er ben. Zo ook bij café ‘El Barista’. Ik heb mijn kontafdruk op een stoel dichtbij het raam van het café achtergelaten, omdat ik er elke dag heb gezeten. Voor het updaten van mijn blogs. En voor een lekker bakkie natuurlijk. Cappuccino of rood Chileens wijntje. Puerto Varas is de laatste Chileense stad die ik bezoek, voordat ik naar Argentinië ga. En dan naar huis. Voor de laatste keer geniet ik van Chili en zijn beste avocado.

Ik wil nog de Argentijnse Bariloche en Mendoza zien, voordat ik naar Buenos Aires ga. Mijn eindbestemming. Nog maar zestien dagen. Daarom spendeer ik maar vier nachten in Puerto Varas. Zeven uur van Puerto Varas vandaan, ligt Bariloche. De Argentijnse kant alweer. In de bus lees ik het boek ‘Mag ik je nummer even?’ van Sophie Kinsella, terwijl ik af en toe word afgeleid van het mooie natuur om me heen. Ik denk dat dit de mooiste busreis is, die ik tot nu toe heb meegemaakt. Nadat we aankomen, zeul ik met al mijn spullen op zoek naar mijn hostel. Eindelijk vind ik het grote ‘Tango Inn Downtown’ dat zich ergens op een berg heeft verstopt. Met de twintig graden warme zon die de boel verwarmt, besluit ik een koude douche te nemen. Met slippers en luchtige kleding dwarrel ik naar het meer toe, waar ik aan de kust op één van de grote stenen ga zitten. Het blauwe water, vele hoge bergen en kayakers sieren mijn beeld. Terwijl ik vrolijke nummers beluister, krijg ik toch tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. Droevig ben ik. Ik realiseer me dat ik bijna weer naar huis ga.

Doris FurcicArgentinië, Chili, Travel, Zuid-Amerika23 February 20130 comments1
Read More

Antarctica, the end

Antarctica – Door de speakers horen we Agustins stem. We zullen weer de Drake Passage gaan passeren, “…dus slik de zeeziektepillen alvast in”, wordt er gezegd. Afijn, het ‘Garfield-avontuurriedeltje’ begint weer helemaal opnieuw. Voor de 21ste hebben we de lezingen ‘De walvissen’, ‘Wie bezit Antarctica?’ en ‘Het gat in de ozonlaag’ gepland staan. Vlak voordat de presentatie over de walvissen begint, neem ik mijn pil. Na enkele minuten slaat het al in. Ik zit in the Conference Room te luisteren naar hoe Luciana de walvissoorten uitlegt. Met half geopende ogen kijk ik haar aan. Mijn kijkers sluiten elke twee seconden, waarna ze vermoeiend weer opengaan. Irritant, want Luciana’s verhaal is interessant. De lezing maakt me heel erg moe. Hierna stal ik mezelf op mijn lievelingsplekje bij de bar. Wie bezit Antarctica? Geen flauw idee; ‘Garfield’ ligt weer te slapen.

Ik slaap op de leren bank, voordat de mensen weer om me heen staan. Vlak voor de kudde word ik wakker; ik ben omringd met kleine broodjes, cakejes en koekjes die op tafel al klaar liggen. Eten, slapen, eten… overdrijven komt hier niet aan bod. Ik neem een hapje voordat ik de laatste lezing over de ozonlaag ga bijwonen. Agustin is diegene die het lukt dat de hele zaal met volle borst het ozonlaagnummer zingt. En ik? Ik lig in een deuk als ik de ouderen om me heen zie meeblèren. Daarna heeft iedereen weer honger, dus aanvallen maar op het luxieuze, overheerlijke driegangendiner! En dan? Juist ja, slapen. Ha, nee! Nog niet. Eerst een feestje in een kleine kamer met Inger, de Australische gekke Donna, de zeemannen Pablo, Joel, Ariel en de kok Raul. En dan slapen. Ja!

“Dit keer geen stuk hout en een slang,

maar twee slangen die

sidderend en soepel

op de dansvloer bewegen”

22 Februari 2013, de laatste dag op Drake Passage. Ondanks dat de Drake bekend staat als het wildste water in de hele wereld, is hij rustig als we naar het Beagle-kanaal varen, terug naar Ushuaia. Ik slik maar één pil tegen de zeeziekte. Ondanks dat ik maar één pil heb ingenomen, heb ik alsnog last van de ‘Garfield-symptomen’. Eten, slapen, eten. Daarnaast probeer ik een poging te wagen om mijn blogs te schrijven. Het lukt enigszins. Door de speakers komt de stem van Agustin door. We moeten allemaal verzamelen bij de bar. Leandro, Pablo, Mariela, de kapitein Jorge, Luciana en Agustin staan naast elkaar met papieren in hun handen. Met hèt bewijs dat we op Antarctica zijn geweest: de certificaten! Klappend en zoenden worden de documenten van harte in ontvangst genomen. Na bijna een half jaar lang één zoen als begroeting te hebben gekregen, raak ik helemaal van mijn apropos als Leandro me drie geeft. Ik heb het certificaat in mijn handen en ik ga direct weer zitten van de schrik.

Agustin stopt een dvd’tje in zijn ‘MacBook’ en Luciana doet het licht uit. The Conference Room wordt donker. De film wordt gestart. Foto’s van onze Antarcticareis worden met muziek op de achtergrond achter elkaar afgespeeld. Bijna iedereen zie je voorbij komen. Ik ben al drie keer te zien met de zoomlens voor mijn gezicht, richtend op de pinguïns. De dvd is een cadeautje van de crew. Een presentje met alle informatie van de lezingen, de dagactiviteiten op een lijstje, de geziene dieren per dag aangevinkt en films van de passagiers en de crew. Het begint door te dringen, het is onze laatste avond op ‘El barco del amor’. Tijd voor een eindfeest! Later op de avond voel ik me weer als ‘Baby’ uit ‘Dirty Dancing’. Dit keer volledig op mijn gemak tussen de crew, net als ‘Baby’ tijdens het eindfeest in die film. De houterige moves die ik op de verjaardag van Luciana te voorschijn heb gehaald, zijn weg. Samen met Cacho vormen we dit keer geen stuk hout en een slang, maar twee slangen die sidderend en soepel op de dansvloer bewegen.

Doris FurcicAntarctica, Travel22 February 20130 comments2
Read More

Bikini aan en zwemmen maar in Antarctica

Antarctica – Ontbijt. Met een slaperig hoofd eet ik mijn ochtendmaaltijd. Omeletje, kiwi’s en watermeloenen gaan door mijn slokdarm heen. Vandaag staat Deception Bay op het programma. Een gebied waar veertig walvissenjagers uit Noorwegen hebben geleefd om vanuit het vet van de walvis olie te maken. Aantal verroeste boilers, gigantische tonnen waar ze de olie in bewaarden, een huis in slechte conditie en twee kruizen wat eerst een begraafplaats is geweest maar door de tsunami’s zijn verdwenen, zijn nu nog over. De Ushuaia-passagiers waaronder ik dwarrelen rond bij deze plaatsen, voordat we naar de Neptunes Window wandelen, een plek op loopbare afstand dat een mooie uitkijk op de oceaan aanbiedt. Pratend loop ik samen met Inger naar het zogenaamde ‘raam’ toe. Inger vraagt aan me of rechts van ons verderop stenen zijn of zeehonden. Ze camoufleren zichzelf zo goed dat je ze zo voorbij loopt. Ik pak mijn camera en zoom zo ver mogelijk met de focus op de snoet van de pelsrob.

Op de top van de Neptunes Window waait er een windje. Voor me uit starend zie ik de oceaan, terwijl heel ver de bergen van Antarctica volledig wit uitblinken. De andere kant heb ik een ‘panorama view’ van de plek waar ik net langs de tonnen, begraafplaats en pelsrobben heb gelopen. Ik ben bijna als laatste bij deze raamopening en Inger en ik besluiten om terug te gaan naar de plek waar nu al een grote groep passagiers halfnaakt bij de zodiacs staat. Links van ons zien we de pelsrobben en de enige stormbandpinguïn, rechts een horde skua’s. Vlug lopen we samen met Louis, die net bij ons aansluit, een stapje sneller, want Luciana, de bioloog, zegt dat als we willen zwemmen, we moeten opschieten. De zee is leeg, geen één mens is in het water als we daar aankomen. Een aantal droogt zich af op het strand, terwijl de rest apekijkers zijn en graag wilt zien hoe de gekke mensen met een verrekt gezicht uit het koude water komen. Ik kleed me vlug uit, Inger doet hetzelfde, terwijl Louis met zijn camera klungelt en een beetje voor de koude oceaan vreest.

Leandro, de andere bioloog, staat al gereed met zijn camera. Rennend ga ik de zee in, Inger volgt mij en na enkele meters laat ik mezelf vallen. Met een klap ben ik tot aan mijn hoofd in het ijskoude water. Razendsnel zwem ik twee meter en één vlinderslag doe ik er achteraan. Ik sta op en ik laat me weer in de zee vallen, lachend kijk ik naar Louis en Inger die mij volgen. Het water is erg koud en we lopen terug naar de kust waar het water lekker warm tot heet is. Ik ga weer terug het water in en ik doe het riedeltje opnieuw. En nog een keer. Louis pakt zijn cameraatje en we poseren met zijn drieën voor de camera. Teruglopend naar de kust krijg ik een handdoek van Agustin. Ik sta stil, voor me uit kijkend naar de zee, ik geef mijn handdoek terug aan Agustin en ik ren weer het water in. Kah Siok staat in haar bikini plotseling naast me. Ze neemt een frisse duik en aan de kust graaft ze in het diepe waarin het water rond de 40 graden is. Ze gaat liggen, rollen en genieten. De camera komt weer te voorschijn en ze wil een foto van haar alleen met gespreide armen en een grote grijns. Ze kan nu de hele wereld aan, denk ik.

Na de lunch pakken we weer de zodiacs om naar Livingston te gaan, vol met stormband- en ezelspinguïns met twee groepen mannelijke zeeolifanten. Per groep lopen we achter een bioloog aan. Voor mij liep Pablo, bioloog en biologieleraar aan de universiteit, en de rest van mijn groep, terwijl ik als laatste achter de kudde aanloop. Voor je het weet trap je op een pinguïn, dus ik pas goed op waar ik loop. De twee soortige pinguïns zitten gemixt bij elkaar. Staand slapen ze met hun gezicht in de richting van de zon, anderen waggelen van links naar rechts, met hun vleugels naar achteren gespreid om in evenwicht te blijven. De jonkies rennen achter de moeder aan om vis uit de mond van hun mamma te krijgen, maar de moeder rent iedere keer weg. Verderop zien we een groep van zeven of acht zeeolifanten, allemaal mannen. We mogen tot en met 25 meter van hun vandaan staan. Anders neem je het risico om aangevallen te worden. Wegrennen gaat je niet lukken, want ze halen je met hun 5.000 kilo toch wel in. En dan zie ik nog als laatste een pelsrob. Ik ga zitten, zeven meter van hem vandaan, starend naar hem en twee ezelspinguïns die een beetje op en neer dwarrelen. Er wordt geroepen “red jacket!” en ze bedoelen mij. Ik moet terug, maar het uitzicht is geweldig.

Doris FurcicAntarctica, Travel20 February 20130 comments0
Read More

Gletsjers, zeeluipaarden en Wilsons stormvogeltje

Antarctica – De muziek van mijn mp3-player staat nog aan als ik in mijn kamer wakker word. Het nummer ‘Iris’ van ‘Goo Goo Dolls’ bereikt mijn oren als ik mijn ogen opendoe. Sandra is al aangekleed, klaar om de kamer te verlaten voor een peuk en ontbijt. Later heb ik getoast brood met omelet, media lunas en watermeloen- en kiwistukken op mijn bord. Heerlijk. Na het ontbijt bedek ik mijn benen met mijn zwarte, 50 dernier panty en twee extra sokken voor mijn voeten. Hierna gehuld in mijn legging doe ik de gele laarzen, die twee maten groter zijn, aan met erover heen mijn skibroek. Met een t-shirt en mijn alpaca trui zijn mijn eerste twee lagen compleet. Dan nu nog mijn gehuurde ski-jas met reddingsvest nummer 24. Mijn hoofd blijft enigszins warm, dankzij de bruine Boliviaanse muts met lama’s. Ik pak mijn tas met camera plus twee lenzen, en als laatste: de skihandschoenen. Gesplitst in twee groepen, ga ik met mijn gezellige Ushuaia-team Foyn Harbor als eerste verkennen. Agustin wacht in de zodiac, totdat hij vol is. De dokter is inmiddels benoemd tot ‘dr. Amor’ door Inger en mij; we zitten tenslotte op ‘The Love Boat’. Op de presentielijst zet hij een kruisje achter mijn naam, terwijl ik de trap afloop naar de zodiac.

Agustin bestuurt de zodiac, de Ushuaia in de verte achterlatend. Normaal gesproken varen we snel naar datgene wat te zien valt, maar dit keer varen we rustig de zee op, terwijl de motor zachtjes geluid maakt. Ik kijk om me heen, mijn hart zachtkloppend, naar de verbazingwekkende mooie witte en helderblauwe ijsbergen die om ons heen liggen. Grote en kleine ijsstukken zwerven in de zee, terwijl we ze met de zodiac verschuiven. Antarctica vogels met hun helderwitte dikke vacht en wit-zwart hoofdje zwieren boven onze hoofden. We zien algauw een krabeter op een plat groot ijsstuk midden in de oceaan liggen. De krabeter heeft een zeer witte huid wat niet vaak voorkomt bij deze soort. Hij geniet van het luieren en onze camera’s klikken door als het dier met zijn rechtervin flappert en af en toe zijn hoofd in de lucht laat hangen. Poseren kan hij wel. Met een vin in zijn mond en de camera inkijkend, zou ik bijna zeggen dat hij zijn ondeugende blik naar mij toewerpt en met me flirt. Hij blijft liggen, terwijl drie zodiacs voor hem stilstaan.

We varen verder, ietsje verderop zien we twee weddel zeehonden. Grote lichamen van twee meter lang met een klein hoofdje eraan. De linker heeft zijn ogen gesloten, terwijl de rechter ons met zijn grote ogen aankijkt, opstaat en naar de kant toeloopt en – floep – in het water belandt. Hij heeft geen zin in publiciteit. We ‘zoefen’ op ons gemak met de zodiac verder en we zien verderop een wrak, rottend in de zee. ‘Governoren’, het Noorweense walvisjagersschip dat door brand op het schip in 1916 is gezonken en sindsdien is blijven roesten. De harpoenen om de walvissen te doden zijn nog aan dek. Agustin pakt de hendel van de motor en hij geeft via zijn walkie talkie aan ‘de Ushuaia’ door dat we weer terugkomen. Met een hogere snelheid zien we de ijsbergen voorbij ons gaan, terwijl ze door nieuwe worden vervangen. We naderen ‘de Ushuaia’ en zien ondertussen dat de pootjes van de Wilsons stormvogeltje een paar keer de oceaan aanraken. Alsof hij danst; speciaal voor ons een afscheidsdansje.

We arriveren met zijn allen weer terug op de boot en krijgen een lunch voorgeschoteld. Door de intercom horen we het bericht van Agustin dat de tweede excursie van vandaag niet gedaan kan worden. Krachtige wind zal de zodiacs omklappen, zo sterk is de wind. Ik ga naar de brug, waar de kapitein ‘de Ushuaia’ bestuurt. Daar staat al een aantal mensen, naar buiten koekeloerend met de verrekijker. Ik kijk uit het raam, aan de rechterkant van het raam waar niemand mag staan, omdat het het uitzicht van de kapitein belemmert. Uit het raam kijkend, zie ik een enorme gletsjer die veel breder is dan de adembenemende Perito Moreno. Zittend op een kruk voor het raam, steun ik mijn armen op het leunbalkje die mijn hoofd ondersteunen. Ik geniet van de mooiheid voor me. Om me heen hoor ik geroezemoes dat er zeehonden op de ijsbergen voor de gigantische gletsjer te zien zijn. Één, twee, drie en vier! Allen liggend met hun zwaarlijvige lijf op het ijs. En verder niks doen. Rond half 8 krijgen we plotseling te horen dat we toch de excursie in Useless Bay kunnen doen. Iedereen kleedt zich vlug aan en paar tellen later zit ik al in de zodiac.

Dichterbij de zeehonden komen, dat is ons doel. Door de ijsbrokken varen we naar de gletsjer toe. De eerste zeehond zien we al liggen op het ijs. Pablo, de bioloog, heeft zich vergist en ziet dat het een zeeluipaard is, een soort dat na de orka het gevaarlijkste dier op Antarctica is. Bekend als carnibor en agressief, rust het beest nu vredevol op het grote ijsblok uit. De zodiac nadert dichterbij en ik krijg de gelegenheid om mooie kliekjes te maken. Zijn lichaam is 2,5 meter lang en heeft een grote kop met – je zou bijna zeggen – een gemene grijns op zijn gezicht. Achter zijn glimlach schuilt een goed gebit met scherpe, puntige tanden om het vlees van babyzeehonden makkelijk fijn te scheuren. Hij blijft liggen en knippert amper met zijn ogen. We gaan verder. Twee vlekken op een ijsblok, ik denk dat het wildlife is. Met de zodiac naderen we het stuk ijs wat dichterbij en we hebben geluk: weer zien we zeeluipaarden, zelfs twee! Ook zij liggen liefdevol met gesloten ogen. Eentje wordt wakker en begint met zijn ogen te blinken en een beetje met zijn hoofd te bewegen. Nieuwsgierig kijken, dat is alles.

Doris FurcicAntarctica, Travel19 February 20130 comments0
Read More

Aan de Oekraïnse vodka

Antarctica – Ontbijt om 07.00 uur. Met moeite sta ik op. Slenterend loop ik naar het restaurant waar het ontbijtbuffet is. Ik leg twee toasts, omelet en een media luna op mijn bord om hierna gezamenlijk met het gezellige last minute-groepje te eten. Om 08.00 uur krijgen we bezoek op ‘El barco del amor’. Het is het personeel van Port Lockroy, Florence en Florence, één uit Nederland en de ander uit Engeland. Ze werken met twee andere Engelsen op Port Lockroy, een museum en souvenirshop wat behoort tot de ‘Antarctic Heritage Trust’. Het museum laat zien hoe Antarctische bewoners hier hebben geleefd. Maar dit is ook de plaats waar je je postkaarten vanuit Antarctica naar huis kan versturen! De avond ervoor heb ik al mijn speciale kaarten voor mijn familie en mezelf – leuk voor later – geschreven. Vandaag sta ik voor de rode postbus, poserend voor de camera met de kaarten in mijn handen. Met een glimlach op mijn gezicht sta ik gereed om ze erin te gooien. Flop!

Om het museum en de souvenirshop is het stuk land verborgen door een dikke laag sneeuw. Ik kijk naar mijn felgele regenboots met er omheen pootafdrukken. De ezelspinguïns laten hun voetsporen in de witte laag achter. In de kou staan ze recht overeind, de meeste hebben hun ogen gesloten, terwijl de wind hun kleine veren laat bewegen. Stukjes pluizenhaar zie je op hun vacht zitten, wachtend totdat het er vanzelf uitvalt. In deze ‘vervelperiode’ zijn de vetganzen gevoelig en sneller geirriteerd. Vijf meter afstand dienen we van de pinguïns te staan. We worden verrast door een Antarctische pelsrob die vanuit het water op het land tussen de vogels strak in smokingspak belandt, zijn snavel in de lucht steekt, ronddwarrelt en weer de zee ingaat. Ook van hem moeten we een aantal meters vandaan staan. In de buurt is er het Jougla Point. Daar schijnt een vogelnest te zijn, maar ik ontdek hem niet. Wel heb ik weer een horde ezelspinguïns om me heen, kinderen achter hun moeder aanrennend of stilstaand kijken ze me aan of lopen me voorbij. Vertroetelend.

Lunchtijd. Met een luxieuze drie-gangen lunch voor me, vul ik mijn maag op princesse wijze. Hierna cruisen we met ‘de Ushuaia’ door het ‘Lemaire Channel’. Met een lengte van zeven mijl en slechts één mijl breed. Op naar het zuiden. Dit kanaal is door Adrien de Gerlache benoemd voor Jacob Lemaire, de Belgische ontdekker van de Belgian Congo. Met Booth Island aan de westzijde van het Lemaire Channel, heb je het gebied waar Dr. Jean Baptiste Charcot heeft overwinterd. In het zuiden van het Lemaire Channel landen we een paar uur later bij de Argentine Islands. Daar bij één van de eilanden, Galindez Islands, is het Britse Faraday station aanwezig wat nu het ‘Vernadsky station’ heet en in bezit is van Oekraïne. Het gebied waar samen met een ander Brits station, ‘Halley’, voor het eerst het gat in de ozonlaag is ontdekt. Bij het Oekraïnse station wacht vodka op ons. De dames kunnen gratis een shotje krijgen als ze op magische wijze hun BH – met kleren aan – uitdoen en het aan de Oekrainiers doneren. Iets om over na te denken.

Voordat we bij de Oekrainiers op visite gaan, ga ik eerst met de zodiac naar Winter Island toe waar het ‘Wordie House’ zich bevindt. Formeel gezien is dit de ‘Base F’ van de Tabarin Operation uit Engeland waar de geoloog James Wordie zichzelf heeft geinstalleerd. Wat eigenlijk het eerste gebouw van het eerst station is aan het einde van de jaren ’40. Jaren later is er een nieuwe en betere station gebouwd terwijl het ‘Wordie House’ als ‘Historical Site for The Antarctic Treaty System’ is benoemd. Als je naar binnen gaat, kom je terecht in een klein huisje met verouderde pannen, verroeste blikken, oude matrassen, versleten stoelen en boeken die de werkelijkheid in de jaren ’40 illustreren. Aan de muur zie ik zelfs een foto hangen van vier mannen – met dikke snorren en lange manen – die voor het huisje zitten met bier in hun handen en slechts een T-shirt aan hebben. Ook het zonnetjes kan zelfs in Antarctica goed schijnen. Tenslotte staan de Argentine Islands ook bekend als de plek in Antarctica waar het lekker warm kan zijn.

Met de zodiac gaan we naar het ‘Vernadsky station’. Daar worden we door twee Oekraïnse wetenschappers ontvangen. De Balkanhoofden herken ik uit duizenden. Grappig. De kleine tour in het station eindigt op de bovenste verdieping, waar de bar en pooltafel zich bevinden. Sasha staat achter de bar en de kok met helblauwe – bijna enge – ogen kijkt me aan. De shots staan al klaar voor onze last minute-groep. Michaela doet een rondje alvast ter ere van haar 42ste verjaardag op 23 februari. Kah Siok, Louis, Sandra, Inger, Michaela en ik staan naast elkaar, poserend voor de camera terwijl we in één teug de lekkere vodka opdrinken. Proost! Achter ons hangen drie BH’s, één rode, een witte met gekleurde symbolen en een bruine. Er is nog plaats voor één BH. De mijne? Ik bewaar toch liever mijn zwart gekante BH voor ‘me, myself and I’.

Na de vodka die mijn strotje heeft verwarmd, doe ik een poging om met mijn Kroatische taalkennis met de Oekrainiers te communiceren. Door mijn teksten drie keer te herhalen of andere woorden te gebruiken, verstaat Sasha mij. Ik praat verder, terwijl Inger een balletje slaat en er eigenlijk ook goed in is. Uiteindelijk wordt er door Mariela aan ons gevraagd of we hier een jaar willen blijven. Ik kijk haar aan, knipper twee keer met mijn ogen, ik doe mijn jas aan en ik vertrek naar buiten. Als laatste groep zit ik met Inger en de rest van de last minute-lui in de zodiac, terug naar ‘de Ushuaia’. Ik loop de trap van ‘The Love Boat’ op en ik ben weer aan dek. Niemand staat voor aan dek en ik loop naar de voorkant van de boot. De wind botst tegen me aan, iets brandt in mijn oog terwijl ik om me heen kijk. Ik ben omringd met alleen maar land, bedekt met sneeuw. De zon beschijnt een deel daarvan en de sneeuw glanst als het ware. Schitterend. Ik realiseer het me nu pas. Ik ben in Antarctica.

Doris FurcicAntarctica, Travel18 February 20130 comments0
Read More

Ushuaiaaa, ‘El barco del amor’

Antarctica – 0 Graden in Paradise Bay, de volgende landingsplek. Door de helse wind moeten we wachten op de excursie, totdat de vurige windvlaag stopt. Et voilá, na een half uur mogen we onze speciale winterkleding aandoen. We mogen landen! De Argentijnse ‘Brown station’ staat op ons te wachten, inclusief de gesteente heuvel met een panorama view van Paradise Bay. Als ik mijn eerste stappen in de sneeuw zet, zie ik een pelsrob slechts vijftien meter van mij vandaan. Poserend voor mijn camera laat hij zijn beste moves zien. Als een kudde lopen de passagiers achter elkaar aan naar de kleine berg waar de bioloog Leandro op hen wacht. Met een kleine groep sta ik op de berg, naast een grafplaat van iemand die in 1957 is overleden. Het witte continent; ik sta er nu.

Ik doe een kleine trekking op weg naar boven, waar een hogere berg op me wacht met een waanzinnige uitkijk. Zodra mijn groepje boven aankomt, adviseert Pablo, de andere bioloog, ons om te bukken. Door de krachtige wind kun je makkelijk je evenwicht verliezen en zo naar beneden donderen. Ik buk direct en ondanks ik andermans benen om me heen heb, delete ik ze, ik open mijn ogen en ik kijk om me heen. Ik hoor het geklets achter me al niet meer. De tijd staat stil. W-w-w… lezers, ik kan geen woorden vormen voor datgene dat ik nu zie. Helaas kan ik hier niet de hele dag blijven, we moeten terug. Als laatste van de alle passagiers glijd ik naar beneden. Terug naar ‘de Ushuaia’ dan maar, waar de lunch al klaar staat om te serveren.

Met een chique, verrukkelijke lunch voor ons, kletsen Inger en ik bij over de ‘Dirty Dancing’-nacht. Het gegiechel van ons is duidelijk hoorbaar door de hele eetzaal. We lijken wel twee pubermeisjes die over iedereen aan het roddelen zijn. Plotseling zie ik Joel, een zeeman, vanuit de keuken verlegen koekeloeren naar mijn Hollandse maatje. Fernando, chef van de serveerders, komt naar ons toe en vraagt of ze Marian heet en legt een roos van servet voor Inger neer. Hard lachend kijk ik naar waar Joel sta… oh hij is weg. Een grote blunder wat betreft de naam, maar verder wel erg lief. Sindsdien is met dank aan het heerlijke Franse accent van ons fransman Louis de Ushuaia omgedoopt tot de romantische Frans uitsprekende Ushuaiaaa, ‘El barco del amor’ oftewel de ‘The Love Boat’.

In de middag is het plan om naar Neko Harbour in Andvord Bay te gaan. Door grote stukken ijs in de zee is het niet mogelijk om met de zodiacs aan land te gaan. Teleurgesteld blijven we op ‘El barco del amor’. Alsnog doe ik mijn dikke kleding aan en ik ga naar buiten. Waar ‘Rose’ in de film ‘Titanic’ haar armen spreidde, daar sta ik nu met mijn camera, klaar om foto’s van de walvissen te maken. Hopla! Walvissen gespot! Ik druk de knop in op mijn camera en ik schiet beelden van de bultruggen. Met de waanzinnige uitkijk van de ‘Neumayer Channel’ geniet ik in stilte van al het moois. Ongelofelijk dat ik hier ben. En ondanks de scherpe wind die mijn gezicht pijnigt, krijg ik een brok in mijn keel. Helemaal niemand kan deze onbeschrijvelijke beelden van me afpakken.

Doris FurcicAntarctica, Travel17 February 20130 comments1
Read More

‘Dirty Dancing’ ook in Antarctica

Antarctica – Witte vlokken vallen naar beneden, terwijl ik uit één van de vele ramen van de boot ‘de Ushuaia’ naar buiten koekeloer. Tegelijkertijd zie ik achter de sneeuw de grote witte en helderblauwe ijsbergen, die in het water drijven. Door de hevige mist kan ik nog net het water en het witte land scheiden. In de chill out room bij de bar waar iedereen zich heeft verzameld met een warme chocolademelk en een snufje rum erin, praten we na wat we hebben gezien. Zonet hebben we onze tweede landing op Antarctica gehad. We zijn gearriveerd bij Portal Point, wat ligt aan de noordkant van De Gerlache Strait. Het is de beste locatie voor diverse expedities geweest om het schiereiland van Antarctica te bereiken. Met de Zodiacs struinen we naar het land waar onze regenlaarzen voetafdrukken in de sneeuw achterlaten.

Met een paar skua’s en pelsrobben om ons heen, hebben we een trekking in de sneeuw voor de boeg. Een lange rij van tientallen Ushuaia-passagiers en de tour begeleiders lopen achter elkaar, rustig, om zich heen kijkend en genietend van het witte schoon om ons heen. De wind prikt in mijn gezicht en ik wandel met mijn aan de kou blootgestelde handen, die door slechts één graad rood en krampachtig zijn geworden. Ik heb wel mijn winterhandschoenen bij me, maar door de dikke worstenvingers die ik dan krijg, kan ik amper op de cameraknop klikken. En wat veel ‘oh-‘ en ‘wow-momenten’ krijg ik hier te zien. Het is ongelofelijk mooi wit. Zodra ik in de zodiac zit, ben ik in dromenland. De kapitein vaart verder, totdat we bij de Cuverville Island aankomen. De ligging van de grootste broedende ezelspinguïnskolonie op het Antarctische schiereiland. 5.000 Paren zijn hier aanwezig. 5.000. Omringd met vele gletsjers en besneeuwde bergen is dit adembenemend mooi. Dit moet je met je eigen ogen zien. Want bla bla, mijn mond staat open en er komen alleen maar letters uit, en geen woorden. Hierna vaart Damian van het zeemannenteam, ons dichterbij de oogverblindende helderblauwe gletsjers.

In de late avond relax ik met de last minute-groep bij de bar. Wanneer we babbelen over onze Antarctica-ervaringen, sluipt de biologe Luciana naar ons toe om ons uit te nodigen voor haar verjaardagsfeestje. Ze is 32 geworden. Kah Siok, Michaela, Inger, Louis en ik kijken elkaar met afwisselende blikken aan. Por qué no? staat op onze voorhoofden geschreven. We staan op, volgen Luciana en lopen de trap af waar we normaal gesproken naar The Conference Room gaan om een lezing bij te wonen. Voorbij de stoelen, opent Luciana een deur waar we nog nooit naar binnen zijn geweest. We horen al de heupwiegende salsabeat achter die deur weergalmen. De deur wordt geopend en met nieuwgierige ogen kijken we de kleine zaal in. Grote boxen, een laptop waar de dj, in het dagelijks leven chef-kok, de swingende nummers kiest. Gekleurde lampen die de intieme zaal verlichten, aan en uit knipperend terwijl de dansvloer beladen is met de crew. Nu sensueel dansend, de heupen van links naar rechts wiegend, terwijl ze bewegen met het andere geslacht. Leuk sfeertje.

Salsa. Zwoel. Intiem. Sexy. Ik voel me net als ‘Baby’ van de film ‘Dirty Dancing’ die met een grote watermeloen het besloten feestje van de hotel crew binnengaat. De koks, serveerders, zeemannen, oilers en onze tour begeleiders. Iedereen is aanwezig terwijl slechts enkele passagiers de zaal vullen. Dansend met de crew, salsa lerend, flirtend, giechelend, fernet cola en wijn drinkend en de avances van de latino’s ontwijkend. Of niet. Met de eerste twee niveaus van de salsalessen die ik ver in het verleden heb gevolgd, zijn de vlotte, geleerde dansbewegingen ver te zoeken. Ik kan er niets van. Ik sla de plank volledig mis en ik heb me nog nooit zo houterig gevoeld. De hitte in mijn gebreide alpaca trui is ook niet te verdragen en ik durf amper een rondje te maken als één van mijn danspartners dat van me verlangt. Ik dans met verschillende mannen. Damian oftewel Cacho die volledig soepel als een slang beweegt en mij corrigeert als ik de andere kant op wil gaan. Koppig- en eigenwijsheid, ook te zien in mijn dansbewegingen.

Maar ik dans ook met Hector, de chefkok uit Chili die de eetzaal serieuskijkend observeert als zijn eten wordt geproefd. Daarna met Raúl, de Venezuelaanse kok, met Antonio, de oiler, en zo waag ik ook een dansje met de oudere, kleine, gezette Argentijnse Sebastian. Klunzig en schattig vind ik ons samen. Louis, de 32-jarige gehuwde fransman kent wat salsa moves maar ik merk dat we geen klik hebben. Zo ook wil Ariel, één van de zeemannen en die een paar tanden mist, me alle kanten opdraaien. Serveerster Joy danst met mij om de salsakunsten bij te leren. Als laatste is de Argentijnse zeeman Pablo met half Italiaanse komaf en zeeblauwe ogen, aan de beurt. Ik ben verhit dus we praten over Antarctica en werk, maar ik kak in. Mijn biologische klok zegt dat ik beter naar bed kan gaan. Morgen staan we weer vroeg op voor een goed ontbijt en twee zodiac excursies. Pinguïns, ijsbergen, pelsrobben en walvissen, we komen eraan!

Doris FurcicAntarctica, Travel16 February 20130 comments0
Read More

Antarctica, land in zicht!

Antarctica – Chillend lig ik op de blauwe leren bank, in de buurt van de bar, waar ik naar buiten kijk. Na een aantal dagen door de zeeziektepillen te zijn gedrogeerd, komt mijn nuchtere zicht weer terug. Naar buiten gaan, dat wil ik. Ik hul me in mijn jas en mijn benen doen de rest. Slechts de buitentemperatuur van twee graden maakt me in één klap wakker. Ik adem diep in en ik houd mijn adem voor een paar seconden vast. Rustig laat ik het weer ontsnappen, terwijl ik naar de zee kijk. ‘De Ushuaia’ is alleen op de zee; geen ander schip of zeilboot is aanwezig. De boot krijgt bezoek van diverse soorten albatros vogels, een beetje lijkend op meeuwen, maar met vleugels die een spanwijdte van drie meters hebben. Vijf stuks zwerven rond de geparkeerde zodiacs, die achterin ‘de Ushuaia’ opgestapeld zijn. Na de Drake Passage voor twee dagen te hebben gepasseerd, komen we eindelijk aan bij het schiereiland van Antarctica. We varen door het English Channel, tussen Livingston en Greenwich, waar we onze eerste landbestemming naderen: Barrientos Island omringd met andere eilanden behorend tot de AITCHO Islands.

Aangekleed in mijn panty, legging en skibroek eroverheen, mijn bovenlichaam is ingepakt met een dun T-shirt, mijn paarse ‘H&M’-vest en mijn rode ski-jas. Mijn hoofd is bedekt met mijn alpaca muts en mijn handen zijn warm door mijn handschoenen. Ik sta in de rij voor de zodiacs. Aan de rechterzijde van ‘de Ushuaia’ staan alle passagiers achter elkaar, wachtend totdat de onderkant van de regenboots mogen worden schoongemaakt. Dan worden door de dokter onze namen op de presentielijst aangekruisd. Hierna mogen we de trap naar beneden aflopen waar we door de zeemannen worden opgewacht. Even een matrozenhandomhelzing en je zit in de zodiac. Met de zodiac cruisen we vlug naar het land van de Barrientos Island. Het is een pinguïnheelal. Tientallen pinguïns staan om me heen en de geur van deze wezens heeft een krachtige smerige poepgeur, die mijn kleding indringt. Je ruikt de kleine gekostumeerde donders al als je in de zodiac zit, op weg van ‘de Ushuaia’ naar het land. Ezels- en stormbandvetganzen waggelen naast ons terwijl hun vleugels naar achteren buigen, dit voor een goede balans anders zouden de pinguïns zo omvallen. Langzaam lopend met een duidelijke vijf meter afstand van de pinguïns bewondert ieder Ushuaia-passengier de grappige wezens.

Er is veel mist, het sneeuwt en een koude wind maakt mijn wangetjes rood. Sneeuwvlokken blijven op mijn wimpers plakken. Sjokkend loop ik langzaamaan voorbij de twee soorten pinguins. Tientallen ezelspinguïns staan op een berg slechts drie meter van mij vandaan. Besmeurd met modder en pinguïnpoep lopen ze moeizaam rond. Stilletjes staar ik naar ze terwijl ze ons aankijken. Ik focus me zelfs op een kleintje die volledig onder de modder zit en soort van misvormd huppelend naar mama en pappa toegaat. Boven hem vliegt een skua en hij duikt naar de kleine toe, vestigt zijn klauwen in het bemodderde vachtje en prikt met zijn scherpe snavel in het hoofdje van de kleine. Het lukt de skua niet om de kleine op te pakken, dus hij vliegt weg en komt terug voor een tweede poging. Ik wil ingrijpen, maar ik houd mezelf tegen. Weer gebruikt hij zijn klauwen en snavel. De jonkie valt op de grond. Zijn moeder krijst naar de skua, maar het heeft niet veel effect. De baby blijft trappelen met zijn poten en probeert weer op te staan. Mama krijst weer en flappert met haar vleugels. Gelukkig helpt dit en de skua verdwijnt in de lucht. De ukkie staat op en waggelt naar mama toe. Veilig en wel bij mama. Op dat moment vecht ik tegen een traantje.

Doris FurcicAntarctica, Travel15 February 20130 comments1
Read More

Op reis naar Antarctica

Antarctica – Oeps, ik doe vlug de twee rode wijnflessen, mijn camera, tablet, alle oplaadkabels en andere dingetjes in mijn handbagage terwijl ik ook nog mijn tas met gehuurde kleding volprop met chips, koekjes en chocolade. Ik heb haast. Naar beneden hollend, zie ik de last minute-groep bij elkaar: moderne 61-jarige Betty of Kah Siok (Singapore), droge Michaela (Duitsland) en stille Sandra (Zwitserland). Sarah, blij dat ze een deel van de last minute omzet krijgt, brengt ons naar de ingang van de haven. Twee minuten verder stappen we uit met al onze spullen. Onderweg naar de boot zien we gekke Inger (Nederland), en Louis met een flink Frans accent (Frankrijk), die ook de last minute aan de haak hebben geslagen. Ons schip ‘de Ushuaia’ staat tussen twee grote luxere schepen in. Vergeleken met de twee cruiseschepen, lijkt onze schip wel op eentje van ‘Lego’. Slechts voor 84 passagiers, terwijl de andere schepen uitblinken met minimaal 200 mensen aan boord. Geef mij de kleine maar. In een lange rij van 84 personen, wacht ik braaf totdat ik word ingecheckt. Bij de balie word ik verwelkomd als ik mijn paspoort inlever.

Samen met Sandra lopen we achter een dame, lid van de bemanning, die ons naar onze kamer begeleidt. We hebben een upgrade gekregen! Een grote kamer met twee ramen, genoeg ruimte, drie bedden, tv met dvd-speler, stereo en privébadkamer zitten we goed gebakken. Paar tellen later komt Hernan, ander bemanningslid, die Diane (Engeland) haar naar de kamer heeft gebracht. We dumpen onze spullen en gaan op onderzoek uit. Later krijgen we een brieving van Agustin, voorheen ranger nu Antarctica verhalenverteller op ‘de Ushuaia’ boot. Ondersteund door de drie biologen Pablo, Leandro en Luciana en de naturalist Mariela zijn onze tourgidsen compleet. Champagne krijgen we aangeboden en de champagneglazen rinkelen tegen elkaar. We proosten op een toptour om daarna direct aan de slag te gaan met de safety drill. Veiligheidsvestje om en staan op de plek waar ik moet staan, zodra het alarm afgaat. Om zes uur wordt het anker uit het water gehaald en we verlaten het einde van de wereld. Op weg naar het Beagle Kanaal en het beruchte wilde Drake Passage. Na het eerste lekkere drie-gangen diner op de boot slik ik mijn eerste pil tegen zeeziekte.

Vroeg duik ik mijn bed in; de boot gaat op en neer en ik voel me weer een klein meisje, door mijn mama van links naar rechts wiegend. Liggend in bed, voel ik mijn maag ratslagen en flik flaks maken. Hij draait op volle toeren met de hoge golven mee. In de ochtend word ik wakker, beroerd, omdat ik slecht heb geslapen en me misselijk voel. Na het verrukkelijke ontbijt van omelet met toast voel ik me nog steeds niet goed. Misschien zelfs wat slechter. De komende twee dagen beleef ik het leven van ‘Garfield’, de bekende rode luie kat van de tekenfilm. Met elke dag driemaal daags eten voorgeschoteld te krijgen, het missen van de meeste lezingen door non-stop slaap weten te pakken en voornamelijk liggend op de blauwe leren bank bij de bar waar iedereen me ziet, mij aankijkt en ‘arme meid’ denkt. Met daarbij twee gevulde kotszakken en een injectie in mijn achterste om weer de oude te worden, vliegen zo de dagen op de Drake Passage voorbij.

Doris FurcicAntarctica, Travel13 February 20130 comments0
Read More

Ushuaia, het einde van de wereld

Ushuaia – ‘Het einde van de wereld’ heeft nog iets speciaals. Vanaf hier worden bootreizen naar Antarctica aangeboden! Mijn travel buddy Sandra heeft Antarctica al in het vizier sinds het begin van haar reis. Ik niet. Voor mijn reis heb ik de ‘Lonely Planet Argentinië’ aan de haak geslagen. Inclusief informatie over Chileense Patagonië en Antarctica. Dagenlang heb ik in dat boek gebladerd, ook het stukje over Antarctica. Maar ik schrik en sla vlug de bladzijde over zodra ik de prijs zie. Ik heb Antarctica genegeerd tot ik een Hollandse en Engelsman in Carretera Austral (Chili) heb leren kennen. Zij zijn net een weekje terug van hun Antarctica reis. Achter de ‘Macbook’ van de Engelsman zie ik foto’s van de wilde dieren en het beeldschone, witte landschap van Antarctica. Sprakeloos en met open mond gaap ik de beelden aan. Sindsdien heb ik Antarctica ook voor het oog.

Na half gehitchhiked te hebben en vanaf de Chileense grens naar Ushuaia de bus te hebben gepakt, komen we aan in Ushuaia. Slenterend zoeken Sandra en ik naar een goedkoop hostel. Maar we zijn moe en het is laat. We zijn tevreden als we aankomen in de wat duurdere ‘Free Style hostel’, dat hygiëne en luxe met een goed ontbijt betekent. En onze ogen vallen direct op de last minutes voor de Antarctica trips. De volgende dag spreken we met Sarah, de Antarctica last minute-reisverkoper, en ik ben verkocht. De eerstvolgende boot, die nog twee plekken overheeft mét een goed prijskaartje eraan en maar over één week vertrekt, is de boot ‘de Ushuaia’. We hebben 24-uur om ons oordeel te geven. Sandra gaat ervoor, maar ik moet mijn roze spaarvarkentje goed van binnen bekijken. Meerdere keren bereken ik mijn financiële status, na de tiende keer geef ik mezelf groen licht. Ik ga naar Antarctica!

Acht nachten wachten we op ons vertrek naar Antartica. Ach, genoeg te doen in Ushuaia. Voor de eerste paar dagen is het sleutelwoord: tranquilo met cappuccino en lekkere media lunas. De derde dag beginnen de tranquilo dagen alweer te vervelen en Sandra en ik organiseren een trip naar dè gletsjer. Dichtbij en gratis. We dwarrelen ongeveer 40 minuten, totdat we bij het begin van de trekkingroute van de glaciar aankomen. Ik kijk omhoog en we moeten een pittig eindje naar boven. Actie! Sandra oftewel ‘Road Runner‘ loopt vooruit, ik achteraan lopend zoals altijd. Een pretje van een aantal uur en ik raak verhit als ik op het punt aankom waar de ijsmassa zich bevindt. Ik doe mijn jas open en ik adem diep in terwijl ik de hem lang bekijk. Dit valt stukken tegen als je ‘Perito Moreno’ eerder hebt gezien. Hierna houden we onze duim in de lucht en de eerste auto stopt direct en we rijden een stukje met een normale Argentijse vent, dichterbij het centrum van Ushuaia.

De volgende dag regelen we dat we met een Argentijns koppel en de Duitse dame Christel mogen meerijden naar ‘Laguna Esmeralda’. Veel makkelijker en goedkoper, dat meerijden. Na een half uur durige rit komen we op de plek aan waar de gratis excursie begint. Bomen links, rechts en boven ons, en modder onder onze schoenen. Het is ‘natuur-lijk’ mooi, en als we het troebele, zacht babyblauwe meer zien, dan sta ik stil om het uitzicht met mijn hersenen op te slaan terwijl windkracht negen me in mijn jas dieper doet graven. Met een niet zo spectaculaire carnaval in de stad eindigt de avond in een vroege slaap. De dag erna vertrek ik met Sandra naar het nationale park ‘Tierra del Fuego’. Stappend uit de bus zien we het kleine postkantoorhutje waar we direct naartoe lopen.

Zodra we het postkantoor binnenwandelen, zie ik een oudere Argentijnse man met een witte, flinke opgekrulde snor die de paspoorten bestempelt met een grote ‘El fin del mundo’-tekst en een plaatje van een pinguïn erbij. Sandra gaat als eerst en heeft een grote glimlach op haar gezicht als ze in haar paspoort kijkt. Ik geef mijn paspoort aan de meneer en ik wacht netjes op mijn bestempelde papier. Plotseling vraagt Sandra geshokeerd en met jaloezie in haar stem waarom ik een extra stempel krijg. Ik heb geen flauw idee en ik krijg na twee seconden mijn paspoort terug. Ik draai hem om en onder de bekende stempels heb ik inderdaad iets extra’s: de ‘we love Maxima’-stempel, alleen voor Nederlanders. De dag begint goed hiermee en we lopen door het groenige omgeving van ‘Tierra del Fuego’, terwijl kleine druppels regen mijn camera nat maakt. Hierna doen we het rustig aan, we huren skikleding voor Antarctica en we wachten af tot we 13 februari om 16:00 uur op de boot mogen inchecken.

Doris FurcicArgentinië, Travel, Zuid-Amerika05 February 20130 comments0
Read More

Het groenachtige en stille Carretera Austral

Carretera Austral – Nu ik in Futaleufú ben, wil ik Carretera Austral ontdekken. Oftewel het noorden van Patagonië wat betekent: alpaca handschoenen aan en dikke sjaal om me nek want het gaat koud worden. Maar nee, een hittegolf bestormt het gehele gebied waardoor ik in mijn slippers, korte broek en een topje met gaten erin de Patagonische straten bewandel. Vele straathonden bewandelen de straten, zoals je dat overal in Zuid-Amerika ziet, maar verder is het rustig. Zeer kalm zelfs aangezien vele toeristen deze plaats overslaan door de boot of bus van Puerto Montt naar Punta Arenas te pakken. Waarschijnlijk zou Carretera Austral door sommigen als een lege hol benoemd worden, anderen zouden zeggen het is een en al een mooie groene omgeving, perfect om te kamperen, trekkings te doen en ongevaarlijk te liften.

Van Chaitén naar Futaleufú, van Futaleufú naar Villa Santa Luisa, van Villa Santa Luisa naar La Junta en daar komt het: drie geweldige Chileense mannen ontmoet ik daar. Samen met de hitchhiker Hernan uit Santiago badderen we in het meer dichtbij ons hospedaje en we raken in gesprek met de drie mannen die aan het zonnen zijn. In de avond zitten we bij Armin, de tandarts van La Junta, thuis, samen met zijn twee vrienden Manuel en José Thomas uit Pucón en Temuco die nu op vakantie zijn. Gezamenlijk smullend van een heerlijke pasta met het Chileense traditionele drankje Piscola als dessert, wat eindigt op een gezellig feestje tot diep in de nacht. Ik blijf een dag langer. De hitchhiker vertrekt de volgende dag, terwijl de mannen en ik op het strand liggen, genietend van de warmte en in de avond een perfect 250 gram lapje steak eten.

De volgende dag haalt de bus me op om 07:00 uur. Tenminste dat is de planning. Door getoeter word ik om 05.30 uur wakker gemaakt en ik hoor een bus voor de deur wachten. Ineens gaat de gedachte door mijn hoofd of ik mij in de tijd heb vergist. Ik slaap ietsje verder en ik wacht rond 7 uur buiten, één uur lang, maar geen één bus komt me ophalen. Er zijn wat honden die me vergezellen, maar daar blijft het dan ook bij. Ik blijf nog één nacht, genoodzaakt en gedwongen, in La Junta, want er is maar één bus die die dag naar het zuiden rijdt. Een nadeel van Carretera Austral. Ook de zondagen zijn hier bij mij niet geliefd, want ik verveel me heel erg want alle barren en supermarkten zijn dicht. Gelukkig kan ik bij de bakker nog net aan brood komen.

Ik contact mijn Chileense maten en we gaan naar een privéstrand waar we op onze handdoeken liggen, terwijl een horde bruine-witte koeien ons van een paar meter afstand nieuwsgierig aankijken. Wellicht is het meer boosheid dan nieuwsgierigheid, want we hebben ze zonet van hun plek bij de rivier weggejaagd. Deze dag eindigt in het eten van zelfgemaakte hotdogs completos, de Chileense specialiteit met veel advocado, mayonaise, mosterd, ketchup en zuurkool erop, in huize El Dentista. Die avond neem ik – weer – afscheid van ze. Om 05:00 uur de volgende dag sta ik al op de bus naar Puyuhuapi te wachten. Van Puyuhuapi naar Coihaique, Coihaique naar Chile Chico en van daaruit de grens over naar Argentinië. Ik ben dan weer terug in het land waar mijn Zuid-Amerika reis is begonnen.

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika15 January 20130 comments0
Read More

Puerto Varas’ adembenemende Eerste Kerstdag

Puerto Varas – De ochtend na kerstavond word ik laat wakker, zonder plannen voor de Eerste Kerstdag. Behalve genieten van een cappuccino en een verrukelijk ontbijt met geroosterd brood en avocado, jus d’orange en chocalade muffin bij café ‘El Barista’; het dagelijkse ritueel sinds ik in Puerto Varas ben. Ik heb net mijn ogen geopend, ik dwarrel halfslaperig door het hostel ‘Casa Margouya’ en ik zie een lege tafel voor me; ontbijt gemist. Ik kijk naar de Colombiaan, met wie ik mijn slaapzaal deel, die nu recht tegenover mij op de bank zit. Hij vraagt aan mij of ik met hem de zes uur durige trekking wil doen om de vulkaan ‘Calbuco’ (2015 m) van dichtbij te bekijken. Mijn wazige blik wordt direct scherp en ik ren direct terug naar mijn kamer, kleed me aan om met hem en een Argentijns mannenkoppel – een bioloog en HR-resourcer – de vulkaan te spotten.

Na een bobbelige rit van een half uur met de gehuurde auto van de Colombiaan staan we ergens middle of nowhere voor het meer geparkeerd, waar de wandeltocht begint. Na enkele meters lopen, komt de bioloog met de grap dat hier puma’s rondlopen en wij makkelijk aangevallen kunnen worden. Er wordt direct iets benauwends in mijn hoofd geïllustreerd. Naast mijn favoriete programma ‘Locked Up Abroad’ op ‘National Geographic’ heb ik een andere documentaire gezien, die ook mijn hartje sneller doet kloppen sinds ik in Zuid-Amerika ben. Zo heb ik voor mijn vertrek naar de andere kant van de wereld, een angstaanjagend verhaal gevolgd over een koppel van middelbare leeftijd dat ergens in Amerika een trekking heeft gedaan, waarbij de man door een puma wordt aangevallen. Maar hij overleeft het, ondanks dat de puma een groot stuk huid van zijn schedel heeft afgebeten en meerdere pogingen heeft gewaagd om de man in zijn nek gruwelijk te doden. Sindsdien gaan mijn haren overeind staan als ik iets over puma’s hoor, inclusief grappen.

Het is trouwens de eerste dag dat de zon schijnt sinds ik in Puerto Varas ben. De zonnestralen prikken op mijn armen en ik zie dat deze ledematen een mooie tint donkerder worden. Mijn witte benen, blijven bedekt in mijn lichtblauwe jeans verstopt voor de zon. Ik heb het warm maar de Colombiaan bibbert van de kou en ik geef hem mijn met lama’s versierde alpaca handschoenen, de mannen geven hun handdoek wat de Colombiaan als sjaal gebruikt. Ik loop als het traagste eendje achter de rest aan, want verbluft kijk ik om me heen naar al de diverse bomen en planten wat mijn gehele wandelroute inkleurt met groen. De Scheveningse bosjes zijn hier niets bij. Daarbij heb je het uitzicht van de vulkaan ‘Calbuco’ die massaler wordt als je drie uur naar hem toe hebt gelopen. De top is bedekt met sneeuw, waardoor hij lijkt op een ijsdessert met een gesmolten hoop slagroom bovenop.

De top eindigt ergens ver boven, bij de wolken. Ik tover mijn camera uit m’n tas en ik kan het niet laten om veel foto’s te maken. Even later komen we zelfs verharde lavaresten op de grond tegen. Lava ja, maar geen puma. We rijden terug naar Puerto Varas, ik zit achterin de auto met een glimlach op mijn gezicht. Mijn gedachtes vliegen alle kanten op. Één gedachte gaat maar niet weg: ik wil een actieve vulkaan beklimmen. Mijn lach wordt groter als ik er langer over nadenk. In ons hostel eten we even wat simpels: spiegelei met patat en rijst. Daarna loop ik de hoek om naar mijn favoriete café van mijn hele trip, ‘El Barista’, voor een zeer goed kopje koffie met opgeschuimde melk. Het enige plan wat ik voor vandaag heb ‘gepland’, komt toch uit na een avontuurlijke en adembenemende ervaring op de Eerste Kerstdag. Deze cappuccino is het zogenaamde kersje op het ‘ijsdessert met gesmolten hoop slagroom’ wat ik vandaag heb gezien. Mijn Eerste Kerstdag kan niet meer stuk!

Doris FurcicChili, Travel, Zuid-Amerika25 December 20120 comments0
Read More