Monthly Archives: February 2013

Ik voel me thuis in…

Ushuaia – ‘The Love Boat’ wordt in de vroege ochtend na het eindfeest in de haven van Ushuaia geparkeerd. Ik blijf één nacht in Ushuaia. De volgende dag vertrek ik met de bus terug naar Punta Arenas, Chili. Terug naar het ‘hostel Independencia’ waar ik met “Hola Croata!” door de hosteleigenaar word verwelkomd. Ik wil niet langer in Punta Arenas blijven, want ik ben hier al eerder geweest en ik heb nog maar drie weken de tijd om van de laatste restjes van mijn reis te genieten. Dus? Rapido, rapido! In de ochtend eet ik mijn lekkere omeletje met brood en ik haast me naar het eerste buskantoor, dat hopelijk voor diezelfde ochtend een bus naar Puerto Montt heeft. Maar nee, dat heeft hij niet. Ik loop snel naar het andere kantoor, tenminste dat probeer ik terwijl ik van beide kanten beladen ben met mijn 19 kilozware backpack en een handbagage van 7 kilo. Ik weet nog steeds niet waar die kilo’s vandaan komen.

Mierda! Ik zie een bus voor het tweede kantoor en ik heb het gevoel dat het mijn bus is, die ieder moment gaat vertrekken. Met een bezweet voorhoofd kijk ik de buschauffeur aan en ik vraag of hij zo naar Puerto Montt vertrekt. “Si.”, zegt hij en mijn voorhoofd wordt weer droog van de ontspanning. 36 Uur lang in de bus. Het wordt mijn langste busrit. Nadat ik mijn backpack aan de aardige buschauffeur overhandig, wandel ik de bus binnen om een mooi plekje bij het raam te vinden. Ik nestel me en ik entertain mezelf met de muziek van mijn mp3-player, totdat de collega van de buschauffeur me vraagt of ik bij hen voorin wil zitten. Por que no? Met dolle pret en flirtacties van de 23-jarige collega van de buschauffeur waar ik overigens geen interesse in heb, cruisen we door de beboste wegen en passeren twee keer de grens van Chili-Argentinië en Argentinië-Chili. We rijden snel en we passeren de grenzen zo makkelijk dat we er uiteindelijk maar 28 uur over doen. Gelukkig kom ik nu op klaarlichte dag in Puerto Montt aan. Het mini-busje naar Puerto Varas staat al voor me klaar. Ik kom eraan. Voor de derde keer.

 “Terwijl ik vrolijke nummers beluister,

krijg ik toch tranen in mijn ogen en

een brok in mijn keel.

Droevig ben ik.”

Puerto Varas, het kleine stadje, heeft íets. Wat dat precies is, is iets waar ik niet mijn vinger op kan leggen. Ik denk dat het een verzameling van alles wat is. Waar ik adembenemend van onder de indruk ben, zijn de vulkanen Osorno en Calbuco die – flop – zo in de verte van het meer te zien zijn. Als het weer meewerkt natuurlijk. Je zit in café ‘El Barista’, je kijkt naar buiten en je ziet die twee al, terwijl je van je bakkie nipt. Of je loopt naar het meer, dat in de zomer de badplaats is, tegenover je staan de twee bergen, die met hun verschijning de lucht sieren. Er zijn meerdere momenten geweest, dat ik hier alleen heb gezeten, voor me uitstarend naar de twee voor een deel besneeuwde vulkanen. Glinsterende ogen heb ik er van gekregen. Het feit dat ik hier veel leuke mensen, toeristen en locals, heb ontmoet geeft mij het gevoel dat ik ‘thuis’ ben, als ik er ben. Zo ook bij café ‘El Barista’. Ik heb mijn kontafdruk op een stoel dichtbij het raam van het café achtergelaten, omdat ik er elke dag heb gezeten. Voor het updaten van mijn blogs. En voor een lekker bakkie natuurlijk. Cappuccino of rood Chileens wijntje. Puerto Varas is de laatste Chileense stad die ik bezoek, voordat ik naar Argentinië ga. En dan naar huis. Voor de laatste keer geniet ik van Chili en zijn beste avocado.

Ik wil nog de Argentijnse Bariloche en Mendoza zien, voordat ik naar Buenos Aires ga. Mijn eindbestemming. Nog maar zestien dagen. Daarom spendeer ik maar vier nachten in Puerto Varas. Zeven uur van Puerto Varas vandaan, ligt Bariloche. De Argentijnse kant alweer. In de bus lees ik het boek ‘Mag ik je nummer even?’ van Sophie Kinsella, terwijl ik af en toe word afgeleid van het mooie natuur om me heen. Ik denk dat dit de mooiste busreis is, die ik tot nu toe heb meegemaakt. Nadat we aankomen, zeul ik met al mijn spullen op zoek naar mijn hostel. Eindelijk vind ik het grote ‘Tango Inn Downtown’ dat zich ergens op een berg heeft verstopt. Met de twintig graden warme zon die de boel verwarmt, besluit ik een koude douche te nemen. Met slippers en luchtige kleding dwarrel ik naar het meer toe, waar ik aan de kust op één van de grote stenen ga zitten. Het blauwe water, vele hoge bergen en kayakers sieren mijn beeld. Terwijl ik vrolijke nummers beluister, krijg ik toch tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. Droevig ben ik. Ik realiseer me dat ik bijna weer naar huis ga.


Antarctica, the end

Antarctica – Door de speakers horen we Agustins stem. We zullen weer de Drake Passage gaan passeren, “…dus slik de zeeziektepillen alvast in”, wordt er gezegd. Afijn, het ‘Garfield-avontuurriedeltje’ begint weer helemaal opnieuw. Voor de 21ste hebben we de lezingen ‘De walvissen’, ‘Wie bezit Antarctica?’ en ‘Het gat in de ozonlaag’ gepland staan. Vlak voordat de presentatie over de walvissen begint, neem ik mijn pil. Na enkele minuten slaat het al in. Ik zit in the Conference Room te luisteren naar hoe Luciana de walvissoorten uitlegt. Met half geopende ogen kijk ik haar aan. Mijn kijkers sluiten elke twee seconden, waarna ze vermoeiend weer opengaan. Irritant, want Luciana’s verhaal is interessant. De lezing maakt me heel erg moe. Hierna stal ik mezelf op mijn lievelingsplekje bij de bar. Wie bezit Antarctica? Geen flauw idee; ‘Garfield’ ligt weer te slapen.

Ik slaap op de leren bank, voordat de mensen weer om me heen staan. Vlak voor de kudde word ik wakker; ik ben omringd met kleine broodjes, cakejes en koekjes die op tafel al klaar liggen. Eten, slapen, eten… overdrijven komt hier niet aan bod. Ik neem een hapje voordat ik de laatste lezing over de ozonlaag ga bijwonen. Agustin is diegene die het lukt dat de hele zaal met volle borst het ozonlaagnummer zingt. En ik? Ik lig in een deuk als ik de ouderen om me heen zie meeblèren. Daarna heeft iedereen weer honger, dus aanvallen maar op het luxieuze, overheerlijke driegangendiner! En dan? Juist ja, slapen. Ha, nee! Nog niet. Eerst een feestje in een kleine kamer met Inger, de Australische gekke Donna, de zeemannen Pablo, Joel, Ariel en de kok Raul. En dan slapen. Ja!

“Dit keer geen stuk hout en een slang,

maar twee slangen die

sidderend en soepel

op de dansvloer bewegen”

22 Februari 2013, de laatste dag op Drake Passage. Ondanks dat de Drake bekend staat als het wildste water in de hele wereld, is hij rustig als we naar het Beagle-kanaal varen, terug naar Ushuaia. Ik slik maar één pil tegen de zeeziekte. Ondanks dat ik maar één pil heb ingenomen, heb ik alsnog last van de ‘Garfield-symptomen’. Eten, slapen, eten. Daarnaast probeer ik een poging te wagen om mijn blogs te schrijven. Het lukt enigszins. Door de speakers komt de stem van Agustin door. We moeten allemaal verzamelen bij de bar. Leandro, Pablo, Mariela, de kapitein Jorge, Luciana en Agustin staan naast elkaar met papieren in hun handen. Met hèt bewijs dat we op Antarctica zijn geweest: de certificaten! Klappend en zoenden worden de documenten van harte in ontvangst genomen. Na bijna een half jaar lang één zoen als begroeting te hebben gekregen, raak ik helemaal van mijn apropos als Leandro me drie geeft. Ik heb het certificaat in mijn handen en ik ga direct weer zitten van de schrik.

Agustin stopt een dvd’tje in zijn ‘MacBook’ en Luciana doet het licht uit. The Conference Room wordt donker. De film wordt gestart. Foto’s van onze Antarcticareis worden met muziek op de achtergrond achter elkaar afgespeeld. Bijna iedereen zie je voorbij komen. Ik ben al drie keer te zien met de zoomlens voor mijn gezicht, richtend op de pinguïns. De dvd is een cadeautje van de crew. Een presentje met alle informatie van de lezingen, de dagactiviteiten op een lijstje, de geziene dieren per dag aangevinkt en films van de passagiers en de crew. Het begint door te dringen, het is onze laatste avond op ‘El barco del amor’. Tijd voor een eindfeest! Later op de avond voel ik me weer als ‘Baby’ uit ‘Dirty Dancing’. Dit keer volledig op mijn gemak tussen de crew, net als ‘Baby’ tijdens het eindfeest in die film. De houterige moves die ik op de verjaardag van Luciana te voorschijn heb gehaald, zijn weg. Samen met Cacho vormen we dit keer geen stuk hout en een slang, maar twee slangen die sidderend en soepel op de dansvloer bewegen.


Bikini aan en zwemmen maar in Antarctica

[vc_row el_position=”first”] [vc_column] [vc_column_text el_position=”first”]

Antarctica – Ontbijt. Met een slaperig hoofd eet ik mijn ochtendmaaltijd. Omeletje, kiwi’s en watermeloenen gaan door mijn slokdarm heen. Vandaag staat Deception Bay op het programma. Een gebied waar veertig walvissenjagers uit Noorwegen hebben geleefd om vanuit het vet van de walvis olie te maken. Aantal verroeste boilers, gigantische tonnen waar ze de olie in bewaarden, een huis in slechte conditie en twee kruizen wat eerst een begraafplaats is geweest maar door de tsunami’s zijn verdwenen, zijn nu nog over. De Ushuaia-passagiers waaronder ik dwarrelen rond bij deze plaatsen, voordat we naar de Neptunes Window wandelen, een plek op loopbare afstand dat een mooie uitkijk op de oceaan aanbiedt. Pratend loop ik samen met Inger naar het zogenaamde ‘raam’ toe. Inger vraagt aan me of rechts van ons verderop stenen zijn of zeehonden. Ze camoufleren zichzelf zo goed dat je ze zo voorbij loopt. Ik pak mijn camera en zoom zo ver mogelijk met de focus op de snoet van de pelsrob.

Op de top van de Neptunes Window waait er een windje. Voor me uit starend zie ik de oceaan, terwijl heel ver de bergen van Antarctica volledig wit uitblinken. De andere kant heb ik een ‘panorama view’ van de plek waar ik net langs de tonnen, begraafplaats en pelsrobben heb gelopen. Ik ben bijna als laatste bij deze raamopening en Inger en ik besluiten om terug te gaan naar de plek waar nu al een grote groep passagiers halfnaakt bij de zodiacs staat. Links van ons zien we de pelsrobben en de enige stormbandpinguïn, rechts een horde skua’s. Vlug lopen we samen met Louis, die net bij ons aansluit, een stapje sneller, want Luciana, de bioloog, zegt dat als we willen zwemmen, we moeten opschieten. De zee is leeg, geen één mens is in het water als we daar aankomen. Een aantal droogt zich af op het strand, terwijl de rest apekijkers zijn en graag wilt zien hoe de gekke mensen met een verrekt gezicht uit het koude water komen. Ik kleed me vlug uit, Inger doet hetzelfde, terwijl Louis met zijn camera klungelt en een beetje voor de koude oceaan vreest.

[/vc_column_text] [vc_column_text]

Leandro, de andere bioloog, staat al gereed met zijn camera. Rennend ga ik de zee in, Inger volgt mij en na enkele meters laat ik mezelf vallen. Met een klap ben ik tot aan mijn hoofd in het ijskoude water. Razendsnel zwem ik twee meter en één vlinderslag doe ik er achteraan. Ik sta op en ik laat me weer in de zee vallen, lachend kijk ik naar Louis en Inger die mij volgen. Het water is erg koud en we lopen terug naar de kust waar het water lekker warm tot heet is. Ik ga weer terug het water in en ik doe het riedeltje opnieuw. En nog een keer. Louis pakt zijn cameraatje en we poseren met zijn drieën voor de camera. Teruglopend naar de kust krijg ik een handdoek van Agustin. Ik sta stil, voor me uit kijkend naar de zee, ik geef mijn handdoek terug aan Agustin en ik ren weer het water in. Kah Siok staat in haar bikini plotseling naast me. Ze neemt een frisse duik en aan de kust graaft ze in het diepe waarin het water rond de 40 graden is. Ze gaat liggen, rollen en genieten. De camera komt weer te voorschijn en ze wil een foto van haar alleen met gespreide armen en een grote grijns. Ze kan nu de hele wereld aan, denk ik.

Na de lunch pakken we weer de zodiacs om naar Livingston te gaan, vol met stormband- en ezelspinguïns met twee groepen mannelijke zeeolifanten. Per groep lopen we achter een bioloog aan. Voor mij liep Pablo, bioloog en biologieleraar aan de universiteit, en de rest van mijn groep, terwijl ik als laatste achter de kudde aanloop. Voor je het weet trap je op een pinguïn, dus ik pas goed op waar ik loop. De twee soortige pinguïns zitten gemixt bij elkaar. Staand slapen ze met hun gezicht in de richting van de zon, anderen waggelen van links naar rechts, met hun vleugels naar achteren gespreid om in evenwicht te blijven. De jonkies rennen achter de moeder aan om vis uit de mond van hun mamma te krijgen, maar de moeder rent iedere keer weg. Verderop zien we een groep van zeven of acht zeeolifanten, allemaal mannen. We mogen tot en met 25 meter van hun vandaan staan. Anders neem je het risico om aangevallen te worden. Wegrennen gaat je niet lukken, want ze halen je met hun 5.000 kilo toch wel in. En dan zie ik nog als laatste een pelsrob. Ik ga zitten, zeven meter van hem vandaan, starend naar hem en twee ezelspinguïns die een beetje op en neer dwarrelen. Er wordt geroepen “red jacket!” en ze bedoelen mij. Ik moet terug, maar het uitzicht is geweldig.

[/vc_column_text] [vc_separator el_position=”last”] [/vc_column] [/vc_row] [vc_row el_position=”last”] [vc_column] [/vc_column] [/vc_row]


Gletsjers, zeeluipaarden en Wilsons stormvogeltje

Antarctica – De muziek van mijn mp3-player staat nog aan als ik in mijn kamer wakker word. Het nummer ‘Iris’ van ‘Goo Goo Dolls’ bereikt mijn oren als ik mijn ogen opendoe. Sandra is al aangekleed, klaar om de kamer te verlaten voor een peuk en ontbijt. Later heb ik getoast brood met omelet, media lunas en watermeloen- en kiwistukken op mijn bord. Heerlijk. Na het ontbijt bedek ik mijn benen met mijn zwarte, 50 dernier panty en twee extra sokken voor mijn voeten. Hierna gehuld in mijn legging doe ik de gele laarzen, die twee maten groter zijn, aan met erover heen mijn skibroek. Met een t-shirt en mijn alpaca trui zijn mijn eerste twee lagen compleet. Dan nu nog mijn gehuurde ski-jas met reddingsvest nummer 24. Mijn hoofd blijft enigszins warm, dankzij de bruine Boliviaanse muts met lama’s. Ik pak mijn tas met camera plus twee lenzen, en als laatste: de skihandschoenen. Gesplitst in twee groepen, ga ik met mijn gezellige Ushuaia-team Foyn Harbor als eerste verkennen. Agustin wacht in de zodiac, totdat hij vol is. De dokter is inmiddels benoemd tot ‘dr. Amor’ door Inger en mij; we zitten tenslotte op ‘The Love Boat’. Op de presentielijst zet hij een kruisje achter mijn naam, terwijl ik de trap afloop naar de zodiac.

Agustin bestuurt de zodiac, de Ushuaia in de verte achterlatend. Normaal gesproken varen we snel naar datgene wat te zien valt, maar dit keer varen we rustig de zee op, terwijl de motor zachtjes geluid maakt. Ik kijk om me heen, mijn hart zachtkloppend, naar de verbazingwekkende mooie witte en helderblauwe ijsbergen die om ons heen liggen. Grote en kleine ijsstukken zwerven in de zee, terwijl we ze met de zodiac verschuiven. Antarctica vogels met hun helderwitte dikke vacht en wit-zwart hoofdje zwieren boven onze hoofden. We zien algauw een krabeter op een plat groot ijsstuk midden in de oceaan liggen. De krabeter heeft een zeer witte huid wat niet vaak voorkomt bij deze soort. Hij geniet van het luieren en onze camera’s klikken door als het dier met zijn rechtervin flappert en af en toe zijn hoofd in de lucht laat hangen. Poseren kan hij wel. Met een vin in zijn mond en de camera inkijkend, zou ik bijna zeggen dat hij zijn ondeugende blik naar mij toewerpt en met me flirt. Hij blijft liggen, terwijl drie zodiacs voor hem stilstaan.

We varen verder, ietsje verderop zien we twee weddel zeehonden. Grote lichamen van twee meter lang met een klein hoofdje eraan. De linker heeft zijn ogen gesloten, terwijl de rechter ons met zijn grote ogen aankijkt, opstaat en naar de kant toeloopt en – floep – in het water belandt. Hij heeft geen zin in publiciteit. We ‘zoefen’ op ons gemak met de zodiac verder en we zien verderop een wrak, rottend in de zee. ‘Governoren’, het Noorweense walvisjagersschip dat door brand op het schip in 1916 is gezonken en sindsdien is blijven roesten. De harpoenen om de walvissen te doden zijn nog aan dek. Agustin pakt de hendel van de motor en hij geeft via zijn walkie talkie aan ‘de Ushuaia’ door dat we weer terugkomen. Met een hogere snelheid zien we de ijsbergen voorbij ons gaan, terwijl ze door nieuwe worden vervangen. We naderen ‘de Ushuaia’ en zien ondertussen dat de pootjes van de Wilsons stormvogeltje een paar keer de oceaan aanraken. Alsof hij danst; speciaal voor ons een afscheidsdansje.

We arriveren met zijn allen weer terug op de boot en krijgen een lunch voorgeschoteld. Door de intercom horen we het bericht van Agustin dat de tweede excursie van vandaag niet gedaan kan worden. Krachtige wind zal de zodiacs omklappen, zo sterk is de wind. Ik ga naar de brug, waar de kapitein ‘de Ushuaia’ bestuurt. Daar staat al een aantal mensen, naar buiten koekeloerend met de verrekijker. Ik kijk uit het raam, aan de rechterkant van het raam waar niemand mag staan, omdat het het uitzicht van de kapitein belemmert. Uit het raam kijkend, zie ik een enorme gletsjer die veel breder is dan de adembenemende Perito Moreno. Zittend op een kruk voor het raam, steun ik mijn armen op het leunbalkje die mijn hoofd ondersteunen. Ik geniet van de mooiheid voor me. Om me heen hoor ik geroezemoes dat er zeehonden op de ijsbergen voor de gigantische gletsjer te zien zijn. Één, twee, drie en vier! Allen liggend met hun zwaarlijvige lijf op het ijs. En verder niks doen. Rond half 8 krijgen we plotseling te horen dat we toch de excursie in Useless Bay kunnen doen. Iedereen kleedt zich vlug aan en paar tellen later zit ik al in de zodiac.

Dichterbij de zeehonden komen, dat is ons doel. Door de ijsbrokken varen we naar de gletsjer toe. De eerste zeehond zien we al liggen op het ijs. Pablo, de bioloog, heeft zich vergist en ziet dat het een zeeluipaard is, een soort dat na de orka het gevaarlijkste dier op Antarctica is. Bekend als carnibor en agressief, rust het beest nu vredevol op het grote ijsblok uit. De zodiac nadert dichterbij en ik krijg de gelegenheid om mooie kliekjes te maken. Zijn lichaam is 2,5 meter lang en heeft een grote kop met – je zou bijna zeggen – een gemene grijns op zijn gezicht. Achter zijn glimlach schuilt een goed gebit met scherpe, puntige tanden om het vlees van babyzeehonden makkelijk fijn te scheuren. Hij blijft liggen en knippert amper met zijn ogen. We gaan verder. Twee vlekken op een ijsblok, ik denk dat het wildlife is. Met de zodiac naderen we het stuk ijs wat dichterbij en we hebben geluk: weer zien we zeeluipaarden, zelfs twee! Ook zij liggen liefdevol met gesloten ogen. Eentje wordt wakker en begint met zijn ogen te blinken en een beetje met zijn hoofd te bewegen. Nieuwsgierig kijken, dat is alles.


Aan de Oekraïnse vodka

Antarctica – Ontbijt om 07.00 uur. Met moeite sta ik op. Slenterend loop ik naar het restaurant waar het ontbijtbuffet is. Ik leg twee toasts, omelet en een media luna op mijn bord om hierna gezamenlijk met het gezellige last minute-groepje te eten. Om 08.00 uur krijgen we bezoek op ‘El barco del amor’. Het is het personeel van Port Lockroy, Florence en Florence, één uit Nederland en de ander uit Engeland. Ze werken met twee andere Engelsen op Port Lockroy, een museum en souvenirshop wat behoort tot de ‘Antarctic Heritage Trust’. Het museum laat zien hoe Antarctische bewoners hier hebben geleefd. Maar dit is ook de plaats waar je je postkaarten vanuit Antarctica naar huis kan versturen! De avond ervoor heb ik al mijn speciale kaarten voor mijn familie en mezelf – leuk voor later – geschreven. Vandaag sta ik voor de rode postbus, poserend voor de camera met de kaarten in mijn handen. Met een glimlach op mijn gezicht sta ik gereed om ze erin te gooien. Flop!

Om het museum en de souvenirshop is het stuk land verborgen door een dikke laag sneeuw. Ik kijk naar mijn felgele regenboots met er omheen pootafdrukken. De ezelspinguïns laten hun voetsporen in de witte laag achter. In de kou staan ze recht overeind, de meeste hebben hun ogen gesloten, terwijl de wind hun kleine veren laat bewegen. Stukjes pluizenhaar zie je op hun vacht zitten, wachtend totdat het er vanzelf uitvalt. In deze ‘vervelperiode’ zijn de vetganzen gevoelig en sneller geirriteerd. Vijf meter afstand dienen we van de pinguïns te staan. We worden verrast door een Antarctische pelsrob die vanuit het water op het land tussen de vogels strak in smokingspak belandt, zijn snavel in de lucht steekt, ronddwarrelt en weer de zee ingaat. Ook van hem moeten we een aantal meters vandaan staan. In de buurt is er het Jougla Point. Daar schijnt een vogelnest te zijn, maar ik ontdek hem niet. Wel heb ik weer een horde ezelspinguïns om me heen, kinderen achter hun moeder aanrennend of stilstaand kijken ze me aan of lopen me voorbij. Vertroetelend.

Lunchtijd. Met een luxieuze drie-gangen lunch voor me, vul ik mijn maag op princesse wijze. Hierna cruisen we met ‘de Ushuaia’ door het ‘Lemaire Channel’. Met een lengte van zeven mijl en slechts één mijl breed. Op naar het zuiden. Dit kanaal is door Adrien de Gerlache benoemd voor Jacob Lemaire, de Belgische ontdekker van de Belgian Congo. Met Booth Island aan de westzijde van het Lemaire Channel, heb je het gebied waar Dr. Jean Baptiste Charcot heeft overwinterd. In het zuiden van het Lemaire Channel landen we een paar uur later bij de Argentine Islands. Daar bij één van de eilanden, Galindez Islands, is het Britse Faraday station aanwezig wat nu het ‘Vernadsky station’ heet en in bezit is van Oekraïne. Het gebied waar samen met een ander Brits station, ‘Halley’, voor het eerst het gat in de ozonlaag is ontdekt. Bij het Oekraïnse station wacht vodka op ons. De dames kunnen gratis een shotje krijgen als ze op magische wijze hun BH – met kleren aan – uitdoen en het aan de Oekrainiers doneren. Iets om over na te denken.

Voordat we bij de Oekrainiers op visite gaan, ga ik eerst met de zodiac naar Winter Island toe waar het ‘Wordie House’ zich bevindt. Formeel gezien is dit de ‘Base F’ van de Tabarin Operation uit Engeland waar de geoloog James Wordie zichzelf heeft geinstalleerd. Wat eigenlijk het eerste gebouw van het eerst station is aan het einde van de jaren ’40. Jaren later is er een nieuwe en betere station gebouwd terwijl het ‘Wordie House’ als ‘Historical Site for The Antarctic Treaty System’ is benoemd. Als je naar binnen gaat, kom je terecht in een klein huisje met verouderde pannen, verroeste blikken, oude matrassen, versleten stoelen en boeken die de werkelijkheid in de jaren ’40 illustreren. Aan de muur zie ik zelfs een foto hangen van vier mannen – met dikke snorren en lange manen – die voor het huisje zitten met bier in hun handen en slechts een T-shirt aan hebben. Ook het zonnetjes kan zelfs in Antarctica goed schijnen. Tenslotte staan de Argentine Islands ook bekend als de plek in Antarctica waar het lekker warm kan zijn.

Met de zodiac gaan we naar het ‘Vernadsky station’. Daar worden we door twee Oekraïnse wetenschappers ontvangen. De Balkanhoofden herken ik uit duizenden. Grappig. De kleine tour in het station eindigt op de bovenste verdieping, waar de bar en pooltafel zich bevinden. Sasha staat achter de bar en de kok met helblauwe – bijna enge – ogen kijkt me aan. De shots staan al klaar voor onze last minute-groep. Michaela doet een rondje alvast ter ere van haar 42ste verjaardag op 23 februari. Kah Siok, Louis, Sandra, Inger, Michaela en ik staan naast elkaar, poserend voor de camera terwijl we in één teug de lekkere vodka opdrinken. Proost! Achter ons hangen drie BH’s, één rode, een witte met gekleurde symbolen en een bruine. Er is nog plaats voor één BH. De mijne? Ik bewaar toch liever mijn zwart gekante BH voor ‘me, myself and I’.

Na de vodka die mijn strotje heeft verwarmd, doe ik een poging om met mijn Kroatische taalkennis met de Oekrainiers te communiceren. Door mijn teksten drie keer te herhalen of andere woorden te gebruiken, verstaat Sasha mij. Ik praat verder, terwijl Inger een balletje slaat en er eigenlijk ook goed in is. Uiteindelijk wordt er door Mariela aan ons gevraagd of we hier een jaar willen blijven. Ik kijk haar aan, knipper twee keer met mijn ogen, ik doe mijn jas aan en ik vertrek naar buiten. Als laatste groep zit ik met Inger en de rest van de last minute-lui in de zodiac, terug naar ‘de Ushuaia’. Ik loop de trap van ‘The Love Boat’ op en ik ben weer aan dek. Niemand staat voor aan dek en ik loop naar de voorkant van de boot. De wind botst tegen me aan, iets brandt in mijn oog terwijl ik om me heen kijk. Ik ben omringd met alleen maar land, bedekt met sneeuw. De zon beschijnt een deel daarvan en de sneeuw glanst als het ware. Schitterend. Ik realiseer het me nu pas. Ik ben in Antarctica.


Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from Youtube
Vimeo
Consent to display content from Vimeo
Google Maps
Consent to display content from Google